krantenartikel over brand asperen

Uit Rotterdamsch Nieuwsblad, 7 Maart 1896.

Over de oorzaak van den geweldigen brand, die een groot deel van Asperen in de asch legde, verkeert men vooralsnog in het onzekere. Beweert de een dat kinderen in een hooiberg bij de stede van A. Looyen met lucifers aan 't spelen zijn geweest, anderen zoeken de schuld bij een meisje dat een vuurtje heeft gestookt. In elk geval dus onvoorzichtigheid van spelende kinderen.

Hulde verdient te worden gebracht aan de bemanningen der verschillende spuiten, vooral aan het detachement uit Gorinchem dat zich kranig heeft gehouden. Met enorme krachtsinspanning werd het schoolgebouw behouden, de meeste spuiten waren geruimen tijd bezig dit huis onder water te houden, want als het door het vuur was aangetast, zou in den hevigen wind en met het oog op de licht ontvlambare belendende perceelen de ramp onberekenbaar groot zijn geworden. Het verbrande kerkje dateerde van het jaar 1401, het was het mooiste Gothische gebouwtje in deze aan geschiedkundige overblijfselen toch reeds rijke streek.

De geleden schade is enorm, naar billijke raming zal die f 170.000 bedragen. De meeste eigenaars van de nu verbrande steden hadden hun eigendom verzekerd bij de Tielsche maatschappij, alleen ds. D. Smit, wiens pastorie, zooals wij gisteren meldden verbrand is, was niet verzekerd, en dan hadden nog een aantal anderen hun hooibergen niet geassureerd. Zeer groote schade leden A. Looyen, A. Van Herwaarden, ds. Smit en A. Van der Pol. Tot gisteravond bleven enkele handspuiten de puinhoopen nat houden, want telkens vloog hier en daar nog een vlam omhoog uit de smeulende massa. Treurig ziet het er thans in Asperen uit. Over een groote oppervlakte liggen de zwartgeblakerde vormlooze hoopen, nat en dood. Hier en daar waaien nog vlokken witte damp op, het laatste levensteeken van het stervend vuur, dat zoo hevig geleefd heeft.

Gisteravond waren de eigenaars van de verschillende veegroepen, die in den vreeselijken avond naar in het land gejaagd werden, doende hun dieren te verzamelen om ze te brengen in de stallingen die van alle zijden deelnemend worden aangeboden. Menigeen kwam dan nog tot de treurige ontdekking, dat er meer van zijn dieren verbrand waren, dan hij eerst wel dacht. Bovendien is het vee, plotseling uit den warmen stal in de zeer gure avondlucht gebracht, door dien overgang sterk aangepakt. De nadeelen door dezen vreeselijken brand veroorzaakt, zijn nog niet ten volle geleden.

Uit Rotterdamsch Nieuwsblad, 23 Mei 1896.

geen financiƫle bijstand nodig in Asperen Voor de Rechtbank te Tiel stond gisteren terecht C.V., ventster, te Asperen, oud 15 jaar, beklaagd van den op 4 Maart jl. aldaar plaats gehad hebbenden brand, te hebben aangestoken. De Officier van Justitie betoogde, dat het bewijs voor die brandstichting was geleverd, doch dat de jeugdige baldadige had gehandeld, zonder oordeel des onderscheids en eischte, dat zij zal worden ontslagen van rechtsvervolging en geplaatst zal worden in een rijksopvoedingsgesticht tot zij den leeftijd van 18 jaar zal bereikt hebben.

Gelukkig was er ook toen al een vorm van jeugdrecht en, ook gelukkig, de gemeente Asperen had genoeg geld, assistentie van de koningin was niet nodig: