thumbnail voor de ANWB prijs

Kuilenburg of Culemborg

Met het noemen van deze ouderwetse en moderne benaming van mijn geboorte-plaats, geef ik eigenlijk precies aan wat ik met de inhoud van mijn tekeningen en begeleidende teksten beoog, namelijk: EEN SFEERBEELD VAN TOEN EN VAN NU!

Volgens de 18e-eeuwse geschiedschrijver A.W.K. Voet van Oudheusden, wiens grappige oud-Hollandse teksten ik regelmatig zal aanhalen, bouwde Roelof, zevende Heer van "Bosichem" rond het jaar 1144 Culemborg voor zijn zoon Huibert. Hij zou hem dit "Steedje of Vlek met het onderhoorig en omleggend Land na zyn dood tot een Erfportie" hebben gegeven. Zoon Huibert van Beusichem werd dus Heer van Culemborg. Hij huwde met Johanna van Zuilen. Zij kregen een zoon Johan, die na de dood van zijn ouders het familiewapen van zijn moeder aannam. U weet wel de bekende drie zuilen (zie tekening Stadspomp Markt). Deze Johan stichtte waarschijnlijk de Barbarakerk. Na zijn dood werd Johan in 1240 in deze Culemborgse kerk begraven.
Hij werd opgevolgd door zijn zoon Huibert (de tweede). Huibert (2e) wordt genoemd als de stichter van een burcht of kasteel even buiten Culemborg. Het kasteel werd aangeduid met "Castrum dictum Culenburgh" en het stond waarschijnlijk ten zuiden van de huidige route Goilberdingerstraat-Goilberdingerdijk (toendertijd een waterkering tegen de Lek) nabij de latere Goilberdingerpoort. Op 14 juli 1281 sloot Hubrecht van Bosichem (zoon van Huibert (2e) een overeenkomst met het kapittel van Oudmunster te Utrecht. Hierbij ontving Hubrecht van dit kapittel een hceve te "Kulenhurg" als vrij goed in ruil voor anderhalve hoeve in het gerecht Lanxmeer. Lanxmeer of Lanksmeer was één van een vijftal dorpen of Heerlijkheden, die aan Culemborg grensden. Lanksmeer en Caets liggen ten zuiden van Culemborg; Redichem ten oosten; Pavyen of Paveien en Parijs ten westen.

In het jaar 1318 gaf Heer Johan (de zoon van Hubrecht) aan de "Poorteren" van Culemborg het eerste stadsrecht. Dit heugelijke feit werd bezegeld op "Sente Nycolausdach" (6 december). Van deze Johan of Jan werd geschreven, dat hij samen met zijn vader Hubrecht "die stat van Culenborch" maakte. Ik wil deze inleiding besluiten met een omschrijving van de stad door de eerdergenoemde Voet van Oudheusden:
"De Stad legt aen de linker zyde van de Rivier de Lek, in een zeer ver-makelyken Oort, omringt met breede Gragten, aengenaeme Singels, heerlyke dreeven en vrugtbaere Boomgaerden. Byzonder munten uit de Dreeven ten Oos-ten der Stad, by het Kasteel, in zich besluitende en omringende voortreffe-lyke Wei-landen, en verschaffende het bekoorlykste gezicht dat men uitdenken kan, en een zeer aengenaeme wandeling voor de Borgerye. Culenborg is zamen gestelt uit drie aen den ander paelende Stedekens; De Oude Stad in 't midde, de Havendyk ten Noorden, en de Nieuw-stad ten Zuiden strekkende".

Beeldengalerij

Doorkijkje vanaf de dijk
Doorkijkje vanaf de dijk
Vanaf de Wilhelminadreef
Van de Wilhelminadreef
De vier hoekjes
De vier hoekjes
Slotstraat 2a
Slotstraat 2a
Sint Pietersgasthuis
Sint Pietersgasthuis
Goilberdingenstraat
Goilberdingenstraat
Stadsmuur
Stadsmuur
't Jach
't Jach
De Binnenpoort
De Binnenpoort
Stadspomp Markt
Stadspomp Markt
Nieuwstadboerderij
Nieuwstadboerderij
Molenwal met het huis Vogelzang
Molenwal
De molen
De molen
Doorkijkje in de Zandstraat
Kijkje in de Zandstraat
Heij, de hoefsmid
Heij, de hoefsmid
Lanxmeerse boerderij
Lanxmeerse boerderij
De Nieuwe Brug
De Nieuwe Brug
De Visbank
De Visbank
Mannen en vrouwenhuis
Mannen- en vrouwenhuis
Gezicht op de Haven
Gezicht op de Haven
De overkant, Van Leur
De overkant, Van Leur
Het Veer
Het Veer
Spoorbrug vanaf de pont
Spoorbrug vanaf de pont
De Lek met silhouet Culemborg
De Lek met Culemborg
De uiterwaard
De uiterwaard

Doorkijkje vanaf de dijk

Pen en penseel, zwarte Rembrandtinkt, 120 x 210 mm

Terug Volgende

doorkijkje vanaf de dijk

Sloop heeft soms zijn voordelen. Zoals hier in het gebied langs de Lange Meent, eens het domein van Spoor's Mosterd. Door de sloop van de fabriekspanden ontstond dit mooie doorkijkje op het silhouet van de Oude Stad. Ik maakte deze tekening vanaf de Beusichemsedijk ter hoogte van de Visstraat. Op deze plaats stond aan de dijk - dus buiten de ommuurde stad - het huis van de melaatsen. Inwoners met deze verschrikkelijke ziekte werden namelijk uit de stad geweerd.

Op de tekening is de achterzijde van het helaas veel te lang aan verval overgeleverde Droste- of Stadhoudershuis te zien. Dit huis heeft een rijke historie. Het huisveste vele belangrijke mensen uit de Culemborgse histo-rie. Het pand werd in het tweede gedeelte van 1400 door de Heer van Culem-borg aan Sweder van Culemborg (een bastaard(-zoon} van Heer Johan III) geschonken. Sweder was vanaf 1462 drost of stadhouder van de heerlijkheid Culemborg. Hij huwde met Jutta Utenengh, of Judith Uten Enge. Dat zij vrijwel zeker in het Drostehuis gewoond hebben, blijkt uit een unieke wandschildering, die zich HOPELIJK nog in het pand bevindt. Op deze religieuze wandschildering staan zij persoonlijk met hun wapenschilden afgebeeld. Hieruit kan worden opgemaakt, dat het Drostehuis het oudste nog bestaande woonhuis in Culemborg is. Een pand om zuinig op te zijn!

Gelukkig heeft men inmiddels de restauratie van dit historisch erg belangrijke pand ter hand genomen.

Terug Volgende

Stad gezien vanaf de Plantagedreef (Wilhelminadreef)

Penseel, zwarte Rembrandtinkt, 210 x 250 mm

Vorige Terug Volgende

Culemborg vanaf de Plantagedreef

De dreven stammen al uit de tijd, toen het Slot van de Culemborgse Heren in volle glorie tussen de Lekdijk en het Voorhof prijkte. De Graven lieten deze dreven, toen Oude- en Nieuwe Dreef genoemd, als wandelgebied rondom een weiland aanleggen. Vanaf het oude "Voorhoff" gaf de Dreefpoort hen toe¬gang tot dit wandelgebied. Achter de Dreven bezaten de Graven een plantage en een zomerhuis.

Tijdens de inval en de bezetting door de Fransen (1672/1673) werden "Alle de heerlyke Plantagien afgehouwen en de Boomgaarden verwoest". In 1850 werd nagenoeg op dezelfde plaats onze huidige plantage ontworpen. Eigenlijk is er dus weinig in deze omgeving veranderd. De Dreven, het weiland en de Plantage herinneren ons nog steeds aan het "buiten" van de Culemborgse Graven. Een wandelgebied bij uitstek met mooie doorkijkjes naar ons (oude) stadssilhouet.

Vorige Terug Volgende

De Vier hoekjes

Pen en Penseel, zwarte Rembrandtinkt, 250 x 185 mm

Vorige Terug Volgende

De vier hoekjes

Als je een Culemborger vraagt naar de Vierhoeken, dan zal hij of zij daar zeker een antwoord op kunnen geven. Toch staat de straatnaam op geen enkel bordje aangegeven. De Vierhoeken is een begrip. Als je de Culemborgse historie induikt, kom je de benaming Vierhoeken regelmatig tegen. De Vier Hoeken ontstonden al omstreeks het jaar 1300. Rond die tijd vormden de straten Goilberdingerstraat-Kattenstraat-Slotstraat waarschijnlijk een waterkering (dijk) tegen de Lek. De Oude Vismarkt (toen Voorstraat genoemd) werd over deze dijk doorgetrokken door de Meent (gemeenschappelijke weide-grond) naar de Lek. Zo ontstond onze huidige Tollenstraat. Langs de zuid-zijde van de "dijk" (Goilberdingerstraat-Kattenstraat) en langs de Voorstraat (Oude Vismarkt-Markt-Varkensmarkt) ontstond de oudste bebouwing van Culemborg.

Vorige Terug Volgende

Gevel Slotstraat 2a

Pen, zwarte Rembrandtinkt, 230 x 140 mm

Vorige Terug Volgende

Gevel Slotstraat 2a

Dit geveltje maakte deel uit van de woning Tollenstraat 1. Het werd bewoond door melkboer "Keesie" Bosschaart. Toen ik deze tekening opzette droeg de gevel nog de oude pleisterlaag. Kort daarna kreeg het pand een nieuwe en veel netter "jasje". Ik heb de oude gehandhaafd, omdat zo'n doorgewinterde pleisterlaag zich erg goed leent voor een pentekening. In de puibalk en con-soles is prachtig houtsnijwerk te zien.

In de nacht van 23 februari 1428 stonden de Vierhoeken en de Slotstraat op z'n kop. Die nacht werd de stad bijna overrompeld. Heer Jan van Buren, Proost van Aken, stond met 1500 man krijgsvolk aan de oostzijde van de stad. Er werd een brug over de gracht geworpen en Jan van Buren klom met 40 man over de stadsmuur aan de zijde van de Ridderstraat. Hij wilde vanuit de stad één van de stadspoorten openen om zijn leger "binnen" te laten. Tijdens hun tocht door de stad sloeg het krijgsvolk vier ongewapende burgers dood. Intussen was de "Borgery in de Wapenen gekoomen en zamen gerot zynde, bood zy wakker tegenstand, en kregen den Proost met agtien man van de zyne omtrent de Vier Hoeken gevangen, die zy aenstonds nedervelden behalve den Proost, dien een schandelyker, smaedelyker en smertelyker dood beschoren was, want onder de Wyven geraekt, wierd hy na de Oude Vismarkt getrokken, en aldaer op een der Visbanken geworpen, en aen mooten gekapt". Volgens de overlevering zou Jan van Buren voordat hij gevangen werd, zich verstopt hebben in "een Rioel digte by de Slotpoort, in welke hy uit groote Vrees, en om zyn leven, waer het mogelyk te behouden, gekropen was". De Slotstraat leidde- en werd genoemd naar het kasteel of slot van de Culemborgse Heren en Graven. Via de aan het einde van de straat gelegen Slotpoort en een over de stadsgracht gelegen brug kwam men op het grote Voorhof of plein. Rondom dit plein lagen de diverse gebouwen, die tot het Slot behoorden.

Vorige Terug Volgende

De hoek Goilberdingerstraat-Achterstraat, herinnering aan het St. Pieters Gasthuis.

Pen en penseel, zwarte Rembrandtinkt, 210 x 160 mm

Vorige Terug Volgende

De hoek Goilberdingerstraat-Achterstraat, herrinnering aan het St. Pieters Gasthuis.

Het St. Pieters Gasthuis en de St. Pieters Gasthuiskerk werden al in 1386 genoemd. Deze gebouwen stonden in de Oude Stad, op de hoek van de "Agter-en Goilberdingsche-Straet". In het Gasthuis waren in die tijd een "Pock-huys en een Melaten huysinge" opgenomen. Later zouden de inwoners, die aan die ziekten leden, buiten de stad verbannen worden. Het Gasthuis en de kerk werden -zoals zo vele gebouwen in die tijd- nogal eens geteisterd door brand.

In 1422 werden beide bouwwerken verwoest. In de nacht van 8 oktober 1570 brak er weer brand uit en wel "in den bergh (hooiberg) van Aert de Veer in de Molenstraat" (thans Binnen Molenstraat). Bij de zogenaamde Pockamer, onderdeel van het Pieters Gasthuis, werd deze brand gestuit. Toen de Hervormde leer in Culemborg haar intrede deed, speelde de Gasthuiskerk daar-bij een belangrijke rol. Graaf Floris van Culemborg verkaarde zich begin 1566 openlijk voor de Hervormde leer. Hij was een voorstander van een "zekere" vrijheid van godsdienst in zijn graafschap. Terwijl de Hervormde leer in de Nederlanden stiekum in de buitenlucht gepredikt werd, liet de Graaf ondanks veel verzet en bedreigingen deze leer in de Gasthuiskerk prediken.

"Daartoe kwam uit Holland zeer veel volk om de Leerredenen te hooren". Een voor die tijd unieke ontwikkeling. Toch kon of wilde Graaf Floris niet voorkomen, dat eind september 1566 ook in Culemborg een "Beeldstormery" woedde. Hij zou daar zelfs persoonlijk aan deelgenomen hebben. In 1677 werd de Gasthuiskerk vernieuwd en "tot verrigting van den Lutherschen Godsdienst bequam gemaekt". Het was ook de kerk, die opa en oma de Vroedt elke zondag trouw bezochten.

Vorige Terug Volgende

De straat waar ik woonde (Goilberdingerstraat)

Pen en penseel, zwarte Rembrandtinkt, 290 x 210 mm

Vorige Terug Volgende

De straat waar ik woonde (Goilberdingerstraat).

In de Goilberdingerstraat tref je zoals in verschillende andere straten herinneringen aan een agrarisch verleden. Vooral in de direkte omgeving van de panden (Goilberdingerstraat 6 en 8). Als de poorten van deze panden openstaan, levert dat verrassende doorkijkjes op. Van jongs af aan liep ik elke zondag samen met mijn ouders door de Goilberdingerstraat op weg naar opa en oma de Vroedt aan het eind (of het begin) van de straat. Later kwamen mijn ouders hier ook te wonen. Ons huis stond op de plaats waar vroeger de Goilberdingerpoort de Oude Stad afsloot. De zijgevel en de achtertuin van onze woning grensden met een gedeelte van de stadsmuur aan de Rozenstraat. Sfeer te over dus todat een vrachtauto vanuit de Rozenstraat met muur en al in onze tuin zakte. Dat was de genadeklap voor dit stukje stadsmuur, en daarmee was tevens de sfeer uit onze tuin verdwenen.

De straat werd genoemd en leidde naar het buurtschap Goilberdingen. Dit buurtschap werd al in het begin van de 13e eeuw genoemd. Het heette toen Godebrechtingen.

Vorige Terug Volgende

De Stadsmuur (1)

Pen en penseel, zwarte Rembrandtinkt, 360 x 220 mm

Vorige Terug Volgende

De Stadsmuur (1).

Culemborg moet erg zuinig zijn op haar nog schaarse resten van de Middel-eeuwse stadsmuur. Vooral in het voorjaar en tijdens de zomer kun je langs de muur volop genieten van prachtige kombinatie van oude "kloostermoppen" en veelkleurig bloeiend hout. Daarbij zorgen de in bloei staande fruitbomen vaak voor een geweldige omlijsting. De Oude Stad werd tussen 1300 en 1350 al met een "Steene Muur omringt", zynde aen de binnenzyde met een Gaendery op Boogen rustende voorzien geweest, als mede met sterke Toorens, byzonder aen de Oostzyde, tot verdedeiging van de Stads Muer". De grachten waren toen al gegraven. Achter dit gedeelte van de stadsmuur stond in de late middeleeuwen het klooster Marien-Kroon. Dit was een aanzienlijk gebouw met een fraaie kerk. Nadat de Franse soldaten in de jaren 1672 en 1673 het slot aan het Voorburg hadden uitgewoond, namen de Culemborgse Graven dit klooster in gebruik. Het werd toen na een verbouwing het Nieuwe Hof genoemd. In de Historische Beschrijvinge van Culemborg (Voet van Oudheusden) vond ik een ernstig bedoelde (maar nu komisch aandoende-) afkondiging van Graaf Floris van Culemborg uit 1587. De inhoud van die afkondiging zou best op onze tijd kunnen slaan. Van alle problemen, die tijdens de recente jaren op ons af schijnen te komen, is vandalisme er zeker één. De afkondiging luidde als volgt: "Also tot kennisse van mijn Genade Heer gekoomen is, dat zich eenige quaddoenders onderstaen hebben te storen Syn Genade Swanen in haer broeden aen de Stadts Mueren, so dat de broynde Swanen eyeren in goeden ge¬tal mit Stenen so 't scheynt, van boven van de Stadts Mueren onstukken geworpen worden". Graaf Floris loofde 25 gulden beloning uit aan getuigen, die zich meldden.

