In Activiteiten wordt beschreven wat Voet heeft gedaan en gaat doen. Bij de activiteiten die zijn gebeurd is er soms een verslag opgenomen in de beschrijving. Door een keuze te maken in de linkerkolom kunt u bijvoorbeeld alle excursies weergeven.

luchtfoto kasteel amerongenOnze Werkgroep Excursies heeft weer een mooie excursie voorbereid, een uitje naar Kasteel Amerongen. Het kasteel is recent op een prachtige manier gerestaureerd, de tuin is ronduit geweldig en de werkgroep heeft naast een bezoek aan het kasteel ook een mooie wandeling door Amerongen gekoppeld. Aan de collectie van het kasteel kunt u moeiteloos een hele week besteden, dus zoals alle goede excursies is ook deze te kort. Zo heeft u een goede reden om nog eens een bezoek te brengen.

Kasteel Amerongen heeft een bewogen geschiedenis, deels beschreven in de lezing door Jan Hogendoorn na de jaarvergadering op 11 maart. Die geschiedenis begint bij Floris V, graaf van Holland die in 1296 werd vermoord. Het kasteel wordt verschillende keren verwoest en weer opgebouwd. In 1763 werd het bijvoorbeeld door de Franse troepen met takkenbossen in brand gestoken.

flehiteFoto's onder aan dit artikel. Achtereenvolgens van Jan Carel van DIjk, Tanja Moody en Jan Hogendoorn.
De eerste middagexcursie gaat dit jaar naar Amersfoort. Daar is genoeg te zien om u een paar dagen bezig te houden, maar deze middagexcursie is een smaakmaker, Amersfoort is de moeite van het bekijken meer dan waard.

Wapen van de heren van AmeideFoto's onderaan het artikel. Het wapen links is vervangen door een ander wapen, namelijk het echte wapen van Ameide. Lees hier waarom en hoe dat zit.

Deze dag gaan wij op bezoek in Ameide. Onze werkgroep excursies heeft contact gelegd met de Historische Vereniging Ameide en Tienhoven, de mensen die het kunnen weten. Dan weten wij zeker dat u het echte verhaal te horen krijgt.
Dat echte verhaal begint in het oude Raadhuis, dat gaan wij bezichtigen en daar wordt ingegaan op de geschiedenis van Ameide. U hoort dan dat Ameide in 1277 stadsrechten kreeg van Floris V, en dat mag ons Culemborgers tot enige nederigheid stemmen, Culemborg kreeg pas stadsrechten in 1318.

Fotoverslag aan het einde van dit artikel.

Aan het einde van de tekst is een film toegevoegd die laat zien hoe het Russische fregat Shtandart het dok binnenvaart. Begeleid door Russische muziek uiteraard.

Foto Vesting Hellevoetsluis Wij gaan naar Hellevoetsluis aan het Haringvliet, en het wordt een maritiem gebeuren. Maakt u zich geen zorgen, u heeft geen zwemdiploma nodig, maar de vesting van Hellevoetsluis ligt aan het Haringvliet. U wordt dus getrakteerd op weidse vergezichten. Wij leiden u ook rond in een droogdok dat is ontworpen door Jan Blanken, dezelfde Blanken die ook de waaiersluizen voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie heeft ontworpen.

plattegrond werk aan het spoelOp deze avond heeft u de kans om de mooiste archiefstukken van Culemborg in het echt te zien bij het Regionaal Archief Rivierenland in Tiel.

Het eerste gedeelte van het programma zal bestaan uit een lezing waarin de geschiedenis van het Regionaal Archief Rivierenland centraal staat.

eod wapenZoals u ongetwijfeld begrijpt willen wij graag dat onze excursie naar Hellevoetsluis, op 25 mei 2013, zonder problemen verloopt. Daarom hebben wij besloten de politie opdracht te geven een grondig onderzoek te doen naar eventueel achtergebleven projectielen, het is tenslotte een marinehaven. En kijk aan, daar is er eentje gevonden. Conclusie: u kunt veilig mee met ons.

Tijdens baggerwerkzaamheden op 7 maart 2013 in de Industriehaven in Hellevoetsluis is donderdag een explosief gevonden. De politie meldt op Twitter dat het om een granaat gaat. Het projectiel is 70 centimeter lang en 24 centimeter breed.

De omgeving van de vindplaats is afgezet. De Explosieven Opruimingsdienstdienst Defensie is opgeroepen om het voorwerp te onderzoeken. Klik hier voor het officiële bericht en foto's van de politieagent die het explosief kietelt met een takje.

afbeelding wapen van asperenHet is al een hele tijd geleden dat we met Voet in Asperen zijn geweest. Een paar jaar geleden dachten wij een mooie excursie te kunnen organiseren naar Asperen, maar toen bleek dat de kerk gerestaureerd werd en hebben we dat allemaal maar uitgesteld totdat die restauratie voltooid zou zijn. En zowaar dat is nu het geval, hij staat weer keurig bij, helemaal opgepoetst om ons op passende wijze te ontvangen. De waaiersluizen zijn inmiddels ook gerestaureerd, gaan we ook bekijken.

Voor de foto's: druk op 'lees meer'.

Beschrijving en foto's van de excursie naar Schoonhvoen. De foto's worden aangevuld zodra wij er meer hebben ontvangen. Hieronder de foto's van Tanja Moody.

bus voor VoetAls u op de foto hierboven klikt wordt die gedownload in het oorspronkelijke formaat, kun u een geweldige afdruk van maken.

Op maandag 4 juni nog meer foto's gekregen en op de website gezet, en nu, 30 juni alweer meer foto's, nu van Louis Raetsen. Vers van de pers, de foto's van Jan en Lianne Hogendoorn en Toine van de Laar.

Klik hieronder op de eerste foto en door links of rechtsboven in de foto te klikken bladert u door het hele album heen.

plaatje ijsselstein

Foto's staan aan het einde van het artikel

Met IJsselstein hebben wij een band die wordt ondersteund door engelen. Wilt u weten hoe dat eruit ziet, ga dan mee op zaterdag 15 september. Dan opent de vestingstad IJsselstein haar poorten, speciaal voor de leden van Voet van Oudheusden.
Deze meer dan 700 jaar oude stad is vanouds de toegangspoort tot de Lopikerwaard. Het kent een geschiedenis met veel geweld in de eerste 200 jaar van haar bestaan, zo maakte Utrecht de stad in 1418 met de grond gelijk.

In het Bocholter-Borkener Volksblatt nummer 128 van 4 juni 2012 verscheen een verslag van het bezoek dat wij op 2 juni aan Werth hebben gebracht. Wij zijn zeer vereerd. Dank aan Johann Radstaak die ons dit artikel toestuurde.

Excursie naar Maarssen met het thema: “Buitenplaatsen aan de Vecht, Nieuwe Rijken van de 17e en 18e eeuw“. Deze excursie wordt herhaald op 7 mei omdat wij veel mensen moesten teleurstellen.

