Een bezoek met de bus van een groep Culemborgers aan Hoogstraten, het graafschap in de Belgische Kempen, dat in de zestiende eeuw evenals Culemborg weldadig door Vrouwe Elisabeth en haar man Anthonis van Lalaing werd bestierd, was in 1937 de directe aanleiding tot de oprichting van ons genootschap 'A.W.K. Voet van Oudheusden'.

door Otto J. de Beus
eerder verschenen in Voetnoot 9

In Hoogstraten bestond toen al geruime tijd een Hoogstratens Oudheidkundige Kring (H.O.K.). Wat in Hoogstraten wel gelukt was, moest in Culemborg toch ook van de grond komen?

Otto de Beus was een van de initiatiefnemers, en als penningmeester jarenlang bestuurslid van Voet. Hieronder volgt zijn verslag van het bezoek, boeiend door de de sfeerschildering, vol van beleving, en voor nu wel zo leuk omdat Hoogstratense boogschutters en vendelzwaaiers deze zaterdag het Culemborgse zomerfeest opluisteren en het Hoogstratense gemeentebestuur de gast is van ons stadsbestuur, [red.]

Zondag 12 September 1937 ging een gezelschap van 25 personen per autobus van den heer Veen naar Hoogstraten. Er waren personen bij die voor het eerst deze plaats bezochten en er waren er bij die daar reeds eerder zijn geweest.

ELISABETH: KWEZEL OF NOBELE VROUWE

Hoogstraten dat uit historisch oogpunt zoo nauw met Culemborg verbonden is geweest, vooral in de zestiende eeuw, blijkt nu bij vele Culemborgers belangstelling te wekken wegens bewaarde schatten van haar die Culemborg óók van vele monumenten heeft voorzien: Elisabeth van Culemborg. Nog voor kort geleden had men in Culemborg van deze nobele figuur een voorstelling van een fanatieke vrouw, van een kwezel, kortom van iemand die de geestesstroomingen negeerde en bekrompen was in 't kwadraat.

Verschillende factoren hadden en hebben de Culemborgers in die meeningsrichting gedreven.

Voet van Oudheusden in zijn Historische Beschrijving van Culemborg; Dr. Schotel in zijn werk over Floris I en II van Pallandt, Graven van Culemborg; Mr. Alma in zijn Gedenkboek van het Elisabeth Weeshuis en - last but not least - door het geschilderde portret van 'n adellijke dame met 'n zuurvroom gezicht, dat in de Regentenzaal van het Weeshuis hangt en tot voor enkele jaren geleden als een conterfeitsel van Elisabeth werd gehouden.

In Hoogstraten wordt men al heel gauw van dien waan genezen. Daar leert men haar zien in het raam van de eerste helft der zestiende eeuw. Een vorstelijke en een vermogende vrouw die superioriteit had in haar milieu en die zoo als ieder gewoon mensch den invloed onderging van de toen heerschende begrippen. Gemeenschapszin, moraliteit en Godsdienstige begrippen werden toen anders beleefd en gevoeld dan in het heden. Deze historische ontwikkeling, hoezeer ook van belang om het wezen der geestelijke dingen te begrijpen, is nu eenmaal nooit de beslissende factor voor de behoeften van het gemoed. De menschen veranderen en met hen de zielsbehoeften. Wat voor deze wisseling geen oog heeft, is gedoemd onder te gaan.

SCHITTEREND MAUSOLEUM

Ons doel om de kerk te Hoogstraten op 'n Zondag te zien werd nu bereikt en bevredigd. Reeds eerder hadden wij dat kerkgebouw van binnen gezien - eigenlijk rustig bekeken, omdat er toen geen Godsdienstoefeningen werden gehouden. Dan: lijkt die kerk een schitterend mausoleum. Immers Elisabeth van Culemborg liet deze kerk bouwen - liet zich conterfeitselen opdat haar beeltenis op de deksteen der tombe zou komen te liggen. Lijkt dan dit kerkgebouw niet als een koepel die door vele kunstenaarshanden werd versierd en als 't ware het graf van Elisabeth overhuift?

Wij weten nu meer.

Toen ons gezelschap ongeveer te negen uur in Hoogstraten aankwam - hulde aan den autobusverhuurder en bestuurder! - stond de Eerwaarde Heer J. Lauwerijs ons op te wachten. Deze Priester, Professor aan het Seminarie te Hoogstraten, de ziel, de leider, de schrijver, de vorscher, de organisator, de explicateur van Hoogstraten's Oudheidkundigen Kring; de man die woekert met tijd en met de hem geschonken vele talenten, doet altijd voor Culemborgers die Hoogstraten bezoeken, alsof hij den tijd - zijn tijd - kan vermenig vuld igen.

Hij leidde ons meteen in 't Stadhuis, liet ons de schoonheid van Karel Boom's wandschilderingen zien waarvan op vele de vorstelijke verschijning van Elisabeth van Culemborg staat afgebeeld en daarna gingen we de kerk in naar

het priesterkoor, waar de graftombe van Elisabeth staat. Dan hebben de kunstgevoeligen geen oogen genoeg om het teerfijne beeldhouwwerk te bewonderen. En dan die gebrandschilderde ramen met de wapens van Culemborg er in.

IN DE BAN VAN HET SPROOKJE

Het was inmiddels tien uur geworden; de parochianen bevolkten de kerk; drie priesters met prachtige liturgische gewaden behangen traden voor het met brandende kaarsen versierde altaar; het orgel begon te spelen en ons geheele gezelschap zetelde zich in het priesterkoor waar de banken der kanunniken staan.