Op deze tekening staat op de achtergrond de Vierkanten Toren van de Barbara-of Grote Kerk. De vraag waarom er geen spits op deze toren staat, heeft mij van jongs af aan beziggehouden. Om die vraag beantwoord te krijgen, neem ik u mee terug in de tijd, namelijk naar zondag 21 mei 1654. Het was vier uur in de middag, kort nadat de "Godsdienst" was geëindigd en de "Menschen uit de Kerk getrokken waren, dat de Blixem in den Appel of den Naeld van de Barbare Kerk Toorn sloeg". Deze toren was toen drie omgangen hoog en had een hoge steile spits. Er ontstond een hevige brand, waarbij de toren en een groot gedeelte van de kerk verloren gingen. Toen de kerk in 1654 en 1655 weer werd opgebouwd, bleef de toren zonder spits. Aan de toren is van¬af die tijd niet veel veranderd.

Vorige Terug Volgende

't Jach

Pen en penseel, zwarte Rembrandtinkt, 230 x 190 mm

Vorige Terug Volgende

't Jach.

Achter de ommuring van de Oude Stad lag in de 16e eeuw tussen de Binnenpoort ("Langsmeer Poort") en de hoektoren aan de westelijke zijde de Schuttersdoelen. De hoektoren werd dan ook "Schutters Tooren" genoemd. Daar oefende de Schutterij in "naer het wit te schieten". De schutterij werd gevormd uit de Culemborgse burgerij en zij moest in tijden van oorlog of twist de stad tegen mogelijke indringers verdedigen.

De huidige Caffagne of Convanje aan de Everwijnstraat herinnert ons aan de woningen die achter de Schuttersdoelen stonden en aan het "Nieuwe Hof" of het voormalige klooster "Mariencroon" grensden. Dit was het punt waar "de Agter of Heere-Straet eindigde in die van St. Everwyn". Hier brak in 1532 een grote brand uit. De brand ontstond in een bij het klooster behorende hooiberg. Het ging dan ook de geschiedenis in als de "Bagynen Brand". Over brand gesproken we kijken nu alweer enige jaren aan tegen de grotendeels door brand verwoeste boerderij, nagenoeg op dezelfde plaats waar zo'n 400 jaar geleden de Bagynen Brand ontstond.

Vorige Terug Volgende

De Binnenpoort

Pen, zwarte Rembrandtinkt, 230 x 165 mm

Vorige Terug Volgende

De Binnenpoort.

Op de Culemborgse Markt is het goed toeven. Het straatbeeld wordt er voor een belangrijk deel bepaald door ons prachtige 16e-eeuwse stadhuis aan de ene zijde en door de Binnen- of Lanxmeerpoort, de enige stadspoort, die Culemborg bespaard bleef, aan de andere zijde.

Tijdens de eerste ommuring van de Oude Stad Culemborg werden in de veer-tiende eeuw vier poorten gebouwd. Naast de Binnen- of Lanxmeerpoort waren dat de Goilberdingerpoort, de Lekpoort en de Slotpoort. Alleen de onderbouw van de Binnenpoort dateert nog uit die tijd. In 1557 werd de poort tot "meerdere Cieraad verheven en in cierlyken stant opgetrokken". De poort werd verhoogd en van een "doorlughtige spits" voorzien. Toen de Nieuwstad tegen de Oude Stad aangebouwd werd, had de Lanxmeerpoort nauwe¬lijks meer verdedigende waarde. Het werd als het ware een poort in ruste en met recht een Binnenpoort. Tijdens de grote restauratie in 1943 ontdekte men boven de poortboog aan de Marktzijde een nisje. Hierin werd een beeldje van de Heilige St. Barbara ingemetseld. St. Barbara was de beschermheilige van de Barbara of Grote Kerk. Het beeldje werd vervaardigd door de beeldhouwer Mari Andriessen.

Vorige Terug Volgende

De Stadspomp op de Markt.

Pen en penseel, zwarte Rembrandtinkt, 180 x 120 mm

Vorige Terug Volgende

De Stadspomp op de Markt.

Culemborg bezit nog vier stadspompen. Twee op de Markt, één op de Varkens-markt en één in de Zandstraat. Ik tekende de uit zandsteen opgebouwde pomp bij het stadhuis. Boven het jaartal 1718 zien we het wapen van Culemborg. De zuilen van het geslacht Van Zuilen. Culemborg kreeg dit wapen begin 1200. Huibert van Bosichem, de "tweede" Heer van Culemborq huwde met Johanna, dochter van Heer Zweer van Zuilen. Toen Huibert in 1205 overleed, werd hij door zijn zoon Johan opgevolgd. Johan nam het wapen van zijn moe¬der aan. Hij veranderde de kleur: drie rode zuilen in een schild van goud, zoals we dat nu nog als het Culemborgse wapen kennen. De openbare pompen waren eigenlijk de voorlopers van het gemeentelijke waterleidingsnet. Diverse pompen stonden verspreid in de stad en gaven hun koele en heldere grondwater aan menig Culemborger. Op vier na verdwenen ze uit het straat¬beeld.

Vorige Terug Volgende

Nieuwstadboerderij (Kloosterstraat).

Penseel, zwarte Rembrandtinkt, 320 x 210 mm

Vorige Terug Volgende

Nieuwstadboerderij (Kloosterstraat).