Op 17 september 2011 brengen we een bezoek aan Woudrichem. Hier krijgen we een rondleiding in het museum waarbij de gids ons (bijna) alles vertelt over de historische zalmvisserij. Ook maken we een rondwandeling door de stad onder begeleiding van een gids van de Stichting Stadsgidsengilde Woudrichem.

Woudrichem is een mooie vestingstad; het is een van de historische steden/plekken van de Vestingdriehoek. De andere zijn Gorinchem, dat we vorig jaar hebben bezocht, Slot Loevestein en Fort Vuren.

Vestingstad Woudrichem was ooit een toevluchtsoord voor de gravin van Zeeland, Holland en Henegouwen: Jacoba van Beieren (1401-1436). Hoewel er inmiddels eeuwen zijn verstreken, is er nog altijd de middeleeuwse sfeer terug te vinden. Verschillende vijftiende en zestiende eeuwse panden hebben hun aanzien niet verloren en ook de stadswallen met hun ravelijnen, bastions en steunberen zijn bewaard gebleven.

De stad, gelegen in het Land van Heusden en Altena, was eens de hoofdplaats van het Land van Altena en kent een bewogen geschiedenis. In 1356 krijgt Woudrichem, ook wel Woerkum genoemd, stadsrechten. Van 1354 tot 1425 kende Woudrichem een grote bloei. Tijdens de Arkelse oorlog in 1405, de Tachtigjarige Oorlog (1568 -1648) en de oorlogen met Frankrijk in 1672 (Lodewijk de 14e) en 1794/1795 had het stadje veel te lijden van belegeringen en plunderingen. In 1556 heerste er de pest. Aan het eind van de 16e eeuw wordt Woudrichem uitgebouwd tot een belangrijke Hollandse vesting. Na 1680 wijkt het oorlogsgevaar, het garnizoen wordt kleiner en daarmee neemt de welvaart af. Stad en Land van Altena behoorden tot het gewest Holland, pas sinds 1815 maken ze deel uit van Noord-Brabant. In 1816 wordt het stadje de vestingstatus ontnomen. Dit betekent de economische doodsteek en de verpaupering slaat toe. De visserij, die al sinds de Middeleeuwen voor werk zorgde, was in de 19e en begin 20e eeuw de dobber waarop de Woerkumse economie dreef.

De Woerkummers hadden van oudsher het recht om op grote gedeelten van de Maas en de Merwede te vissen. Dat visrecht was op 3 juni 1362 verstrekt aan het gewone volk. Toen het gemeentebestuur in 1877 de euvele moed had aan dit eeuwenoude privilege te tornen stond heel Woudrichem op z'n kop. De armoedige vissers met hun meestal grote gezinnen voelden zich in hun bestaan bedreigd en kwamen tot georganiseerd verzet. Marechaussee en eenheden Infanterie uit Loevestein en Gorinchem kwamen het 'Vischoproer' bedwingen; er verscheen zelfs een kanonneerboot voor de vesting. Uiteindelijk gaf het gemeentebestuur toe. In 1909 werd de Coöperatieve Visscherijvereeniging De Hoop opgericht. Die beheert tot op heden het visrecht. In de vijftiger jaren verloor de visserij vanwege de vervuiling van de Maas en de Merwede aan belang. Door de restauratie van de vesting, het toerisme en de nieuwbouw buiten de wallen, krijgt de oude stad nieuwe impulsen.

In Woudrichem bezoekt u natuurlijk het Visserij- en cultuurhistorisch Museum Woudrichem!

Er hebben zich 58 personen ingeschreven, de excursie is volgeboekt. Verdere inschrijvingen belanden op een wachtlijst die wordt afgewerkt als mensen om wat voor reden dan ook niet mee gaan.

Op 21 mei 2011 gaan we met de bus naar Hoogstraten. In de bus zijn 58 zitplaatsen beschikbaar, meer deelnemers kunnen wij dus niet bergen. U kunt zich inschrijven voor deze excursie door betaling van €40,- per persoon (niet-leden €50,-) op rekening 5023582 t.n.v. Genootschap A.W.K. Voet van Oudheusden te Culemborg, onder vermelding van 'Hoogstraten' en bovendien onder vermelding van uw voorkeur voor de lunch(es) (Frikadel, Beuling of Niçoise). De lunch is bij de prijs inbegrepen.

Hoogstraten is een zusterstad van Culemborg. Ooit, in 1937, dus voor de Tweede Wereldoorlog, was een bezoek aan Hoogstraten een extra reden om in Culemborg een historische vereniging op te richten, en dat is nu ons eigen Genootschap A.W.K. Voet van Oudheusden.

Excursie naar Maarssen met het thema: “Buitenplaatsen aan de Vecht, Nieuwe Rijken van de 17e en 18e eeuw“

Een langer verslag volgt nog, bijgaand een paar foto's die zijn genomen door Tanja Moody, Jan Hogendoorn en Jaap Borggreve. Om te beginnen: Ravenstein op Google Earth.

Fotoverslag excursie 18 september naar Gorinchem. Foto's van Jan Hogendoorn. In het artikel over het Culemborgse volkslied is het vrijwel identieke Gorinchemse volkslied toegevoegd.

Zaterdag 18 september 2010 gaat Voet op middagexcursie naar Vestingstad Gorinchem, de stad van Hendrick Hamel.

Let op: vertrektijden van trein gecorrigeerd. Routebeschrijving

Speciale mededeling van de Werkgroep Excursies:

In het Gorcums museum is op dit moment een heel bijzondere kleine tentoonstelling, mooi ingericht en gedocumenteerd :
Esther - een dagboek - 1942 - uitgesloten en weggevoerd

Let op: over het algemeen stromen de inschrijvingen binnen in de laatste 2 weken voor de excursie. Echter, we hebben nu (13 mei) al een volle bus en vier mensen op de wachtlijst .

Programma

Dit is een samenvatting van de excursies die Voet heeft georganiseerd sinds 1997.

Op zaterdag 16 januari 2010 bezoeken we Sonnenborgh, een plek met bijzondere historie, gebouwd in 1552 als bastion als onderdeel van de stadsverdediging van Utrecht.

Jaja, je reserveert anderhalf uur, ruimschoots voldoende om van Culemborg naar Zutphen te rijden, denk je. Mis dus, het gaat precies in 90 minuten en geen minuut minder. Als beloning voor die lange busreis is er dan, mooie stad of niet, eerst behoefte aan een kop koffie, deze keer verrijkt met een stuk echte Veluwse appelcake van de enige echte Veluwse appelcakebakker in Zutphen, geselecteerd door de werkgroep.


Hier het programma van 16 mei en de kaart van Zutphen

Op zaterdag 16 mei bezoeken we Zutphen, een van de oudste steden van Nederland met een rijke historie: hoofdstad van het graafschap Zutphen, Hanzestad en vestingstad.

