In 2007 staat de Open Monumentendag in het teken van de monumenten van de twintigste eeuw: 1900 - 1965. Wij leiden u onder andere langs de een paar monumentale panden die de culemborgse architecten Gijsbartus Prins en Theo Ausems hebben gemaakt. En we hebben een fotoverslag voor u.

Fotoverslag

Wijs met uw muis op een foto en klik één keer.

Inleiding thema 2007

Het thema moderne monumenten beslaat de periode 1890 – 1965.

Het einde van de 19e eeuw kenmerkt zich vooral in vele neostijlen zoals neogotisch, neorenaissance, neoclassistisch en eclectisch. Rond de eeuwwisseling, toen het geloof in de vooruitgang en de toekomst algemeen werd, ontstond er een nieuwe stijl van bouwen en decoreren. Deze verschillende stijlen zullen hierna worden beschreven.

In Culemborg is er in deze periode ook veel gebouwd. Van 1890 tot 1930 heeft vooral de stadsarchitect Gijsbartus Prins heel veel ontwerpen gemaakt, van villa’s tot arbeiderswoningen, van winkelpuien tot grote fabrieken en zelfs ziekenhuizen. Vooral in zijn beginperiode ontwierp hij nog in de neostijlen van eind 19e eeuw. Later kwamen ook in zijn ontwerpen de kenmerken van het nieuwe bouwen, maar hij behield toch zijn eigen stijl.

Van 1930 tot 1965 was het architect Theo Ausems die zijn stempel drukte op heel veel gebouwen in Culemborg. Hij verwerkte in zijn architectuur verschillende moderne stijlen maar nooit nadrukkelijk. Hij keek vooral naar het gebruik en de omgeving waar het pand moest komen. Architect Ausems was heel bekwaam in historiserend bouwen en zet menig toerist daardoor nog op het verkeerde been. Vele restauraties heeft hij geleid.

In de monumentenwandeling staat aangegeven welke huizen door Prins en Ausems zijn ontworpen. Het zijn er onwaarschijnlijk veel. Eigenlijk zijn het er nog veel meer maar dan zou de wandeling veel te lang worden.

De nieuwe stijlen

Jugendstil 1895-1915
In de Jugendstil of de art nouveau werd de natuur als voorbeeld genomen en sierlijke lijnen waren een belangrijk onderdeel. Door elkaar gevlochten plantenstengels, terugbuigende bloemknoppen en slingerde klimop waren bekende Jugendstilmotieven, die met name op tegeltableaus zijn terug te vinden. Er werd gebruik gemaakt van nieuwe bouwmaterialen als beton, ijzer, glas en geglazuurde baksteen.

Rationalisme 1900-1920
Naast de internationale georiënteerde Jugendstil, ontwikkelde zich een meer nederlandse stijl: het Rationalisme. H.P. Berlage is nauw verbonden met het Rationalisme. Zijn koopmansbeurs in Amsterdam uit 1903 is een keerpunt in de Nederlandse architectuurgeschiedenis. Berlage streefde naar een eerlijk gebruik van de bouwmaterialen. Baksteen moest eruit zien als baksteen en niet verstopt worden achter een pleisterlaag. Constructie stond voorop. Het ornament diende als accent van de constructie.

Amsterdamse School 1910-1930
Na 1910 ontstond er in Amsterdam een expressieve baksteenarchitectuur. De nadruk lag niet meer op de constructie en de plattegrond, zoals bij het Rationalisme, maar op een plastisch vormgegeven buitenkant. In de uitbreidingsplannen van Amsterdam werden complete straatwanden met tientallen woningen achter een gevel ontworpen. De baksteen was het bouwmateriaal bij uitstek om een gevelwand te laten golven en in die wand allerlei balkons, mozaïekachtige structuren en versieringen aan te brengen. Het expressionisme, of Amsterdamse School, is een typisch Nederlandse aangelegenheid.

Het Nieuwe Bouwen 1915-1960
Het Nieuwe Bouwen, ook wel functionalisme of Nieuwe Zakelijkheid genoemd, betekende een breuk met het verleden. De toepassing van nieuwe bouwmaterialen als staal, beton en geprefabriceerde panelen zorgden voor een nieuwe vorm van bouwen. Aanhangers van deze stijl moesten niets hebben van de Amsterdamse School. Voor hen was ruimte, licht en lucht van zelfsprekend en daar bouwden ze naar. Beton en staal boden de mogelijkheid ijle constructies te ontwerpen met veel binnenruimte. Dankzij de beschikbaarheid van stalen ramen konden grote raamvlakken worden gemaakt waardoor veel licht naar binnen kon komen. Versieringen werden geheel afgezworen. Appartementengebouwen uit de jaren dertig in de stijl van het Nieuwe Bouwen doen haast naoorlogs aan.

