De oude vishal een klein gebouwtje dat in 1787 werd opgericht. In een tijd dat in de Republiek der Verenigde Nederlanden de strijd heerste tussen patriotten en oranjeklanten. In dat jaar vond ook de aanhouding plaats van Wilhelmina van Pruisen, de echtgenote van stadhouder Willem V, te Goejanverwellesluis.

Geschreven ter gelegenheid van Open Monumentendag 2002 door Marjan Budde.

Dat het in dat jaar ook te Culemborg onrustig was blijkt als men in het oud archief het Publicatieboek van het jaar 1787 inziet. Daarin staat vermeld dat op "26 maart 1787 de Magistraat der Stad Culemborg met veel indignatie ontwaar geworden zijnde dat dezer dagen moetwillige personen zig zoverre te buiten gegaan zijn, dat dezelve zig niet ontzien hebben om verscheide stadspompen te beschadigen; zo er de Justitie aangelegen legt dat dergelijke op zettelijke baldadigheden worden tegen gegaan. Wijdens door haar Edelachtbare aan elk en een ygelijk serieuselijk waarschouwen zig te onthouden van baldadigheden te pleegen aan het opbouwen van de nieuwe vischmarkt en 't goyen met steenen, op poene van 10 stadsponden zullen de ouders voor haar kinderen responsabel zijn; en worden de gerechtsbodens en dienaars der Justitie gelast scherp toezicht op dusdanige moetwilligheden te geeven. Actum op den Stadhuyze te Culemborg 26 maart 1787".

De Vishal in 2002

Zoals men ziet de tijden zijn veranderd niet de mensen.

De bouw van de vishal kostte f 1470.-. Dit bedrag is exact bekend, want in de stadsrekening kan men terugvinden dat aan de heer W.B. Heumen de aannemingspenningen voor het maken van een nieuwe vismarkt zijn begroot op f 1470-. Een hoge prijs indien men bedenkt dat in die zelfde tijd een groot huis aan de oost- zijde van de markt f 1200- kost en een eenvoudig huisje aan de noordzijde van de Havendijk 174,00.

De Visvrouw

De oude vishal is een laag gebouw aan een rechthoekig plein, gelegen aan de Havendijk. Het langwerpige bakstenen gebouw wordt aan de voorzijde door vier hardstenen geblokte pilasters in drieën gedeeld. De twee uiterste ruimten waren voor de visbanken bestemd en werden met een hek afgesloten. In het midden bevindt zich de ingang met daarvoor een portiek, rustend op twee hardstenen Toscaanse zuilen die een houten kroonlijst met doorbroken fronton dragen. Op de hoeken boven de zuilen en pilasters triglieven. Het lage schilddak is gedekt met ruitvormige leien. In een instructie van het stadsbestuur uit 1786 staat vermeld: "dat zij hebben goedgevonden dat diegene die salm ter markt brengen zullen genieten vier stuivers van een salm, en nog twee stuivers van yder salm daarboven. Mitsgaders van riviervis die levende wordt aangebragt een stuiver per gulden, dog alles bij provisie en tot kennelijk wederzeggen". In de stadsrekening van 1787 leest men dat de afslag van vis gedurende het eerste halfjaar werd gepacht door Cornelis van der Heuvel,en het tweede halfjaar door Pieter Labee, ieder voor zes gulden per halfjaar. Ook vond ik in het oud archief de instructies uit het jaar 1799 voor de vischgrommer (grommen is kaken van de vis), die ik u niet wil onthouden.