Vreeswijk kent een lange en bewogen geschiedenis die sterk verbonden is met het water en de scheepvaart. Het plaatsje groeide, mede door de handelsactiviteiten, uit tot een belangrijk knooppunt in de scheepvaart tussen Amsterdam en het Duitse achterland.

Op zondag 30 april 2006 organiseerde het 1 meicomité een stadswandeling lang het industriële erfgoed in de binnenstad. De middag werd geopend door loco-burgemeester Henk Wichgers.

De belangstelling voor deze middag was groot. 4 rondleiders, de heren Wim Veerman, Peter Schipper, Ron Wevers en Jack van der Winkel, voerden de mensen door de stad.

 

Zo werd aandacht geschonken aan de R.K Coöperatie 'Ons Voordeel', 'De Werkman', Huis 'De Eijkel' - de smederij van Cees Heij - en Café Voorwaarts in de Zandstraat; het woonhuis van C.W. Dresselhuijs op de Varkensmarkt; het confectieatelier van Wust in de Grote Kerkstraat en in de Kleine Kerkstraat de sigarenmakerij De Ruiter;op de Markt de coöperatieve vereniging 'De Eendracht';de Mosterdfabriek van Spoor en 'De Oude Keet' van Dresselhuijs in de Lange Meent.

In de Korte Meent werd aandacht geschonken aan de brandspuitenfabriek van Kronenburg en diverse meubel- en sigarenfabrieken.

Na afloop ontving men een uitgebreide brochure over hetgeen verteld was.

Op zaterdag 4 september 2004 vond op De Bol de uitreiking plaats van het eerste exemplaar van de bundel RIJM EN ZANG geschreven door pater Bernard van Meurs. Het betrof een heruitgave van de eerste druk uit 1863. Meurs bracht persoonlijk een bezoek en het Culemborgs Mannenkoor OBK zong een 8-tal liederen.

Veel leden waren die middag gekomen en hadden aan de wens van het bestuur, een hoed te dragen, voldaan. Het zag er allemaal mooi 19de eeuws uit.

Fotoverslag

Een fotoverslag

Deels met de fiets, deels per koets, hebben wij een bezoek gebracht een de oudheidkamer in Schalkwijk. De overkant, in Culemborgse termen

Hattem ligt in het uiterste noordelijke puntje van de Veluwe. De oudste vermelding van Hattem dateert uit de negende eeuw. Al in 1176 werd Hattem een zelfstandig kerspel. De plaats ligt op een kruispunt van wegen aan de rivier de IJssel, bij een rivierovergang. Er was dan ook voldoende handel en Hattem werd een, bescheiden, lid van de Hanze. Hoewel geen wereldstad heeft het een rijke historie en veel fraaie panden zijn er bewaard gebleven. Bezoek het Voerman-museum, genoemd naar de IJsselschilder Voerman, met een prachtige collectie schilderijen. Zijn zoon, bekend van de Verkade-plaatjes, maakte de mooiste schilderijen van bijvoorbeeld een eenvoudige rode kool.

Fotoverslag

Inderdaad, die hebben niets met elkaar te maken, maar onze excursie brengt u op één dag naar deze twee musea, daarom staan ze hier in een zin.

Deelen is belangrijk omdat daar de eerste demonstratievluchten in Nederland plaatsvonden in 1910. Tijdens 2de Wereldoorlog hadden de Duitsers er een basis voor nachtvluchten boven Nederland en Noord-Belgie. We worden rondgeleid in het museum en in de bunker Diogenes die speciaal voor ons wordt opengesteld.

Daarna gaan we naar het Tegelmuseum in Otterlo. De wisseltentoonstelling is gewijd aan Tegels 1900-2000. 

Wij hebben daar el een bezoekje gebracht om het te beoordelen en wij denken dat u verstelt zult saan van de prachtige tegels en tegelplateaus die hier worden tentoongesteld. Zelft een plateau van Karel Appel.

Uiteraard is koffie, thee en de lunch bij de prijs inbegrepen. Introducés zijn toegestaan.

Het verslag

Voor een fotoverslag: zie het einde van dit verslag

Gruwelijk vroeg en gruwelijk nat, zaterdagmorgen 17 mei voor het station. Bovendien zijn er die nacht kennelijk een paar ‘mensen’ bezig geweest fietsen in de stalling te vernietigen. Er lagen stapels fietsen met kromgebogen wielen en verbogen frames die de weg versperden naar het station. In Culemborg hebben wij geen natuurramp nodig om van onze omgeving een puinhoop te maken. Na de berg fietsen te hebben bedwongen zitten we dan toch met z’n vijfentwintigen in de bus, onderweg naar Vliegbasis Deelen.  Die jongens van Streef kennen werkelijk elk boerenweggetje, want op onnavolgbare wijze reed chauffeur Bram Bos via Buren naar de A15. 

Het begin in Deelen was toch wel merkwaardig: koffie met gebak tussen de vliegtuigwrakken en een gerestaureerde V1 raket met extra brandstoftank in een ruimte die toch deed denken aan een soldatenkantine. Maar goed, het smaakt er allemaal niet minder om, we eten alle gebakjes op. De rondleiding begon voor de ingang van het museum, toen het net eventjes droog was. Bij die ingang staat een FLAK kanon (Flugabwehrkanone - luchtafweergeschut) en zoals altijd met oude dingen, het wordt pas echt interessant als er een verhaal bij wordt verteld. Dit kanon hete Emil en was het 5-de kanon (E) in een cirkel van 6 die gebruikt werd bij de slag om Arnhem Overigens niet met veel succes, want bij de eerste aanval van de Britten werd de vuurleiding in het midden van de cirkel uitgeschakeld en dan kun je net zo goed in een loopgraaf gaan schuilen, je raakt toch niets meer. Dat deed de bemanning ook. Na de slag om Arnhem werd het kanon verplaatst naar een weiland in de buurt van Zwolle en jaren na de oorlog is het daar opgegraven. Het mooie: een lid van die kanonbemanning is later teruggevonden. Hij herkende zijn kanon (hij was toen 17 jaar oud) en kon er nog een heel verhaal omheen vertellen. Zo krijgt geschiedenis een heel andere betekenis.  Binnen in het museum wordt u het verhaal verteld van de vliegbasis. U ziet wrakken van vliegtuigen uit WOII en u hoort dat een vliegtuig dat op de zandgrond neerstort direct in stukken uiteenspat, de grond is keihard. Stort het neer op kleigrond dan gaat het door de klei tot aan de zandlaag, de kleigrond sluit zich weer en je hebt moeite om het wrak terug te vinden. Zo zijn er in de Betuwe een heleboel teruggevonden, maar kun je het tenminste terugvinden en het is nog herkenbaar als vliegtuig. Stort het neer op veengrond dan zie je er vaak helemaal niets van terug, die grond is zo zacht dat een neergestort vliegtuig onmogelijk diep in de grond zit. Daar valt natuurlijk veel meer over te vertellen, en onze gids Edwin deed dat ook met verve, maar wij gaan dat verhaal niet weer vertellen. Het museum vertelt gegarandeerd een realistisch verhaal, want een van onze deelnemers vond dat het zelfs nu nog rook naar olie en kruit. Ook dat werd trouwens uitgelegd: als je een wrak opgraaft dat zelfs tientallen jaren onder de grond heeft gelegen, ruikt het alsof het er net is neergestort: olie, brandstof, kruit, het is er nog allemaal want het is niet in aanraking geweest met zuurstof. Wilt u het hele verhaal: ga naar dat museum, het is zeer de moeite waard. 