Ik heb het altijd iets aparts gevonden, dat je in de oude binnenstad van Culemborg zo veel sporen vond van een agrarisch verleden. Zo stonden er in de Zandstraat, Kloosterstraat en Nieuwstraat vele melkbussen te wachten op de melkrijder. Zoals ik al eerder memoreerde, vind ik het persoonlijk heel erg jammer, dat bij de recente grote sanering van een groot gedeelte van de "Nieuwstad" veel boerderijen, hooimijten en andere agrarische overblijfselen het loodje moesten leggen. Deze hooimijt maakte onderdeel uit van een uitgebreid boerenerf, dat vanaf de Kloosterstraat te bereiken was. Ook dit erf onderging het saneringslot

Vorige Terug Volgende

De Molenwal.

Pen en penseel, zwarte Rembrandtinkt, 220 x 225 mm

Vorige Terug Volgende

De Molenwal.

Gedeeltelijk verscholen achter één van de prachtige treurwilgen, die onze grachten omzomen, staat aan de Molenwal een historisch ogend pandje. Onop-vallend en vaak in de schaduw. Toch wil ik met mijn tekening de aandacht op dit fijne geveltje vestigen. Of het helemaal authentiek is betwijfel ik, maar sfeer straalt het uit! De Molenwal maakte deel uit van de Nieuwstad of Nieuwe Stad. Heer Gerrit van Culemborg maakte eind 1300 het ontwerp tot het aanbouwen van de Nieuwstad. Hij moedigde de landlieden van de onder de Oude Stad gelegen dorpen Pavyen, Parijs en Lanksmeer aan om in de nieuwe stad hun huizen te bouwen. Deze dorpen raakten namelijk langzaam maar zeker onder water. Deze grote wateroverlast werd voornamelijk veroorzaakt door de aanleg en latere verhoging van de Diefdijk. Heer Gerrit van Culemborg stond in 1385 voor een grote som geld toe, dat de Graven van Holland (in het belang van de waterhuishouding in hun gebied) de Diefdijk verhoogden. De helft van de dorpen Parijs en Lanksmeer werden in de Nieuwstad opgenomen. Vandaar de "Parysche Straet" (Prijssestraat).

De Nieuwstad werd met een "brede gragt en een wal van Steen, van binnen met aerde aengevuld, omcingelt".

Vorige Terug Volgende

De Molen.

Pen en penseel, zwarte Rembrandtinkt, 380 x 260 mm

Vorige Terug Volgende

De Molen.

Op de oude stadswallen van Culemborg stonden van oudsher twee korenmolens. Zij werden al in 1428 genoemd. Eén molen stond binnen de Oude Stad aan het einde van de "Oude Molenstraat". Deze molen werd later verplaatst. Hij kwam toen buiten de Lekpoort nabij de haven te staan. De tweede molen stond in de Nieuwstad, ten einde van de "Mole-straet". Deze molen was dus één van de voorgangers van onze huidige, bijna niet meer weg te denken, "afgeknotte" molen aan de Buitenmolenstraat. De woning bij de molen wordt al jaren bewoond door de voor iedere Culemborger bekende handelaar in curiositeiten Uitenbogert. Het zijn dan ook zijn curiositeiten die het decor voor de molen een steeds wisselend aanzicht geven. Vroeger werd op elke zak graan (gemaal) belasting geheven. Om ontduiking van deze belasting tegen te gaan, besloot het stadsbestuur in 1650 dat een stadsmolenkar voortaan het koren/graan naar en van de molens zou brengen. Tegen deze bepaling ontstond groot verzet. Er brak een oproer uit, waarbij vooral de vrouwen zich niet onbetuigd lieten. Enige protesterende vrouwen drongen namelijk door tot bij de Stadsdrost. Deze trokken zij "den mantel vant lijff" en zij mishandelden één van zijn bedienden. Tijdens deze aktie werd een vrouw gevangen genomen. Zij werd in het stadhuis opgesloten. Hierop toog een grote bende vrouwen naar het stadhuis. Vanuit het stadhuis werd geschoten en één van de boden verwondde een vrouw met zijn spies. De vrouwen gooiden de stadhuisruiten in en probeerden binnen te komen. De stadsbestuurders hadden zich diep in het stadhuis teruggetrokken. De heren "saetten boven by die clock". Zij werden gedwongen de gevangen genomen vrouw vrij te laten en de bepaling van de stadsmolenkar in te trekken.

Vorige Terug Volgende

Doorkijkje in de Zandstraat.

Pen en penseel, sepia Rembrandtinkt, 200 x 175 mm

Vorige Terug Volgende

Doorkijkje in de Zandstraat.

Om te zien is de Zandstraat één van de gezelligste straten van Culemborg. In de tijd, dat ik er dagelijks als lagere schoolleerling op weg naar en van school liep, was het wegdek -zoals vele straten in Culemborg- voorzien van kinderhoofdjes. Aan weerszijden van de rijbaan stonden "geschoren" linde-bomen. Jammer genoeg zijn de kinderhoofdjes en de linden verdwenen. Als blikvanger tekende ik op de voorgrond de prachtige eind 16e-eeuwse trapgevel van de "oude" woning van Van Stralen. Gek eigenlijk, dat ik dit pand nog steeds naar dit oud-schoolhoofd noem. De goede man is namelijk al weer een paar jaar geleden overleden. Dit pand bezit samen met het even verderop staande woning van Hëij, de smid, één van de gaafste 16e-eeuwse gevels van de stad. Rijk versierd met leeuwenmaskers, mergelstenen kopjes, siermetselwerk en grote sierankers.

Vorige Terug Volgende

Heij, de hoefsmid (2).

