thumbnail voor de ANWB prijs In Nederland is het in het algemeen makkelijk: in november 1813 werd ons land bevrijd van de Franse overheersing. De erfprins van Oranje keerde terug en werd als soeverein vorst ingehaald. Na korte tijd werd het land een koninkrijk met Willem I als koning. Dat kan nu – 200 jaar na dato – gevierd worden en enigszins worden vergeleken met mei 1945. Nu gaat die laatste vergelijking al behoorlijk mank, maar feestvieren gaat voorbij aan de bloedige oorlog die 1813-1814 ook aan ons land bracht. De Fransen gingen er niet zomaar vandoor: zij boden nog flink tegenstand. In het westen van het land merkte men daar minder van, hoewel bijvoorbeeld in Woerden flink werd huisgehouden. In het oosten, waar de bevrijding werkelijk plaats vond door oprukkende Pruisische en Russische soldaten, sidderde de bevolking in november 1813 werkelijk van angst, omdat men de Fransen niet vertrouwde, maar evenzeer de “bevrijders” vreesde.

Die angst bleek gerechtvaardigd. Om sommige plaatsen in Gelderland (Doesburg, Arnhem) werd echt gevochten. En waar de bevrijders vanaf eind november eenmaal waren, daar werd de bevolking dagelijks getroffen door hoge rekwisities van voedsel, drank en vervoermiddelen. Wie niet gehoorzaamde, liep acuut gevaar.

Het westen van het Gelderse rivierengebied beleefde de bevrijding in de eerste dagen van december 1813. Dat daarmee “de oude tijden … weerom” kwamen, klopte niet met de werkelijkheid. Juist op het moment, dat de eerste Oranjevlaggen aan de kerktorens werden gehesen, werd Willem Frederik van Oranje beëdigd, niet als stadhouder Willem VI, maar als Soeverein Vorst der Verenigde Nederlanden. Dat werd de opmaat naar het Koninkrijk der Nederlanden. Er kwam een heel nieuwe staat met eenheid van recht. Van de oude rechten van vóór 1795 werd maar heel weinig hersteld. Zo werd Culemborg gewoon een gemeente in de Provincie Gelderland en geen semi-onafhankelijk graafschap.

Alle lezingen worden gehouden in de Evangelisch Lutherse kerk, Achterstraat 2 en beginnen om 20:00 uur.