De lunch was degelijk, zoals het een soldatenlunch betaamt, maar wordt bruut onderbroken voor het vertrek naar de bunker Diogenes. Dat is inderdaad een groot en sterk gebouw, met 3,5 meter dikke betonnen muren aan de buitenkant. Vanuit die bunker werden de vluchten gecoördineerd waarmee de Duitsers de geallieerde bommenwerpers aanvielen. Het gebouw heeft alle aanvallen van de geallieerden doorstaan en in Europa kent het qua grootte nog één gelijke, die staat in Denemarken. Het is nu in gebruik bij de Gelderse Archiefdienst, u kunt er zeker van zijn dat onze archieven daar veilig zijn opgeborgen. Een indrukwekkend bouwsel, maar je komt er wel uit met een gevoel van opluchting. Geen ramen, metersdikke muren, grauw beton tot diep onder het maaiveld (mocht u een foto zien van dit gebouw en daarop ramen zien: die zijn van de kantoren voor de administratie en die behoorden niet tot de bunker, wat daar zat was vervangbaar, inclusief de administrateurs dus). Bram bracht ons vervolgens naar het Nederlands Tegelmuseum, een veel vrediger omgeving. Hoewel de combinatie WOII – Tegeltjes natuurlijk volstrekt onlogisch is had toch niemand moeite om de omschakeling te verwerken. Het Tegelmuseum is werkelijk prachtig, hoewel natuurlijk ook hier een goede gids wonderen doet. Gids Pieter leidde ons langs de mooiste tegeltableau’s en legde bijvoorbeeld uit dat tegels al gemaakt werden door de Egyptenaren, zo’n 300 jaar voor het begin van onze jaartelling. Tegels zijn naar Europa gebracht door de Arabieren (die we toen Moren noemden) en die tot aan de Pyreneeën hun invloed lieten gelden. Ook uit die tijd zijn er in het museum tegels te bewonderen. 

Het Nederlands Tegelmuseum richt zich op het verzamelen van handbeschilderde tegels. U kunt afbeeldingen zien van fabrieken, zo rond 1900, die duidelijk het resultaat zijn van een grote ambachtelijke kennis en kunde. U kunt ook plateau’s zien van Karel Appel en M.C. Escher, een mooie combinatie van ambacht en kunst. 

Kortom, ga naar dat museum.

Neem een voorproefje op http://www.nederlandstegelmuseum.nl/. 

 Foto-impressie

 

 

 

H. Hundertmark bij het Nye Huus

Foto's: J.J. van Antwerpen 

Het navolgende stuk is ontleend aan een onderzoek verricht door de heer H. Hundertmark betreffende de toekomstige restauratie van de stadsmuur aan de Westersingel. Hierover werd op zaterdagmiddag 19 januari 2002 een voordracht gegeven, met aansluitend een bezoek aan het betreffende stuk muur. 

Conclusies en aanbevelingen

Conclusies

Culemborg bezit met het onderzochte object een voor Nederlandse begrippen volstrekt uniek stuk middeleeuwse stadsmuur dat, doordat het nooit eerder is gerestaureerd en tot ongebruikelijke hoogte bewaard is gebleven, een schat aan gegevens bevat over de ontwikkeling van de stadsmuur door de eeuwen heen. De muur bevat niet alleen informatie over, en de enige bovengrondse resten van één van de drie kastelen die Culemborg heeft gekend, ook getuigt het van aanpassingen die nodig waren in verband met krijgskundige ontwikkelingen en innovaties. Deur in de oude stadsmuurHet spreekt daarom voor zich, dat de hoogstnoodzakelijke conservering van de muur met de hoogst mogelijke terughoudendheid zal moeten worden aangepakt. De muur bevat substantiële resten van het zogenaamde nieuwe huis, dat hier rond 1320 is verschenen. Ook zijn er uit dezelfde fase aangrenzende stukken stadsmuur bewaard, waaraan zelfs nog de originele kanteling is af te lezen. De veertiende-eeuwse uitbreiding van het nieuwe huis, met de ophogingen en veranderingen van de stadsmuur door de eeuwen heen, zijn als bouwsporen in het muurwerk geconserveerd. Zeer bijzonder zijn de restanten van originele vensters en een aan de veldzijde gelegen deuropening met brugoplegging van het Nieuwe huis. Mogelijk leveren deze "ontdekkingen" een bijdrage aan nieuwe theorieën over de mogelijke situering van het 'Oude Huis'. 

Aanbevelingen

Zoals al aangestipt verdient de muur gezien de bijzondere aard van de bouwsporen een conserverende behandeling. De bouwsporen zoals nu zichtbaar dienen gerespecteerd te worden; ook invullingen van bijvoorbeeld vensters zijn immers al honderden jaren oud! Wel kunnen verstoorde of nauwelijks meer leesbare sporen (te denken valt aan de moordgaten waarvan nu slechts de rollaag is bewaard) terughoudend worden aangevuld of worden geaccentueerd. Dit is vooral van toepassing bij de toepassing van afdekkende lagen boven op de muur. Voorts verdient het aanbeveling het nog in goede staat verkerende voegwerk zoveel mogelijk intact te laten, ook om het schilderachtige karakter van de muur te bewaren. Inboetwerk moet zo terughoudend mogelijk en in overeenstemming met de bouwsporen geschieden. Hierbij moet aan de binnenzijde rekening worden gehouden met het feit dat het oppervlak over grote delen is afgehakt, en dat dus ook met afgehakte stenen zal moeten worden ingeboet. Wellicht is het in de toekomst mogelijk de resultaten van het bouwhistorisch- en archeologisch onderzoek op een informatiepaneel in de museumtuin inzichtelijk te maken. 

Bouwhistorische bevindingen 

Voor een beter begrip en overzicht van de gecompliceerde bouwgeschiedenis van het betreffende muurwerk is een indeling gemaakt in hoofdbouwfasen. Per hoofdbouwfase is hier een beschrijving gemaakt die niet los kan worden gezien van de driedimensionale reconstructietekeningen en documentatietekeningen. 