Pen, zwarte Rembrandtinkt, 230 x 135 mm

Vorige Terug Volgende

Heij, de hoefsmid (2)

Op weg naar school (de openbare lagere school aan het St. Janskerkhof) stond ik vaak stil voor de smederij van Heij aan de Zandstraat. Daar was altijd wel iets interessants te zien. Vooral het beslaan van paarden bood een fascinered schouwspel. Als ik m'n ogen dichtdoe, dan zie en ruik ik in gedachten weer de geel-witte rook van de schroeiende paardehoeven. Helaas zijn de Nederlandse hoefsmeden nagenoeg geheel uit het stadsbeeld verdwenen en kunnen we ze straks alleen nog in aktie zien, tijdens folkloristische markten, braderies of andere toeristische evenementen. De stad Culemborg mag zich gelukkig prijzen, dat zij nog zo'n oud ambachtsman in haar centrum heeft. Vader en zoon Heij staan er borg voor een bijzonder sfeervolle entourage, namelijk vakmanschap verpakt in een zestiende eeuwse behuizing.
Hopelijk kunnen we nog vele jaren van deze smidse in de toch al zo aange-taste Nieuwstad genieten!

Vorige Terug Volgende

Lanxmeerse boerderij, gezien vanuit mijn ouderlijk huis aan de Van Karnebeeklaan.

Pen en penseel, zwarte Rembrandtinkt, 200 x 370 mm

Vorige Terug Volgende

Lanxmeerse boerderij, gezien vanuit mijn ouderlijk huis aan de Van Karnebeeklaan.

Deze Lanxmeerse (of Lanksmeerse-) boerderij] grenst met haar achterzijde aan de Meer. De Meer was en is nog steeds een natuurlijk aandoend watertje ten zuiden van Culemborg. Eens stroomde het in de Lek. Vanuit dit watertje werd in de twaalfde en dertiende eeuw een begin gemaakt met de ontginning van het kommengebied, waarin later de stad Culemborg ontstond. Op de stroom-rug rondom de Meer verrezen verscheidene boerenhoeven. De boerderij, die ik vanuit de woning van mijn moeder aan de Van Karnebeeklaan tekende, heeft zeker niet het uiterlijk van de boerenhoeven uit de dertiende eeuw. Toch doet de struktuur van de houten schuur van de boerderij mij wel aan zo'n vroegere hoeve denken. Als je nu langs de Meer zwerft, dan kun je je haast niet voorstellen, dat daarin tijdens de zestiende en zeventiende eeuw veel scheepvaart was. Vanuit de Linge en via de Bisschopsgraaf voerden diverse schepen er goederen aan voor de in die tijd bloeiende vrije markten van Culemborg.

Vorige Terug Volgende

De Nieuwe Brug.

Pen en penseel, zwarte Rembrandtinkt, 220 x 240 mm

Vorige Terug Volgende

De Nieuwe Brug.

De nieuwe Brug of Nieuwbrug wordt al in de 15e eeuw genoemd. Deze werd aan het einde van Lanksmeer gebouwd over de Bisschopsgraaf. De "Bisschops Grave" was een waterverbinding tussen de Culemborgse Meer en De Linge. In de Lingedijk lag tussen het Trichtse veld en het erf van het klooster Mariënweerd een grote schutsluis, de Neust genaamd. Hierdoor was het mogelijk, dat schepen uit de Linge van en naar Culemborg konden varen. Aan de schippers uit Culemborg was het toegestaan om deze wetering te gebruiken tot "een vrye Scheepvaert". Ik maakte deze tekening vanaf de Zeedijk. Zowel langs de Meer als langs de Bisschopsgraaf lagen dijken of kaden. Ik kwam hier in mijn jongensjaren graag. Vooral de drassige grienden langs de Zeedijk hadden een grote aantrekkingskracht op mij. De dijk was toen nog niet verhard; slechts een karrespoor vormde de rijweg. "Zeedijk" is bij afwezigheid van een zee, eigenlijk een gekke benaming. Men denkt, dat Zeedijk een verbastering is van Zijdijk. Geen zee, maar wel schelpen! Vroeger vond ik het machtig om in de walkant van de Bisschopsgraaf of in de bagger (als er gebaggerd was) naar grote slijkschelpen te zoeken.

Vorige Terug Volgende

De Visbank.

Pen en penseel, zwarte Rembrandtinkt, 200 x 150 mm

Vorige Terug Volgende

De Visbank.

De Vismarkt werd oorspronkelijk gehouden naast het stadhuis. Vandaar de benaming Oude Vismarkt. In 1518 werd de vismarkt verplaatst naar de Havendijk, het centrum van de Culemborgse schippers en vissers. Daar kwamen de nieuwe visbanken. De Lek was toen nog het domein van menig Culemborgse broodvisser. In de rivier werd regelmatig zalm en zelfs wel eens steur gevangen. Het in de 18e eeuw gebouwde en nog niet zo lang geleden gerestaureerde visbank(je) aan de Havendijk herinnert ons nu aan deze eens zo levendige handel in rivier- en zeevis. Naast de "Visch-Markt" kende Culemborg nog twee bloeiende markten. "De Groote Markt, daer weeklyks op Dinsdag (toen al!) alleley Eet-waren en andere Goederen, in grooten overvloed, te koop worden gebragt en de Verkens Markt, welke ook is de Ossen, Koeyen, Schaepen en Lammeren Markt".

Vorige Terug Volgende

Het Oude Mannen- en vrouwenhuis (2).

Penseel, zwarte Rembrandtinkt, 165 x 130 mm

Vorige Terug Volgende

Het Oude Mannen- en vrouwenhuis (2).

