Lezing door Herre Wynia en Eric Graafstal; beiden archeologen van de gemeente Utrecht.

 

Het Leidsche Rijngebied is een omgeving die rijk is aan historie. Het gebied wordt al zo'n 3000 jaar door mensen bewoond, hetgeen voor heel wat overblijfselen uit de loop der jaren heeft gezorgd. Omstreeks het begin van onze jaartelling drongen Romeinen door tot de (Oude) Rijn. De rivier wordt één van de grenzen van het Romeinse rijk.

Er zijn verschillende overblijfselen in de grond uit deze Romeinse tijd.

Zo zijn er resten van een Romeinse weg opgegraven. Er is lang gezocht naar deze weg, totdat hij september 1997 tevoorschijn kwam. Op dezelfde dag werd vlak ernaast een perfect geconserveerd Romeins vrachtschip gevonden. Deze is in mei 2003 geheel opgegraven. Geheel onverwacht vonden archeologen daarna, op 26 juni 2003, een tweede Romeins schip. Dat lag op circa 150 meter van het reeds geborgen schip en is nóg groter: waarschijnlijk tussen de 30 en 35 meter lang.

Een ander opmerkelijk feit is beschreven op de website Archeonet; de inhoud luidt als volgt: Een siddering ging door het lichaam van Erik Graafstal, toen hij ruim een jaar geleden in het bouwplan. De Woerd in De Meern (Leidsche Rijn) getuige was van een unieke en opzienbarende vondst.

De Utrechtse archeoloog stond te bellen, toen een collega een messing voorwerp onder zijn neus duwde. Koud uit de grond geschept. Het bleek een sierbeugel van een Romeinse helm te zijn. Uit de periode 150 en 250 CE. "Bij mij sloegen direct de stoppen door. Ik stond met mijn mond vol tanden," herinnert hij zich. Een jaar lang is het pronkstuk geheim gehouden. Om te voorkomen dat de vindplaats zou worden overspoeld door souvenirjagers en 'metaaldetectorpiloten'. Van de Romeinse helmbeugel is bovendien een koperen replica gemaakt, die de oorspronkelijke vorm laat zien.

De rijkversierde voorhoofdsband is zeer zeldzaam. Ook internationaal gezien.