Hoofdbouwfase 1

In 1318 verleent Jan van Beusichem, heer van Culemborg stadsrechten aan de al bestaande plaats. De werkzaamheden moeten al snel een aanvang hebben genomen, want in 1320 wordt reeds het voltooide 'Nye Huus' (in het vervolg 'het nieuwe huis' te noemen) Bouwfase 1vermeld, dat zoals uit het onderzoek is gebleken in eenzelfde bouwfase is opgezet als het aanpalende deel van de stadsmuur. Het uit fase 1 stammende werk bestond uit een rechthoekig huis (het nieuwe huis) en zuidelijk daarvan een in verband daarmee gemetselde stadsmuur. Noordelijk van het nieuwe huis is een stuk stadsmuur dat tegen de kopse gevel van het huis aansloot, maar waarvan de aansluiting nu niet meer aanwezig is en dus niet met zekerheid kan worden gezegd dat het in één opzet was gemetseld.  

Bouwfase 1 

Het bouwproject dat tot hoofdbouwfase 1 wordt gerekend is in meerdere bouwfasen tot stand gekomen. Het zuidelijk gelegen muurgedeelte bevat een aanzet van wat waarschijnlijk een in allereerste fase opgetrokken muurtoren is geweest. Deze is al zeker sedert de zestiende eeuw niet meer aanwezig; slechts een afgebroken aanzet doet vermoeden dat er een toren is geweest. Direct noordelijk van deze aanzet was een gemetselde staande tand van een bouwonderbreking zichtbaar. Het is op zich niet ongebruikelijk dat een muurtoren eerst werd opgetrokken en daarna pas de aangrenzende stadsmuur.  Het in de staande tand getande metselwerk van de onderbouw van het aansluitende muurstuk (één geheel met de onderbouw van het nieuwe huis), is zeer kort hierop tot stand gekomen. Een horizontale markeert de bouwonderbreking of seizoenstop in de afbouw van de muur en opbouw van het nieuwe huis. De onderbouw van de muur ter plaatse van het nieuwe huis vormt volgens de opgravingstekeningen van 1960 één geheel met de overige muren van het nieuwe huis en de gewelfaanzetten van de hierin gelegen kelder. Aan de buitenzijde van deze hoek, de plaats waar het huis een sprong naar buiten maakt ten opzichte van het aansluitende noordelijk muurgedeelte, was een oorspronkelijk in verband gemetselde steunbeer. Deze tekent zich nu nog af in de vorm van afgehakte koppen. 

bouwfase 2

 Na de seizoenstop wordt eerst het huis afgebouwd. Van dit huis is het onderste deel van de westelijke zijmuur nog geheel in de huidige stadsmuur opgenomen. Het bevat, behalve de onderzijden van vier vensters ook een origineel in het metselwerk opgenomen toegang, waarvoor met zekerheid een smalle brug aanwezig is geweest. De vensters waren opgenomen in aan de binnenzijde van de muur nog zichtbare vensternissen.  VensternissenAan de buitenzijde zijn bij de drie noordelijke vensters de in de bakstenen dagkanten uitgespaarde luiksponningen nog zichtbaar. Het ligt dus voor de hand dat het bakstenen kruisvensters zijn geweest, waarin in elk geval in de onderlichten een beluiking was aangebracht. LuiksponningenHet meest zuidelijke venster, direct naast de toegang gelegen, heeft aan de buitenzijde geen luiksponningen en zal daarom waarschijnlijk bij een andere ruimte hebben behoord. Bouwsporen van eventuele indelingsmuren van het nieuwe huis zijn aan de binnenzijde van de muur niet teruggevonden daar het muuroppervlak hier geheel afgehakt is. De deuropening zal vermoedelijk een bovenlicht hebben gehad. Onder de deuropening zijn de originele uitsparingen voor direct bij de bouw ingemetselde balkopleggingen voor de brug vastgesteld. Na de afbouw van het huis werd het zuidelijk muurgedeelte voltooid met het optrekken van een borstwering. Hierin zijn moordgaten en kantelen opgenomen, waarvan een deel zich nu nog als bouwspoor aftekent. In de kantelen was alternerend een kijkspleet opgenomen. Doordat ook dit muurgedeelte aan de stadszijde vrijwel geheel is afgehakt, is niet meer na te gaan of er een weergang op uitkragend metselwerk of een houten constructie is geweest4.Noordelijk van het nieuwe huis werd een muurgedeelte opgetrokken dat eveneens moordgaten en kantelen met alternerend kijkspleten had . Deze kanteling is nog steeds goed zichtbaar aan de veldzijde van de huidige muur. Zoals gezegd is de aansluiting van deze muur op het nieuwe huis niet meer na te gaan wegens de latere uitbreiding van het huis. Opvallend is dat dit stadsmuurgedeelte aanzienlijk lager was dan het zuidelijk deel uit dezelfde periode. Een verklaring hiervoor zou gelegen kunnen zijn in een vermoede situering van het oude huis aan de overzijde van de gracht waardoor dit stadsgedeelte al voldoende verdedigbaar was. Mogelijk vormde de vastgestelde brug een directe verbinding tussen het nieuwe huis en het (terrein van het) oude huis.

Hoofdbouwfase 2

In de loop van de veertiende eeuw, vermoedelijk al snel na 1322, het moment dat er een nieuwe bewoner kwam, is het nieuwe huis in noordelijke richting uitgebreid. Daartoe werd een stukje van het noordelijk stadsmuurdeel afgebroken. De uitbreiding van het huis had een min of meer vierkante basis en was iets smaller dan het bestaande gedeelte; de funderingen zijn bij het bodemonderzoek in 1960 teruggevonden.   Hoek noordzijde Voor de uitbreiding werd de steunbeer op de uitstekende hoek van het bestaande deel weggebroken en het nieuwe werk werd hier koud tegen aan gemetseld. De uitbreiding was eveneens onderkelderd. mogelijk was ook hier een tongewelf aanwezig. Dit is wel enigszins in strijd met de oorspronkelijk in het muurwerk opgenomen kaarsnis, die nog steeds zichtbaar is aan de binnenzijde van het restant van de kopse gevel van de uitbreiding. Deze kaarsnis zou dan namelijk hoog in de hoge kelder, ongeveer tegen het gewelf gesitueerd moeten zijn geweest. Een afdruk van het gewelf is niet meer vast te stellen daar ook hier het muurwerk aan de binnenzijde is teruggekapt.  De kelder bezat een laaggelegen kelderlicht aan de veldzijde, dat destijds ongetwijfeld diefijzers heeft gehad.Metselboog Het venstertje was aan de stadszijde afgedekt door een segmentboog, aan de smallere buitenzijde door een keperboog. Het venstertje is nu nog aan beide zijden in dichtgemetselde toestand zichtbaar. Aan de kopse zijde, achter de aansluitende stadsmuur, kreeg de kelder licht door een met getrapte bakstenen afgedekte lichtspleet. die nu nog voor de helft aanwezig is. Ook een in de noord-westhoek aangetroffen waterput zou volgens het archeologisch onderzoek tot dezelfde bouwfase behoren, en in verband gemetseld zijn met de zijmuren.5 Gezien de bouwsporen in het nog bestaande metselwerk liep de gemetselde put door tot de (bel)etage van het huis. In het nog bestaande opgaand werk van de bel-etage zijn nog juist de onderzijden van twee origineel in het metselwerk opgenomen vensters zichtbaar. Ook deze smalle vensters, waarschijnlijk kloostervensters, waren aan de binnenzijde opgenomen in een vensternis. 

