Streekarchivaris Arend Houtkoop schreef tal van artikelen over onderwerpen uit Culemborgs verleden, en dat niet alleen in het regionaal-historisch tijdschrift van het streekarchivariaat Tiel-Buren-Culemborg, De Drie Steden. Vanaf eind 1974 tot najaar 1978 publiceerde hij in de plaatselijke courant zo'n 35 afleveringen van de serie 'Beelden van Culemborgs verleden'.

AREND HOUTKOOP

Dit artikel staat ook in Voetnoot 5/6

De reeks kreeg een vervolg met de door Houtkoop en collega Wim Veerman samengestelde rubriek 'Oud Nieuws uit Culemborgsche Couranten en Archieven', waarvan in de navolgende jaren nog eens bijna 35 afleveringen het licht zagen. Als laatste aflevering verscheen op 28 augustus 1980 het artikel dat hieronder met toestemming van de auteur opnieuw wordt afgedrukt.

Het is een artikel met een ook nu nog in onze stad herkenbaar aspect. In de wijk Landzicht werden in 1986 Culemborgers vernoemd die het ook buiten onze gemeentegrenzen tot enige bekendheid brachten. Aan de door Houtkoop beschreven bekende Culemborger herinnert de wat lange naam van het 'Nedermeijer van Rosenthal pad'.

In 1980 verwierf het gemeente-archief van Culemborg een bijzondere aanwinst op een veiling te Utrecht en wel een prijsband, uitgereikt in 1810 aan de Culemborgse scholier Johan Theodoor Hendrik Nedermeijer von Rosenthal. Deze aanwinst is om verschillende redenen interessant. In de eerste plaats is het een fraaie achttiende eeuwse uitgave van C. Seutonius Tranquillus volgens de versie van Johannes Georgius Graevius, met een mooie perkamenten band met op de platten het Culemborgse wapen.

Uitgever was in 1703 Anthonius Schouten te Utrecht en het is verwonderlijk, dat dit boek uit 1703 eerst in 1810 is uitgereikt aan de jongeman uit deze plaats van wie het vijfmanschap belast met de Culemborgse Latijnse School (het schoolbestuur dus) reeds grote verwachtingen koesterde toen hij van de vijfde naar de zesde klas werd bevorderd.

Mogelijk is hiervoor een verklaring de Franse tijd met zijn moeilijke economische situatie, die het schoolbestuur noopte eens in de boekenkast rond te kijken of er niet wat stond om aan veelbelovende leerlingen cadeau te doen. Het was namelijk bij Latijnse scholen, ofwel gymnasia, de gewoonte dat eens per jaar in een plechtige zitting van school-bevolking en schoolbestuur de te prijzen leerlingen voor hun schoolbevorderingen met een prijsband werden beloond. Een aantal van die prijsbanden is door de vaak fraaie uitvoering gelukkig bewaard gebleven, maar het gemeentearchief van Culemborg had er nog geen "in zijn collecties en het is een gelukkig feit, dat wij er nu een bezitten. De prijsband is nog des te interessanter, omdat de bekroonde J.T.H. Nedermeijer von Rosenthal het later ver zou schoppen in de maatschappij.

Het geslacht Von Rosenthal

Het geslacht Von Rosenthal stamde oorspronkelijk uit Oostenrijk. De drie broers Georg, Andreas en Hansen von Rosenthal, uit Wenen, werden op het eind van de zestiende eeuw door keizer Rudolf II in de Duitse adelstand verheven met de titel van "Ritter des Heiligen Römischen Reiches". De achterkleinkinderen van Georg werden in 1788 bij decreet van keizer Josef II erkend als Edler (edellieden) von Rosenthal. Een zoon daarvan, Johan Conrad von Rosenthal (Wesel 1735-1815), trouwde in 1759 de toen achttienjarige schone Wilhelmina Elisabeth Moritz von Rossdorff, die haar man maar twee jaar overleefde. (1)

Met hun in 1762 in het Saksische Weissenfeld geboren zoon Hans Heinrich Conrad komen we eindelijk weer in Culemborgs vaarwater. Hij studeerde rechten in Duisburg, werd auditeur-militair te Wesel, en werd later als zodanig toegevoegd aan het regiment van luitenant-generaal Von Goudi, dat door Koning Frederik Willem II van Pruisen in 1787 naar de Republiek werd gezonden om de door het conflict met de patriotten zich in een benarde positie bevindende stadhouder Willem V en zijn echtgenote Wilhelmina van Pruisen te hulp te schieten. Wilhelmina van Pruisen werd indertijd geruchtmakend aangehouden bij Goejanverwellesluis en was een zuster van de Pruisische koning.