Instructie waaraan de vischgrommer zig zal, hebben te reguleren.

art 1. In den eersten zal hij grommer nauwkeurig toezien dat geene stinkende nog bedorven visch ter markt gebragt nog bij afslag verkogt word op poene van telkend te verbeuren drie guldens ten behoeve van de armen.

art.2. Ook zal hij grommer niet Vermogen 't zij voor zig zelfs, 't zij voor een ander eenig visch op den afslag mijnen. Meede op verbeurte telkend van drie guldens ten behoeve van also vooren.

art.3. Meede zal hij grommer zorgedragen dat zo ras het uur geslagen is, tegens hetwelk men dan afslag heeft doen uitroepen, den pagter aanstonds de visch verkoopt en ook dat den zelve niet eerder met de afslag begint.

art.4. De grommer van de visch zal genieten van den verkooper voor een salm die op de afslag word gebragt twee stuivers. Van twee salmen door een en dezelve persoon drie stuivers. Van drie salmen door een en dezelve persoon vier stuivers. En zo vervolgens van yder salm door dezelve persoon gebragt eene stuiver meer.

art.5. Den grommer zal van yder elft die op de afslag ter markt word gebragt, wanneer er tegelijk saim is, genieten twee penningen.

art.6. Zo de elft alleen verkogt word zonder salm, zal den grommer veel of weing zijnde, genieten twee stuivers.

art.7. De grommer zal yder verkoopen, 't zij hij veel of weinig zeevisch, die door den afslag subject is, aanbrengt, genieten 't zij tarbot zes stuivers.

art.8. Den grommer zal ook van de verkoopers van yder kar die met both, schollen, tarbot, steybot, rog, tongen, schanen, spiering, bokking en zels schelvis ter markt word gebragt, schoon van den Afslag bevrijdt genieten zes stuivers van yder kar. Voor welk loon hij gehouden zal zijn de eigenaars der karren in het verkoopen van hunne aankomst des morgens af tot des middags ten twaalf uuren toe te assisteren.

art.9. Ingevalle meer dan eene kar met zodanige visch die den afslag niet subject is word ter markt gebragt, zal hij grommer bij yder kar zodanige adsistentie moeten bezorgen tegens genot van zes stuivers per kar van yder verkooper.

art.10. wijdens reserviert de municipaliteit aan zig om deeze ten alle tijden te vermeerderen, verminderen, corrigeeren en veranderen naar bevind van zaaken. Aldus gearresteerd op den Stadhuyze te Culemborg 2 december 1799.

Op voorengaande instructie heeft Christiaah Turk, als vischgrommer den eed afgelegd voor de municipaliteit op den Stadhuyze te Culemborg, den tweede december 1799.

Een visboer met mand

 Zoals u ziet is regelgeving, en zelfs gedetailleerde regelgeving ook niets van deze tijd. De oude vismarkt en de oude vishal. Om na te gaan waarom de vishal op dit plekje gebouwd is, gaan we een stuk verder terug in de historie, want het huidige plekje is al erg oud. In de boeken die de geschiedenis van Culemborg beschrijven, kan men al vroeg iets vinden over de plek waar de vis bij afslag verkocht werd. "De Havendijk is door Johan de Agsten, Heer van Culemborg, aangelegd tot gerijf en wooninge der schippers en door Gerard zijn broeder, den negenden heer, voltrokken. Dit is geschied in het midden en op het laatst der veertiende Eeuw (Voet van Oudheusden). In 1360 werd het Schipperskwartier rond de Havendijk omgracht en bouwde men een nieuwe Lekpoort. In 1518 is op bevel van heer Anthonis en vrouwe Elisabeth een nieuwe haven aangelegd en bedijkt ten noorden van de stad. "De Havendijk is omringt met aerde wallen, en aan de buytenzijde met een steene muer bekleed, insgelijks met verscheide toorens en wagthuizen versterkt". Aldus weer Voet van Oudheusden. In het Schipperskwartier waren in die tijd de volgende straten gelegen: op de Havendijk, de Lekstraat of Havendijk, De langen Havendijk, de Vischmarkt en met noch een Achterstraat. In 1519 werd de vismarkt verplaatst van de plaats waar men nu het stadhuis aantreft naar de huidige plek. Vermoedelijk achtten vrouwe Elisabeth en haar gemaal de vismarkt in de oude situatie minder op zijn plaats. Wellicht vanwege de geur? Of vanwege de in 1518 aangelegde nieuwe haven of mogelijke gedachten aan de toekomstige bouw van het stadhuis? Hoe het ook zij, in 1519 werd de vismarkt verplaatst naar de Havendijk. De plek werd bestraat en van nieuwe, flinke visbanken voorzien.