Hoofdbouwfase 3

Hoofdbouwfase 3 van het Nye HuusIn het midden van de veertiende eeuw (mogelijk in samenhang met de afbraak van het oude huis in verband met de bouw van een nieuw kasteel aan de oostzijde van de stad) werd het lage stadsmuurgedeelte, noordelijk van het nieuwe huis, op hoogte gebracht. Het muurgedeelte tussen de Goilberdingerpoort en het nieuwe huis werd vrijwel geheel afgebroken en opnieuw (maar aanzienlijk hoger) opgetrokken. Dat men geen gebruik maakte van de lage bestaande muur kan te  maken hebben met aanzienlijke oorlogsschade die hier is geleden en waarbij ook het oude huis was verwoest.De nieuwe muur had dezelfde opzet als het muurgedeelte dat nu nog zichtbaar is bij de iets zuidelijker gelegen parkeerplaats, dat enige jaren geleden is gerestaureerd. Kenmerkend zijn de lage, onder de weergang gelegen schiet- of kijkspleten die aan de binnenzijde door een keperboog zijn afgedekt. In het onderzochte deel zijn nog vier (restanten van) zulke schiet- of kijkspleten teruggevonden.Bovenaan de muur werden nog juist de onderzijden van de originele moordgaten van de kanteling vastgelegd. De opbouw van dit muurtraject (met slechts een halfsteens verjonging op weerganghoogte) sluit een uitkragende stenen weergang aan de binnenzijde uit, zodat we er van uit mogen gaan dat er een houten weergangconstructie is geweest. Het grootste deel van de muur richting poort is enige tijd geleden ingestort en zonder bouwsporen herbouwd. Opmerkelijk genoeg werd een klein stukje van de oude lage muur, aansluitend op het nieuwe huis niet afgebroken, maar na een bouwonderbreking opgehoogd tot de zelfde hoogte als het nieuwe werk. Een sluitende verklaring voor dit afwijkende muurstuk is niet te geven; mogelijk was een aan de binnenzijde tegen de muur gelegen bouwwerk de reden van deze anomalie. De aan de veldzijde van het eerste deel van het nieuwe huis gelegen toegang werd dichtgemetseld en de brug opgeheven. Ook dit gegeven zou het verdwijnen van het oude huis in deze periode kunnen onderschrijven.

Hoofdbouwfase 4

fase 4Nog voordat het nieuwe huis zou worden afgebroken werd het noordelijk aangrenzende deel van de stadsmuur grondig gewijzigd. In plaats van de beredeneerde houten weergangconstructie werd er een bakstenen weergang op bogen gebouwd.deur Deze constructie stond koud tegen de oudere muur en was er nauwelijks mee verbonden. De weergang tekent zich nu nog af in de vorm van twee duidelijke en drie vage boogafdrukken aan de binnenzijde van de muur. Bij het archeologisch onderzoek in 1960 zijn de eerste twee funderingspoeren van de weergang teruggevonden. Het loopniveau van de nieuwe stenen weergang lag iets lager dan die van de houten voorganger. Dit is af te lezen aan de deuropening in de kopgevel van het nieuwe huis, die bij deze verbouwing werd aangebracht om de nieuwe weergang te kunnen bereiken. Van deze deuropening is een dagkant en de afdruk van de drempel nog steeds zichtbaar.Een deel van de borstwering van de muur werd vernieuwd. In dit vernieuwde deel zijn nu nog drie smalle schiet- of kijkspleten waar te nemen. Of de vernieuwde borstwering ook weer kantelen kreeg is niet te zeggen daar dit deel van het muurwerk niet bewaard is gebleven. Waarschijnlijk is het echter niet, daar zij vanwege de hoge situering ten opzichte van de weergang nooit functioneel kunnen zijn geweest. 

Hoofdbouwfase 5  

brandDeze fase bestaat uit de verwoesting door brand van het nieuwe huis. Deze brand heeft in elk geval voor 1415 gewoed, want in dit jaar wordt het verzoek opgetekend om de verbrande resten van het nieuwe huis te mogen afbreken. Uit de stadsrekeningen van 1425 blijkt dat het afkomend baksteenpuin wordt gebruikt voor het verharden van straten in het centrum van Culemborg. 

 Hoofdbouwfase 6

Niet al het muurwerk van het nieuwe huis werd na de brand afgebroken. Na de brandDat deel dat onderdeel uitmaakte van de stadsmuur werd slechts teruggebracht tot de hoogte van de aansluitende muurgedeeltes. De onderzijden van de vensters werden met hergebruikte bakstenen dichtgemetseld en in vier van deze dichtzettingen werden moordgaten uitgespaard. Ook in het resterende stukje van de noordelijke kopgevel, dat uitspringt ten opzichte van het noordelijk muurgedeelte werd een moordgat aangebracht. 

Hoofdbouwfase 7

Op zeker moment, vermoedelijk in de eerste helft van de zestiende eeuw, wordt de stadsmuur grondig gemoderniseerd. Allereerst verdwijnt, om onbekende redenen, de vermoede muurtoren, zuidelijk van het onderzochte muurtraject. Op de kaart van Jacob van Deventer (midden zestiende eeuw) is deze toren in elk geval niet meer aanwezig.Rollaag moordgat Op de plaats van de toren verschijnt een nieuw stuk muur van hergebruikte bakstenen, dat geheel blind is. In samenhang met deze verandering wordt ook het aansluitende muurtraject, vanaf de toren tot en met de restanten van het nieuwe huis, aangepast. De oorspronkelijke kanteling komt te vervallen door het dichtmetselen van de moordgaten en kijkspleten, en het iets ophogen van de muur. Een gedeelte van de borstwering wordt zelfs geheel afgebroken en opnieuw opgebouwd. In plaats van de kanteling worden in de opgehoogde borstwering drie nieuwe schietopeningen gemaakt. Ook ter plaatse van het nieuwe huis worden de moordgaten dichtgemetseld en wordt een nieuwe schietopening aangebracht. In het muurwerk van de uitbreiding van het nieuwe huis worden drie kleine (schiet)openingen ingehakt. Ogenschijnlijk bleef hier één moordgat gehandhaafd. Of deze moderniseringen van de muur ook werden doorgevoerd aan het traject ten noorden van het nieuwe huis, is niet te zeggen daar het bovenste deel van het muurwerk niet bewaard is gebleven.