portret van Von Rosenthal

Het regiment van Von Goudi werd ingekwartierd in Gorinchem en te Culemborg kwam Hans Heinrich Conrad von Rosenthal in contact met Mr. Hannibal Theodorus Bosch, die raadsheer der grafelijke lenen was in dienst van de al genoemde stadhouder Willem V, en die het ongetwijfeld zal hebben toegejuicht, dat zijn broodheer door de Pruisen geholpen werd. Ten huize van raadsheer Bosch en diens echtgenote Catharina Maria Nedermeijer maakte hij kennis met de oudste dochter Louisa Anna Bosch (Culemborg 1772-Zutphen 1830). Waarschijnlijk was het liefde op het eerste gezicht, want na het einde van de Pruisische expeditie nam. Hans Heinrich Conrad von Rosenthal ontslag als auditeurmilitair, verliet Pruisen en vestigde zich voorgoed in Culemborg.

In die plaats maakte hij zeker in onze ogen voor een buitenlander een bliksemcarrière, maar waarschijnlijk was daar schoonpapa Bosch mede debet aan. In 1789 werd Von Rosenthal schepen van Culemborg en als zodanig bleek hij opgenomen in de toenmalige magistraat en dus in de Culem-borgse "upper ten". In 1791 trouwde hij met Louisa Anna Bosch en in de jaren 1792-1797 was hij schout, een soort combinatie van politiecommissaris en rechter. Uit het huwelijk met Louisa Anna Bosch (2) werden zes zonen en twee dochters geboren. De oudste zoon was Johan Theodoor Hendrik, die te Culemborg werd geboren op 27 maart 1792. Hij was degene die in 1810 werd verrast met de fraaie prijsband. Aan de familienaam Von Rosenthal werd in zijn geval de naam Nedermeijer toegevoegd, de familienaam van de grootmoeder van moederskant. Zijn nageslacht bleef die toevoeging bij de naam houden tot 1939 toen de familie in mannelijke lijn uitstierf.

Naast de tak Nedermeijer von Rosenthal was er ook nog de tak Bosch von Rosenthal, die afstamde van de vierde zoon, waarschijnlijk zo genoemd naar de grootvader van moeders kant, en een tak Ziegenhirt von Rosenthal, die afstamde van de vijfde zoon, Jan Hendrik Albert. (3)

Een veel belovend jongmens

In de inscriptie in de prijsband, die onder andere werd ondertekend werd door M.P.A. Roos van Hoytema en grootvader H.T. Bosch, werd Johan Theodoor Hendrik Nedermeijer von Rosenthal reeds een veel belovend jongmens genoemd en hij heeft de hooggespannen verwachtingen niet teleurgesteld.

Na het doorlopen van de Hollandse en Franse school bezocht hij de Latijnse school, waarop hij dus bij de overgang van de vijfde naar de zesde klas met een prijs bekroond werd. In 1811 reeds werd hij ingeschreven aan de hogeschool te Leiden als student in de rechten en na vijf jaar wist hij zijn studies tot een bevredigend eind te brengen met zijn promotie op 24 juni 1816. In 1816 vestigde hij zich als advocaat in Culemborg en hij drukte daar de voetsporen van zijn vader door zijn benoeming in 1817 tot auditeur bij de dienstdoende schutterij.

Lang zou hij echter niet in Culemborg blijven, want in juni 1817 werd Johan Hendrik Theodoor al weer benoemd tot substituut-officier van justitie bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Arnhem. Een Rechtbank van Eerste Aanleg is ongeveer te vergelijken met een arrondisementsrechtbank thans. In 1821 werd hij auditeur-militair in Gelderland, uit welke functie hij twintig jaar later ontslag nam na zijn benoeming als lid van de Tweede Kamer van de Staten-Generaal. In Arnhem bekleedde hij in zijn vrije tijd tal van functies bij de Nederlands-Hervormde Kerk, het Algemeen Kerkbestuur, de Schutterij en het departement Arnhem van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. In 1833 werd hij in de Arnhemse gemeenteraad gekozen, waarin hij tot 1849 zitting had. In 1841 en in 1844 werd hij er gekozen als wethouder. Hij combineerde deze functie met het lidmaatschap van de Tweede Kamer.

Parlementslid en Minister

Als lid van de Tweede Kamer was Nedermeijer von Rosenthal ook erg aktief. Zo kon hij één van zijn hobbies, te weten het militaire recht, uitleven als lid van de commissie van redactie voor de Nederlandse militaire wetgeving en was hij aanwezig bij de beraadslagingen van de "Negenmannen", een onofficiële commissie van parlementsleden, die zich bezig hielden met de verandering van de grondwet in democratische zin. Desondanks was hij zelf toch niet een van de indieners van een voorstel tot grondwetsherziening, maar wel diende hij in september 1845 een voorstel in tot wijziging van dat deel van de grondwet, dat betrekking had op het bestuur der provincies, maar zijn voorstel werd niet aangenomen.