Als Culemborger heb ik mij tijdens de afgelopen 15 a 20 jaar regelmatig opgewonden over het ronduit slordige tot slechte beheer van de voor onze stad historisch belangrijke gebouwen. Hierbij spande de sloop van het Oude Mannen- en Vrouwenhuis (kort nadat ik deze tekening maakte) voor mij zeker de kroon. Natuurlijk, toen men met de sloop aanving, was er niet veel meer van de huisjes te redden. Maar vergeet niet, dat hieraan vele jaren van verslonzing en verkrotting waren voorafgegaan. Ik vind, dat een historische stad, zoals Culemborg, het aan haar verleden verplicht is om de luister van toen zoveel mogelijk te bewaren voor de bewoner van morgen! Bij het doen van deze uitspraak realiseer ik mij dondersgoed, dat ik makkelijk praten heb. Ik hoef mij namelijk geen zorgen te maken over de financiële konsekwenties, maar toch...

Het Oude Mannen- en Vrouwenhuis of het Elisabeths-Gasthuis werd gesticht door Vrouwe Elisabeth van Culemborg en haar echtgenoot Antonis van Lalaing. Zij kochten daarvoor in 1532 een stuk grond aan de Lange Havendijk, tegen-over de Kapel met de "twaalf Kameren voor de Armen", die zij al een paar jaar eerder hadden laten bouwen. Op het stuk grond "wierden twaelf kleyne Huyskens opgerecht, besloten met een Poort aen de Straet, boven welke ingang Heer Antonis en Elisabeth geschildert waren, met zes oude Mannen, en zes oude Vrouwenagter dezelve". Deze huisjes dienden tot "onderholdinghe ende alimentatie van twaalf Armen Luden van 45 jaeren, of meer".

Vorige Terug Volgende

Gezicht op de haven.

Pen en penseel, zwarte Rembrandtinkt, 180 x 345 mm

Vorige Terug Volgende

Gezicht op de haven.

De Culemborgse haven heeft de laatste jaren grote veranderingen ondergaan. Jarenlang moesten we er klauteren over de staalkabels, die de oude kademuur voor instorten moest behoeden. Ik weet niet of het hier de kademuur betrof, die in 1736 uit de "Steenen van de kluisen" (kelders) van de toen gesloopte Grafelijke Burcht aan het Voorhof werd gemetseld. In ieder geval moest de op instorten staande muur plaatsmaken voor een nieuwe. De zand- en grintschuiten ondergingen hetzelfde lot.
Zij moesten gaandeweg het "haven-veld" ruimen voor de pleziervaart. Ondanks deze veranderingen is de gezellige bedrijvigheid in dit knusse haventje gebleven. Toch heeft de haven niet altijd op deze plaats gelegen. In 1558 begon men met de uitvoering van de plannen om "de Lekstroom voor de Stad te brengen, tot gerief en voortzettinge van den Koophandel en de Scheepvaert, en tot gerief der Borgers". Nabij "Het Spoel" (waarschijnlijk de plaats, waar nu het fort met die naam ligt) "een half uer beneden de Stad" werd door burgers van Culemborg en van de omliggende dorpen vanuit de Lek een zij¬arm gegraven. Deze arm voerde door de uiterwaard richting Culemborg, alwaar hij kort voor de Havendijk langs liep. Het water kreeg de naam Kleine Lek. In 1609 werd even buiten de "Goilberdingsche Poort een nieuwe Haven of zeer groote Kolk aenbesteed en volgens de afbaekinge en bestekken gegraven, benevens een Canaal of Vaart tot in de Kleine en vervolgens in de groote Leek". De Kleine Lek werd al snel zowel aan het begin als voor de stad afgedamd. Een klein stukje van de Kleine Lek vinden we nu nog achter de Ronde Haven. Deze ronde haven herinnert ons nog steeds aan de "Nieuwe Haven".

Vorige Terug Volgende

De "Overkant" met zicht op Van Leur.

Penseel, zwarte waterverf, 270 x 370 mm

Vorige Terug Volgende

De 'Overkant' met zicht op Van Leur.

De Lek vormde voor de Heren van Culemborg een prima verdedigingsgordel tegen eventuele aanvallers vanuit Utrecht. Het havenhoofd en de daarachter gelegen Havendijk met haar versterkte wallen speelden bij de bewaking en verdediging een belangrijke rol. Tijdens de twist rond de verkiezing van een nieuwe bisschop van Utrecht (de broer van één van de heren van Culemborg dong mee) bouwden "die van Utrecht" in de 15e eeuw aan de overzijde van de Lek, tegenover de Havendijk, een "Blokhuis" om de stad te "benaeuwen". Onderwijl zaten de Culemborgers niet stil. "Zy schoten geweldig op de werklieden, waervan 'er zeer veele gequetst wierden". In deze tekening tekende ik de favoriete viskrib van mijn vader en mij. Het leggen van "Kribbinge" aan de overzijde van de Lek leidde in 1638 tot een dreigende oorlogsspanning tussen het Graafschap Culemborg en het Sticht van Utrecht.
In een tijd van 14 jaar was de Lekdijk aan de Stichtse zijde tweemaal doorgebroken. De "Dijkgraef en Hooge Heemraeden" vonden het goed, dat er "Kribbinge" in de rivier gelegd werden om de stroom van de Stichtse- naar de Culemborgse zijde te wenden.
Graaf Floris II van Culemborg voelde zich hierdoor benadeeld en "plante het Canon daer tegenover op den Weerd, om den voortgang van het werk te beletten". Die van Utrecht gingen in 't werk voort met gewapend Volk, en stelden grof Geschut op drie Batteryen daer tegenover, zoo dat het tot een Inlandsche Oorlog zoude uitgeborsten zyn, indien de Staten der Vereenigde Nederlanden niet tusschen beide waren gekomen ende de dadelykheden gekeert".

Vorige Terug Volgende

't Veer.

Pen en penseel, zwarte Rembrandtinkt, 150 x 300 mm

Vorige Terug Volgende

't Veer.