 

4    Gezien de vermeldingen van het nieuwe huis in 1320 en 1322 moet deze bouwcampagne in betrekkelijk korte tijd, tussen december 1318 en 1322, zijn voltooid. 

5    In de put werd uitsluitend veertiende-eeuws materiaal aangetroffen. Vriendelijke mededeling mevrouw Y. Jakobs, Culemborg. 

6     De aanvang van de bouw van het nieuwe (derde) kasteel aan de oostzijde van de stad wordt traditioneel rond 1350 gesteld, al menen sommigen de datering op typologische gronden veel vroeger (1280) te moeten plaatsen (zie: Janssen 1996, p. 53-54).

 

Het wordt een zeer interessante middag. Wij brengen een bezoek aan het Centrum van Archeologie, Bouwhistorie en Monumenten van de stad. Normaal is dat gebouw niet te bezoeken.

Het thema van Open Monumentendag is dit jaar

“Iconen en Symbolen”.

In Culemborg openen ook dit jaar weer vele monumenten hun deuren voor het publiek. Veel van deze monumenten zijn normaal niet te bezichtigen. Open Monumentendag Culemborg zal ook dit jaar weer een aantal activiteiten organiseren. Een activiteit is bijvoorbeeld de Weissenbruch-wandeling. Verder is er natuurlijk weer een markt op zaterdag 10 september. Ook Voet van Oudheusden zal daar aanwezig  zijn. Lees het programma en geniet op Open Monumentendag van al wat Culemborg u te bieden heeft.

 

Wij hopen u op zaterdag 10 september te mogen begroeten aan de stand van ons Genootschap!

Nog geen lid van onze vereniging? Word dan nu lid, misschien bent u het 800 ste lid!

Wij hebben dan een verrassing voor u!

Logo Open MonumentendagDe tweede zaterdag in september is altijd het Open Monumentendag, met dit jaar als thema 'Op Reis'. Met reizen, vervoer en transport verhaalt de Open Monumentendag over de dynamiek die daarmee gepaard gaat, de invloed die reizen en vervoer hebben gehad en nog steeds hebben op het aanzien van Nederland, de inrichting van het land en de steden, de manier van leven en het forenzen - zoals we dat in Nederland vandaag de dag doen. Want het gaat niet alleen over toen; de verhalen van toen verklaren het aanzien van nu en inspireren ons voor de toekomst.

Logo OMD Het thema van Open Monumentendag is dit jaar “Kunst & Ambacht”. Met Kunst & Ambacht zal op Open Monumentendag in 2015 zowel de kunst als het ambacht in en rond het monument centraal staan. Het monument is dé plaats waar kunst en ambacht samenkomen. Maar ook de toegepaste kunsten die daarin te zien zijn, en de inspiratiebron die monumenten zijn voor andere kunstvormen, zoals podiumkunsten, beeldende kunsten, letteren of muziek. Tegelijkertijd wordt ook de ambachtskant – vaak kunstzinnig vormgegeven – in het monument op deze Open Monumentendag belicht: stucwerk, wandbeschilderingen, tegeltableaus, metselwerk, betimmeringen, glas-in-lood.

Rond 1250 waren de ontginningen langs de zuidzijde van de Lek grotendeels afgerond. Op het nieuw verworven land waren, her en der verspreid, nieuwe nederzettinkjes ontstaan, zoals Pavye, Parys en Lanxmeer. Ook Culemborg was zo'n nederzetting gelegen op de oeverwal van het watertje de Meer. De oudste bewoning ontstond rond de Vier Hoeken en het oude stadhuis. Op dit punt werd al voor 1300 markt gehouden, aanvankelijk zal vooral in lokale producten zijn gehandeld.

Dankzij zijn gunstige ligging aan een kruispunt van vaarwegen groeide de 'portus' Culemborg uit tot een regionaal centrum, dat in 1318 van de heer van Beusichem stadsrechten verwierf. Vanouds wordt Culemborg gedomineerd door de Markt, waar het bestuurlijke en economische centrum van de plaats was gevestigd. Op de plaats van het oude stadhuis stond voor 1534 al een raadhuis, een lombard en een dingbank. Tot 1519 stonden er visbanken aan de Oude Vismarkt. Onder de burgerzaal van het stadhuis, nu raadskelder, was het vleeshuis, aan de westzijde de waag.

In de stadsbrief van 1318, zijn al bepalingen opgenomen over de markt ( toen nog jaarmarkt). In de oudste stadsrekening van 1374-1375 wordt al over drie jaarmarkten gesproken. In het stads- en landrecht van 1680 over vier jaarmarkten en de wekelijkse dinsdagmarkt.

De markt was de belangrijkste handelsplaats voor produkten tussen stad en platteland. Willem van Beieren, graaf van Holland verleende in1354 aan de poorters van Culemborg tolvrijheid te water en te land voor al zijn tollen en in 1397 schonk graaf Albrecht van Holland aan hen de vrijheid van tol in het land van Heusden. Koning Eduard III van Engeland verleende in 1433 een handelsvoorrecht aan de burgers van Culemborg te Calais, welke stad door de Engelsen was veroverd. De welvaart van Culemborg stoelde voor een deel op de rivierhandel en de daarmee verbondden ambachten.Culem borg had 12 gilden, waaronder het Voermansgilde, het Sint Nicolaas of Coopmansgilde, het Sackendragersgilde, Sint Jans of Schippersgilde en het Grootschippersgilde.

De Grootschippers voeren niet alleen op de binnenwateren, maar ook langs de kust en naar Engeland, Denemarken en andere landen. Ter bevordering van de handel en scheepvaart en tot gerief van de burgers groef men in 1558 de Kleine Lek om de rivier dichterbij de stad te brengen. Na 1650 valt er een snelle teruggang te constateren en in de 18e eeuw speelt de Rijnvaart voor Culemborg geen rol meer. Culemborg was vooral als marktplaats van belang.Er waren en zijn nog steeds drie markten. De Vismarkt, de Markt en de Varkensmarkt. Voor een flink gebied vervulde het een marktfunktie. Vanuit het graafschap Buren en de plaatsen aan de Linge zoals Tiel, Beesd, Leerdam en Asperen ging de tocht per schip via de Neust ( een schutsluis), die toegang verschafte tot de Bisschopsgraaf, deze kwam weer uit op de Meer, het watertje dat naar Culemborg voert.

