familie baarsIn het kader van de Maand van de Geschiedenis organiseert Bibliotheek Rivierenland in samenwerking met ons Genootschap op woensdag 8 oktober de lezing 'Kinderen van de Oorlog'. De lezing, die gegeven wordt door Gonda Scheffel-Baars uit Tricht, start om 20.00 uur en vindt plaats in de Lutherse Kerk, Achterstraat 2 in Culemborg.

Goedbeschouwd zijn alle mensen die tijdens de (Twee Wereld)oorlog kind waren kinderen van de oorlog. In de kringen van zelfhulpgroepen en therapeuten worden echter vooral die mensen als kinderen van de oorlog gezien die in speciale moeilijke situaties verkeerden of traumatiserende gebeurtenissen meemaakten. Die gebeurtenissen kunnen heel divers zijn: onderduiken, vluchten, het meemaken van een evacuatie, leven in een concentratie,- of Jappenkamp, het meemaken van beschietingen of bombardementen, het moeten zwijgen omdat vader of moeder in het verzet zat of juist collaboreerde etc. Later, bij het verwerken van de ervaringen, zal het wel verschil gaan maken aan welke kant de ouders stonden, maar de psychische schade die de persoon als kind opgelopen heeft is in beide gevallen groot. Ook kinderen die na de oorlog geboren zijn, kunnen nog te lijden hebben van de trauma's van hun ouders of grootouders, als die niet in staat geweest zijn om hun belastende ervaringen te verwerken.

Gonda Scheffel-Baars, zelf ook kind van de oorlog, schrijft in het 'Verhalenarchief': Het heeft jaren geduurd voordat ik afgeleerd had om mijn verhaal te beginnen met: Mijn vader….Het lijkt onlogisch om je levensverhaal niet te beginnen met over jezelf, maar in plaats daarvan met over je vader te spreken. Maar zo onlogisch is dat niet als je vader lid van de NSB geweest is en je leven door die politieke keuze ingrijpend beïnvloed is. Intussen weet ik dat kinderen die de oorlog meemaakten in een heel andere context – in een Jappenkamp bijvoorbeeld, of als kind van een verzetsfamilie – met veel problemen in hun leven te maken kregen waar ook ik mee worstelde. Als ik in zo’n andere situatie geboren was, had ik me ook met de oorlog moeten bezighouden, al zou de rol van mijn vader daarin minder prominent aanwezig zijn geweest. Als kind van de oorlog begin ik mijn verhaal tegenwoordig dus met ‘Ik…’

Tijdens deze lezing is er geen boekentafel, u kunt dus geen boeken lenen of inleveren.

KINDEREN VAN DE OORLOG

Samenvatting door Gonda Scheffel-Baars

In principe zijn alle mensen die kind waren tijdens de (een) oorlog 'kinderen van de oorlog'. Maar meestal verstaan we daar onder mensen die tijdens die oorlog traumatiserende gebeurtenissen meemaakten of in belastende omstandigheden leefden, en daar door op latere leeftijd met psychische of sociale problemen te maken krijgen.
Soms wordt onder 'kinderen van de oorlog' alleen die mensen verstaan die zonder die oorlog niet geboren zouden zijn, nl. kinderen verwekt door buitenlandse soldaten, hetzij bezetters, hetzij bevrijders. Er bestaan enkele organisaties waar deze mensen elkaar treffen, bijvoorbeeld kinderen van Duitse militairen in Denemarken, Noorwegen en Frankrijk. Er zijn ook organisaties van kinderen van Amerikaanse of Canadese vaders. Wat al deze mensen gemeen hebben is, globaal genomen, een zwijgende moeder, een onbekende vader, een drang om de eigen afkomst te onderzoeken om de onvolgroeide identiteit vollediger te maken.

In de Tweede Wereldoorlog zijn grote groepen kinderen geëvacueerd om ze aan oorlogsgeweld te onttrekken en ze naar veiliger streken over te brengen. In Groot-Brittannië en in Finland ontwierpen de regeringen evacuatieprogramma's en de gigantische logistieke klus werd met succes geklaard. De kinderen werden echter van hun ouders gescheiden wat voor kinderen een zeer belastende ervaring is. Kinderen kwamen in een vreemde omgeving, spraken de taal of het dialect niet, zusjes en broertjes raakten elkaar kwijt, er was zorg om de achtergebleven familie die in de gevarenzone woonde. Na de oorlog voelde het geëvacueerde kind zich vaak een vreemde eend in de bijt, omdat het heel andere ervaringen had opgedaan dan de rest van de familie.
Kinderen maakten bombardementen of beschietingen mee; voor hen maakte het niet uit of er op de bom stond 'made in the UK' of 'made in Germany'. Een bom is een bom en een kind is bang, of het nu behoort tot de kant van de bezetter of tot die van de verdediger/bevrijder.

Kinderen die tot verschillende categorieën behoorden – Joodse familie, verzetsouders, Duitse ouders, kinderen die in Jappenkampen hadden gezeten of kinderen van collaborateurs – ontmoetten elkaar in Nederland in de organisatie Kombi (1990-2010). Zij ontdekten hoeveel overeenkomsten er waren tussen de problemen waarmee zij zich geconfronteerd zagen, terwijl de verschillen een veel kleinere rol speelden. Hoewel kinderen met verzetsouders trots op hen kunnen zijn en kinderen van 'foute' ouders (NSB-kinderen) juist niet – zij schamen zich of voelen zich schuldig – toch hebben ze ook iets gemeenschappelijks. De buitenwereld tolereert het niet als een kind van een verzetsstrijder iets negatiefs over zijn vader zegt, en tolereert het evenmin als een kind van een NSB'er zich positief over die vader als vader uitlaat. In beide gevallen mag het kind de vader (of moeder) niet zien zoals hij die ziet en staat voor het dilemma: blijf ik trouw aan mezelf en blijf ik bij mijn mening – en vind de volwassenen onbetrouwbaar – of zwicht ik 'voor de lieve vrede' en leer ik af te voelen wat ik voel en te zien wat ik zie.

De na de oorlog geborenen hebben de oorlog niet meegemaakt, maar kunnen die 'erven' als zij opgroeien in een gezin waarvan de ouders hun handen vol hebben aan hun eigen oorlogservaringen en daardoor emotioneel niet beschikbaar zijn voor die kinderen (ook oorlogskinderen groeien vaak in deze omstandigheden op). Velen gaan hun ouders ontzien, worden 'moeders van hun moeder' en 'vaders van hun vader'. Als na de oorlog geborenen met problemen bij de hulpverlening aankloppen is de link met de oorlog niet zo makkelijk te leggen. Die hulpverleners die informeren naar de oorlogsgeschiedenis van de familie bewijzen hun cliënten een goede dienst, omdat de oorzaak van de psychische onrust opgespoord wordt en in therapie kan worden geëxploreerd.