Het was altijd zo'n vertrouwd en schilderachtig gezicht als je langs de speeltuin en de kersenboomgaard van Van Leur bij de pont kwam. Voor je de pakhuizen aan de Veerkade, met links de haven en rechts de steenoven. Een silhouet, dat tijdens de afgelopen jaren helaas een misschien nood¬zakelijke genadeklap kreeg. Gelukkig blijft de herinnering. Maar her¬inneringen vervagen snel. Vandaar deze tekening als een geheugensteun. Zolang Culemborg bestaat zal er ook een veerpont over de Lek zijn geweest. De heren en graven van Culemborg hadden het recht en het inkomen op en van het Veer. In de geschiedenis werd de pont niet alléén voor het overzetten van mensen en goederen gebruikt. Dat blijkt onder andere uit een verhaal uit de Tachtigjarige oorlog -U weet wel de oorlog tussen de Spaanse bezetters en de troepen van de Oranjegezinden- "Eenige Spaensche Vaendels quamen uit Holland hieraen, en bragten omtrent 60 Duitsche Soldaeten als gevangene mede..Deeze kleden zy naekt uit, bonden ze by tween ruggelings aen malkander, en wierpenze uit de Veer Pont in de Leek". Het verhaal gaat verder over één van de Duitse soldaten, De Vries genaamd, die "door een sonderling bestier van Godt, losgeraekt, aen het Spoel een half uer beneden de Stad, is koomen aenswemmen, en dus naekt tot Bueren ontvlugt is".

Vorige Terug Volgende

De Spoorbrug, vanaf de pont gezien.

Pen en penseel, zwarte Rembrandtinkt, 220 x 370 mm

Vorige Terug Volgende

De Spoorbrug, vanaf de pont gezien.

"Het is te beklaegen, dat diergelyke oude Gedenk-tekens dus uit het oog, en door den tyd, uit het geheuge weg genomen worden. Dog het scheint aen deze Eeuw eigen, al wat naer oudheit smaekt te vernielen". Met deze woorden sprak de schrijver Voet van Oudheusden in 1750 zijn teleur¬stelling uit over de sloop van het Jerusalemklooster aan de Zandstraat. Deze woorden zouden tevens kunnen slaan op de meest recente sloop van onze oude Spoorbrug. Deze 665 meter lange metalen reus troonde 115 jaar hoog boven de Lek uit; was daar eigenlijk niet meer weg te denken. De bouw van de brug vergde bij¬na vijf jaar. Het werd een voor die tijd uniek bouwwerk, waarmee Culemborg tot ver buiten haar grenzen pronkte. Helaas behoort de brug inmiddels tot de verleden tijd. We moeten nu proberen te wennen aan haar moderne plaats-vervanger. "Alles went", zullen we maar denken.

Vorige Terug Volgende

De Lek met het silhouet van Culemborg.

Akwarel in sepia, 220 x 340 mm

Vorige Terug Volgende

De Lek met het silhouet van Culemborg.

Ondanks alle verontrustende mededelingen en publikaties over vervuiling blijft de Lek mijn favoriete zwem- en viswater. Ik leerde er zwemmen en als negenjarige zwom ik voor het eerst de toen altijd snelstromende rivier over. Een kribbie om, een bootje pikken (op een langsvarende boot klauteren en daarop een tijdje tegen de stroom meevaren), aan een boei hangen en de zwemwedstrijden Wijk bij Duurstede-Beusichem en Beusichem-Culemborg prachtige herinneringen!
Heimwee naar Culemborg betekent voor mij heimwee naar de Lek. Vanzelfsprekend speelde de Lek ook een belangrijke rol in de rijke historie van Culemborg. Ik denk hierbij aan de handel, de scheepvaart, de visserij en het veer. Langs de Lek lag van oudsher een trekpad of lijnpad. Hierover konden "de Schippers ende Koopluyden haerlieder Schepen ende Schuyten tegen Stroom of Lek lopende voorby deze onsen Landen van Culenburg, Everdingen ende Honswyk trekken". In 1555 maakte Vrouwe Elisabeth van Culemborg een reglement op het trekpad langs de rivier de Lek. Hierin stond onder andere, dat het Trek- of Lijnpad zodanig breed moest zijn "op datter twee paerden mal kanderen gemakkelyk souden mogen wyken" (tien voet breed). Vele jaren trokken de schippers hun schepen op deze manier van Schoonhoven, langs Culemborg naar Arnhem en verder stroomopwaarts naar Keulen. De rivier bracht veel voorspoed, maar ook wel tegenspoed. Vooral in de vorm van dijk-doorbraken en overstromingen. De ingemetselde herdenkingsstenen van de aan de gracht grenzende zijgevels van twee panden aan de Binnenpoort herinneren ons aan verschillende dijkdoorbraken en daardoor veroorzaakte (hoge) waterstanden. Sterke dijken waren dus noodzaak. Op deze akwarel staat een groot gedeelte van de uiterwaard achter de zogenaamde zomerdijk onder water. Op andere tekeningen noemde ik het wel eens verdronken land.

Vorige Terug Volgende

De Uiterwaard.

akwarel in sepia, 140 x 320 mm

Vorige Terug

De Uiterwaard.

Ter hoogte van de Achterweg, de Lange Dreef en de Weidsteeg ontwaar je vanaf de Beusichemse Dijk een prachtig stukje uiterwaard. Het daar erg afwisselende rivierlandschap boeit mij enorm en vervult mij boordevol inspiratie. Het is er het gehele jaar door genieten geblazen. In het voorjaar bouwen de koeten er hun drijvende nesten in het netwerk van moerassige sloten en plassen. Kikkers kwaken er lustig op los en rondom zie je de kleurige en geurende dotters, lissen en meidoorn. 's Zomers straalt dit landschap veel warmte en rust uit en in de winter toog ik al na enige nachten vorst naar deze plaats, waar vaak een mooie ijsvloer lag te wachten.

Vorige Terug