Volgens de stadsrekening van 1519 was hij groot: 10 roeden en twintig vierkante voeten. Op 6 juli 1578 kondigde graaf Floris een ordonnantie af, waarbij het ten strengste verboden werd vis door Culemborg te transporteren, indien deze niet minstens een uur op de visbanken ten verkoop was aangeboden.

De aanwezigheid van vis moest door de stadsomroeper met bekkenslagen aan de burgers bekend worden gemaakt. Een gebruik dat tot in deze eeuw heeft standgehouden. Dat de stadsomroeper verplicht was aan vele voorschriften te houden blijkt uit een instructie uit 1748 (archief van de graven van Culemborg). Men kan daarin lezen "waarna Leendert Denik als deser stadsomroeper sig zal hebben te reguleren. Zo zal hij haast van de Heeren van de Magistraat of ijmand van haar Edelachtbare ontboden en gelast om iets om te roepen de stad of het gemeente land aangaande, sig daartoe aanstonds willig en bereid tonen omme die orders zonder salaris te obedieren. Zal bij aankomst van visch die alhier te koop wordt gebragt aanstonds omroepen wat soorten het zijn en wanneer deselve afgelslagen en verkogt zullen worden. Zal die omroeping zelvs moeten doen door de geheele stad zonder eenige straaten over te slaan. Aldus gedaan ende gearresteert bij den magistraat den 19 Februari 1748".

Dat de stadsomroeper in het begin van deze eeuw nog naar deze instructie handelde, zullen sommige Kuilenburgers zich nog wel herinneren. In die tijd werd de vis verkocht door de heer A.Merkx, die deurwaarder was van de plaatselijke belastingen en tevens keurmeester en afslager van de vis. Hij volgde in deze functie zijn vader op. Merkx werd geassisteerd door Manus van Empel. Zij beiden zorgden er voor dat vaak ook aan minder draagkrachtigen een maaltje vis werd meegegeven.

Het is logisch dat door het veelvuldig gebruik van het gebouw een goede onderhoudsbeurt op zijn tijd wel nodig was. In de Culemborgse Courant uit het jaar 1909 is in de rubriek "Onze Buurt" het volgende te lezen. Bij de behandeling van de begroting van 1909 werd in november 1908 besloten bij acclamatie om een som van f 325.- uit te trekken voor restauratie van de Oude Vishal. Het rapport van de commissie van onderzoek vermeldt: "De restauratie heeft thans plaats gehad en het oude gebouwtje is als een Phoenix uit haar as herrezen.

Bij schoonmaakwerkzaamheden tijdens de restauratie werd in de voet van een zuil de naam D.N.Hoytema ontdekt. Nader onderzoek leerde dat Dominicus Namna van Hoytema in 1745 Schout en Richter der stad en graafschap van Culemborg was. Waarschijnlijk is onder zijn ambtsvervulling de Oude Vishal gebouwd. Deze van Hoytema stierf namelijk in 1796. Van het vroegere Schipperskwartier is jammer genoeg veel verdwenen of veranderd. De vishal is eigenlijk nog het enige autentieke bewijs van de vroegere levendige handel.

Blij zijn wij daarom met de restauratie van het jaar 1978. Die heeft het mogelijk gemaakt dit kleine monument weer te laten fungeren als een ontmoetingsplaats van de Culemborgers. Eind jaren negentig was het gebouwtje weer aan een flinke opknapbeurt toe. De acties die omwonenden voerden om dit zo snel mogelijk te realiseren geeft aan hoe men deze plek waardeert.

In 2001 is de vishal gerestaureerd. Dit had wel tot gevolg dat de vishal tevens antiekwinkel de hele zomer was gesloten en het pleintje ervoor er verlaten bij lag. Gelukkig is de vishal deze zomer weer open en fungeert het als vanouds weer als gezellig ontmoetingspunt. Op monumentendag werd het officieel geopend door wethouder Jur Marringa.

M.A.Th. Budde-Burgers.