Traditionalisme 1925-1960
In bepaalde kringen ontstond verzet tegen het Nieuwe Bouwen of functionalisme. In de ogen van velen waren de gebouwen geen streling voor het oog. De grote animator van dit verzet was de Delftse hoogleraar M.J. Granpré Molière. Hij was op zoek naar de eeuwige waarheid in de architectuur en was tegenstander van vergankelijke stromingen. Zijn ideaal was een harmonische verhouding tussen techniek en vorm. Zijn stijl wordt ook wel de Delftse School genoemd. Bij de kerkenbouw werd de vroegmiddeleeuwse architectuur als uitgangspunt genomen, voor de woningbouw de plattelandsarchitectuur in baksteen.

Het Traditionalisme is een stroming geweest met invloed. In en na de Tweede Wereldoorlog kregen de vertegenwoordigers er van verreweg de meeste wederopbouwopdrachten.

Wederopbouw.
Na de Tweede Wereldoorlog zag de Nederlandse regering zich gesteld voor de taak, volksvijand nummer één, de woningnood te bestrijden. De woningnood was ontstaan door de vernietiging en beschadiging van woningen door oorlogsgeweld, het stilvallen van de bouwproductie en het onderhoud. Tevens werden er na de bevrijding een groot aantal gezinnen gesticht. Er waren weinig geschoolde vaklieden en men zocht de oplossing in standaardelementen en systeembouw. Het ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting gaf zelfs subsidie aan de industrie, voor het ontwikkelen van prefab. Architecten hadden daar voor de oorlog al van gedroomd, maar systeembouw was toen nog niet concurrerend. In hoog tempo werd systeembouw werkelijkheid. In de jaren zestig verrezen op deze wijze grote aantallen hoogbouwflats.

 

09.00 uur – 10.00 uur Carillon door Peter Bremer vanuit toren Grote Barbarakerk
10.00 uur Opening Open Monumentendag Molen de Hoop, ’t Jach 3
Klein orgel Molen de Hoop, ’t Jach 3
10.00 uur – 16.00 uur Oude brandweerauto’s Varkensmarkt
10.00 uur – 17.00 uur
Kraam Voet
Diverse kunstexposities Stadhuis, Museum Elisabeth Weeshuis + Kunstkapel, Markt 7, Jan van Riebeeckhuis,Binnenpoort, Theater de Fransche School, Grote Barbarakerk, Smederij Zandstraat 23,Galerie Bushalte, Molen de Hoop, De Kasteeltuin, Visafslag.
Boekenbeurs R.K. Barbarakerk Foto- en archieftentoonstelling Stadhuis, Markt
Historische Markt met kraam van Voet van Oudheusden
Presentatie geschiedenis theater Theater de Fransche School
Roofvogelshow Kasteeltuin, Lange Meent
10.30 uur Pieter Aafjes orkest R.K. Barbarakerk
11.00 uur – 16.00 uur Poppenkast Museum Elisabeth Weeshuis
11.30 uur – 12.30 uur Carillon door Dick van Dijk vanuit toren Grote Barbarakerk
11.30 uur Klein orgel Varkensmarkt
12.00 uur – 17.00 uur Kanoën Kasteeltuin
13.00 uur Accordeon Tollenstraat
Pieter Aafjes orkest Lutherse kerk
Trekharmonica/fluit Visafslag, Havendijk
Troubadour Jan van Riebeeckhuis, Achterstraat 38
Vanaf 13.00 uur
Vanaf 13.00 uur
Rondleiding toren (inschrijven nodig) Grote Barbarakerk
Rondleiding stadhuis Stadhuis op de Markt
13.30 uur Acapell á Lek Synagoge, St. Janskerkhof
Chapel Choir Oudkatholieke kerk, Varkensmarkt 18
14.00 uur Culemborgs Kamerkoor Museum Elisabeth Weeshuis
Klein orgel Markt
Koor OtherWise Tollenstraat
14.30 uur Acapell á Lek Grote Barbarakerk
Accordeon Jan van Riebeeckhuis, Achterstraat 38
Chapel Choir Oudkatholieke kerk, Varkensmarkt 18
Culemborgs Kamerkoor Theater De Fransche School
Flûtes á Lek Synagoge, St. Janskerkhof
Trekharmonica/fluit Molen de Hoop
Troubadour Visafslag, Havendijk
15.00 uur Culemborgs Kamerkoor Synagoge, St. Janskerkhof
Klein orgel Tollenstraat
Koor OtherWise Museum Elisabeth Weeshuis
Rondleiding stadhuis Stadhuis op de Markt
Troubadour Theater De Fransche School
15.30 uur Acapell á Lek R.K. Barbarakerk
Flûtes á Lek Oudkatholieke kerk, Varkensmarkt 18
New Harvest Singers Grote Barbarakerk
16.00 uur Accordeon visafslag, Havendijk
Koor OtherWise R.K. Barbarakerk
Trekharmonica/fluit Jan van Riebeeckhuis, Achterstraat 38
Troubadour Tollenstraat
16.30 uur Flûtes á Lek Museum Elisabeth Weeshuis
New Harvest Singers Markt, voor het stadhuis