Met de bekende liberale staatsman Thorbecke had Nedermeijer von Rosenthal nogal wat contact. Een brief uit Leiden (een van een hele reeks) begint Thorbecke met "Hooggeachte Bond- en Lotgenoot" en ook ook uit de rest van de brief blijkt een intieme vriendschap tussen Thorbecke en Nedermeijer von Rosenthal. Het was vermoedelijk ook Thorbecke, die hem uitnodigde lid te worden van de commissie tot herziening van de grondwet en na aanneming van het voorstel van die commissie werd Nederland een constitutionele monarchie.

Op 30 oktober 1849 trad Nedermeijer von Rosenthal toe tot het kabinet Thorbecke als minister van justitie en werd tevens belast met het departement voor de zaken van de Hervormde en andere Erediensten. Als minister van justitie was hij onder meer belast met de regeling van de nalatenschap van Koning Willem II en als één der gevolmachtigden was hij ook betrokken bij het huwelijk van een prinses der Nederlanden en kroonprins Karel Lodewijk Eugenius van Zweden en Noorwegen.

Als minister bracht hij verschillende wetten tot stand, w.o. de wet op het Nederlanderschap, de wet op het recht van enquête (van het parlement) en de wet op de cellulaire opsluiting. Zijn wetsontwerp op het recht van vereniging en vergadering moest echter op verzoek van parlementariërs zoveel veranderingen ondergaan, dat hij het ontwerp voorlopig voor beraadslagingen terugtrok. In mei 1852 diende hij een wetsontwerp in betreffende de samenstelling van de rechterlijke macht en het beleid der justitie, en dat ontwerp werd - op de schaal van Vrouwe Justitia gewogen - te licht bevonden. Het wetsontwerp werd verworpen en Nedermeijer von Rosenthal nam ontslag, dat hem op 15 juli 1852 werd verleend.

Nedermeijers gezondheidstoestand was inmiddels dermate achteruitgegaan, dat hij verder geen openbare functies meer ambieerde en zich samen met zijn vrouw Jeanette Wilhelmina van Overbeek, baronesse van Eek in een rustig leven terug trok om zich mede aan zijn gezin, dat uit drie zoons en vijf dochters bestond, te gaan wijden. In zijn nieuwe leven vond hij de rust om wat publikaties te verzorgen op het gebied van de rechtswetenschap en rechtsgeschiedenis, terwijl hij in 1852 lid werd van de Nederlandsche Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden.

Veel gegevens betreffende het leven van J.T.H. Nedermeijer von Rosenthal werden geput uit de inleiding door A.J. Huiser op de voorlopige inventaris van het Archief Nedermeijer von Rosenthal, Arnhem 1974 (4), terwijl ik dank verschuldigd ben aan P. Schipper te Tiel voor zijn vertaling van de Latijnse teksten.

Noten (red.):
  1. Deze Johan Conrad was een zoon van Conrad von Rosenthal (1679-1746) en Anna Maria van de Wall (1698-1765).
  2. Von Rosenthal was een edelman en mogelijk in die hoedanigheid voor de familie Bosch een aantrekkelijke huwelijkspartner voor Louisa Anna. Was het huwelijk in eerste aanleg in maatschappelijk opzicht - statusverhoging voor Bosch en financiële verbetering voor Von Rosenthal - een succes, in emotioneel opzicht bleek de verbintenis een ongelukkige zaak.Na bijna vijftien jaar van ruzies en verzoeningspogingen verdween Hans Heinrich Conrad naar Maastricht, waar hij in 1822 overleed. De financiën van zijn schoonfamilie bleven nog lange tijd belast door de verplichtingen, die hij met zijn spilzieke levenswijze was aangegaan.
  3. De tak Bosch van Rosenthal bestaat nog en breidde zich in deze eeuw aanzienlijk uit. De tak Ziegenhirt van Rosenthal stierf in 1903 uit met het overlijden van Johan Hendrik Alberts zoon J.H.L.A. Ziegenhirt van Rosenthal.
  4. De afzonderlijke archieven van takken Nedermeijer, Ziegenhirt en Bosch van Rosenthal zijn inmiddels samengebracht in één archief, dat berust in het Rijksarchief in Gelderland. De inventaris verscheen in 1986: F.F.J.M. Geraedts, inventaris van de archieven van de families Bosch, van Rosenthal en aanverwanten. Het archief is voor de Culemborgse geschiedenis zeer interessant.
Links