Als in den ban van 'n sprookje gevangen ondergingen de Katholieken den mistieken invloed van de Hoogmis en het niet-Katholieke deel van ons gezelschap had geen tijd te denken aan den 30sten Zondag van den Heidelbergschen Catechismus en kwam onder de bekoring van het ceremonieele dat den Katholieken Eeredienst kenmerkt.

De zichtbare handelingen, van nabij gezien, die voor de Katholieke geloovigen zoo'n diepe beteekenis hebben, blijven ook spreken tot de minder-getrouwe onder hen, die met dien Godsdienst weinig binding meer gevoelen.

Van de predicatie werd niet veel verstaan. De sonore stem van den gesticuleerenden preeker echo-de door de gewelven, doch zijn stemgeluid was niet en kon niet evenredig zijn aan de ruimte der kerk.

hoog-1.jpg

En zoo zat ons geheele gezelschap bij het bijna vierhonderd jaar oude graf van Elisabeth en al dien tijd werd zij in de Mis-gebeden herdacht en al dien tijd sprenkelden de priesters hare tombe met wijwater en bijna vier eeuwen lang stegen daar wierook-wolkjes omhoog. Wat kan de eene doode toch boven de andere bevoorrecht zijn ...., als menschelijke gevoelens gaan vergelijken.

EEN VERGELIJKING

Elisabeth van Culemborg heeft gewild dat haar lichaam in het hooge koor voor het altaar in de Ste. Catharine kerk te Hoogstraten zou komen te rusten. En onze Vlaamsche buren hebben altijd genoeg devotie en piëteit gehad om vier eeuwen lang hulde te brengen aan onze Elisabeth. Is dit niet een reden voor ons om dankbaar te zijn?

Wij gingen vergelijken, want Elisabeth heeft ook gewild dat haar hart te Culemborg moest blijven en het werd hier begraven in de St. Barbara kerk. Er werd ook 'n monument in deze kerk geplaatst. Doch in Culemborg is niets meer te vinden. De straffende hand heeft alles vernield. In onze St. Barbara kerk staat eveneens een prachtige monumentale graftombe waarin de stoffelijke resten bewaard worden van een totaal onbeduidende vrouw, Catherina Alida van der Dussen, die hier in 1745 als vreemdelinge stierf, doch die met haar geld een arm en van alle piëteit gespeend Bestuur van de kerk toen wist te dwingen om ten eeuwige dage in het hoge koor te mogen rusten en nog wel op de plaats waar het Hoog-altaar vóór de Hervorming heeft gestaan.

Deze wit-marmeren sarcophaag, waarop een treurend kind zit, leunend op een doodshoofd en met een omlaag gehouden fakkel in de linkerhand, symboliseert de prots van de doode, terwijl het geheel, hoe kunstvol ook de sculptuur is, het prachtige hooge koor onherstelbaar heeft bedorven. Naar de begrippen van dezen tijd een misdaad.

In Ste. Catherine kerk dwaalde onze geest even af, tengevolge van het trekken van parallelen tusschen twee kerken waarin Elisabeth's stoffelijke resten rusten.

DE KUNSTZIN DER KEMPEN

In Hoogstraten was dien dag een tentoonstelling van Hoogstratensche kunst. Wij hebben een oogenblik perplex gestaan over de kunstzinnighed onze

Kempensche naburen.

Van den Vlaamschen Volkskunstenaar, de heer Ost waren maar liefst 550 werken uitgestald! Bijna alle schilderstukken en teekeningen in de meest uiteenlopende vormen, waren den schilder geïnspireerd in en door Hoogstraten. Hij schonk alles aan Hoogstraten en hij verlangde er geen cent voor!

En toen Burgemeester Keestra, die ook tot ons gezelschap behoorde, de opmerking maakte dat wij Noord-Nederlanders dat gemeenschapsgevoel bij onze kunstenaars niet aantreffen, zeide de schilder-teekenaar, de heer Ost: "ik kom ook in Culemborg voor Culemborg schilderen en teekenen." Wij hebben dus nog wat te goed.

TUSSEN POËZIE EN PROZA

In den namiddag was er een openbare ommegang van beelden van Volksheiligen en van het schrijn waarin zich Heilige bloeddoeken moeten bevinden. In die processie liepen o.a. Ridders van het Heilig Graf. Het was overweldigend. Door al deze bijkomstig heden kon er niet zoo veel tijd besteed worden aan de andere bezienswaardigheden. De Barok-kerk, het Begijnhof en het museum werden overgeslagen en wij hadden zelfs geen tijd langs het geweldige Gelmelslot te rijden, daar waar Elisabeth gewoond heeft.

Toen het gezelschap op weg was naar huis, bleek er kermis in den Bosch te zijn. En toen zijn we allen even uitgestapt om des te beter het contrast te kunnen voelen tusschen poëzie en proza in het leven van alledag.

Tot op heden bestaat in Culemborg nog geen "Kring" van menschen die van onze geschiedenis houden en die kunstgevoelens bezitten welke voor ontwikkeling vatbaar zijn. Waarom in Hoogstraten wel en waarom in Culemborg niet?

Wij hebben toch menschen voldoende die in onze plaatselijke geschiedenis belang stellen?

Misschien gaat het in Culemborg wat stroever dan in Hoogstraten.