In de 'Historische Beschryvinge van Culemborg' beschrijft ds. Voet van Oudheusden in 1753 de markten als volgt : blz : 427 '

Dus ontmoet men hier drie Markten. De Visch-Markt, daer men de Zee-visch en andere, die Afgeslagen moet worden, te koop veilt. De Groote Markt, strekkende van het Stadhuis tot de Lanksmeer, of genaemde Binne-poort, daer Weeklyks op Dinsdag allerley Eetwaren en andere Goederen, in grooten overvloed, te koop worden gebragt. De Verkens Markt, welke ook is de Ossen, Koeyen, Schaepen en Lammmeren Markt. Jaerlyks zyn hier vier Vry-Markten. De Eerste, zynde Paerde Markt, begint Vrydags 's Morgens ten 9 ueren, voor Half-vasten, wordende dan in-geluit, en eindigt Zaturdags in de volgende Week. De Tweede, zynde Magere Ossen, Beesten, Schaepen en Verkens Markt, begint Dinsdag nae belooken Paeschen, en duert tot den eersten Dingsdag in May. De Derde, zynde Paerde Markt en Kermis, begint Zondags nae Pinkster, duerende de Kermis agt dagen; de Paerde Markt is op Maendag. De Vierde, zynde Vette Beesten Markt, gaet in den 21. October, des Namiddags ten twee ueren, en eindigt den 23. dito. Verders op yder Dingsdag, tot den derden Dingsdag in November. Alle deeze Jaer- en Vry-Markten worden overtroffen door de Weekelyksche: Deeze is ook een Vry-Markt, en gaet de Vryheit in des Maendags Namiddag ten twee ueren, en eindigt des Woensdags 's Morgens ten 8 ueren: Op deezen mag ook niemand gearresteert worden, ten ware om Schulden aen den Grave, het Gemeene Land, de Stad of Dorpen, of dat de Schuld op een Markt-dag is gemaekt.'

Wanneer men over al deze activiteiten leest, is het zeer begrijpelijk, dat er aan de drie markten zoveel herbergen gelegen waren. Aan de gevels en de namen op de gevels herkent men de herbergen nog, al zijn in de meeste nu winkels gevestigd. Van al deze markten is alleen nog de wekelijkse dinsdagmarkt en de kermis overgebleven. Hoewel men kan stellen, dat 'Culemborg Bijvoorbeeld' met zowel een markt als allerlei verschillende optredens en attrakties een goede plaatsvervanger is geworden voor de middeleeuwse en ook latere jaarmarkten.

Yvonne Jakobs-Lommers.

Monumentendagwandeling 2002

Thema: Handel en Bedrijvigheid.

Start Markt 1 : Stadhuis.

Gebouwd in 1534 naar een ontwerp van de grote bouwmeester Rombout Keldermans in opdracht van Vrouwe Elisabeth van Culemborg en haar man Anthonis van Lalaing. De gevels zijn opgetrokken in baksteen afgewisseld met natuursteen in Zuid-Nederlandse gotische stijl. Het gebouw heeft op de begane grond een kelder en een centrale hal. Op de eerste verdieping bevindt zich de burgerzaal en de burgemeesterskamer. Daarboven de raadzaal en daarboven een grote zolder. Het gebouw vertoont een verscheiden heid aan bouwmaterialen. Bijzonder fraai zijn de gebrandschilderde ramen, die zijn aangebracht tijdens de grote restauratie tussen 1939 en 1949 en waarop men de geschiedenis van Culemborg kan aflezen. In het kader van het thema handel is het interessant om de ramen in de burgerzaal te bekijken waarop de gildetekens staan van de 12 gilden die Culemborg ooit heeft gehad. De glazenier Basart heeft hiervoor de zilveren gildetekens, die zich in het museum Elisabeth Weeshuis bevinden, als voorbeeld genomen. In de raadskelder, die vroeger werd gebruikt als vleeshuis hangt nog een vleeshaak. Tot 1519 stonden er visbanken op de Oude Vismarkt. Hier hakten de visvrouwen Jan van Buren in mootjes, toen hij met zijn leger Culemborg in 1428 was binnengevallen De afbeelding in het deurkalf boven de zijdeur van het stadhuis aan de Oude Vismarkt herinnert hier nog aan.Tegen de westgevel van het stadhuis stond vroeger de waag.

Via de Koestraat naar de Ridderstraat.

Ridderstraat 15: Christelijk Gereformeerde Kerk.

In 1868 is een reeds bestaand gebouw verbouwd tot een kleine zaalkerk met een neo-classistische gevel. De gevel steen met het jaartal 1834 duidt op de afscheiding van de Chr.Gereformeerde Kerk van de Ned. Hervormde Kerk.

Links om naar de Slotstraat

Slotstraat 10. Stadhouders-of Drostenhuis.

In 1462 werd het reeds bewoond door Sweder van Culemborg ( bastaardzoon van Heer Gerard II ) Sweder was stadhouder van de heerlijkheid Culemborg. Na de dood van Heer Jasper (1504) woonde hier zijn echtgenote Johanna van Bourgondië. In het vertrek dat Sweder gebruikte als kapel bevindt zich nog een fraaie muurschildering van een Calvarieberg.

Langs het Stadhoudershuis naar de Lange Meent.

Kasteeltuin met museum de Groene Schuur.

Het driedelige kasteelcomplex is geheel omgracht. In museum de Groene Schuur bevinden zich de bodemvondsten, die tijdens het archeologisch onderzoek zijn opgegraven. Op het terrein bevindt zich een theekoepeltje uit 1846.

Via de kasteelbrug weer terug naar de Lange Meent.

Links langs de Ramstoren en vervolgens over de brug over de Schoteldoekse Haven.

Dit nu smalle tussengrachtje was in vroeger tijden een veel bredere haven.De naam Lange Havendijk herinnert hier nog aan. Via het riviertje de Meer,dat langs de oostzijde van de stad stroomde en tevens werd gebruikt als stadsgracht, kwam men in de Schoteldoekse Haven.

Vanwege de vele markten die er reeds in de Middeleeuwen werden gehouden, was er veel bedrijvigheid rond deze haven en de Havendijk, zoals dit hele stadsdeel werd genoemd waar de schippers en vissers woonden.

Via de Visstraat naar de Vishal op de Vismarkt.

In 1519 werd de visafslag van de Oude Vismarkt verplaatst naar de Vismarkt. De visafslag lag toen direct naast de haven. De in classicistische stijl gebouwde vishal is van 1787. Tussen 1788 en 1940 werd hier iedere vrijdag de aangevoerde zee en riviervis bij afslag verkocht. Het huis op de hoek heet dan ook toepasselijk 'de Zalm'. Na de restauratie in 2001 werd op monumentendag op 14 september 2002 de vishal officieel geopend. Nu terug via de andere brug over de Schoteldoekse Haven, waar aan de andere kant Theater de Fransche School is gelegen. Dit neo-classistische gebouw van de architect Cornelis Sillevis werd in 1846 op het hoogste punt van de stad gebouwd als stadsarmenschool annex vloedlokaal. De hoge deurpartij in de voorge vel is aangebracht op vaarhoogte.

Schuin oversteken naar de Achterstraat.

Achterstraat 36. Jan van Riebeeckhuis of Huis de Fonteyn.

Hier werd in 1619 Jan van Riebeeck geboren. Het huis werd toen bewoond door zijn grootvader van moederszijde Govert Antonisz. van Gaesbeek. Jan van Riebeeck trad in 1639 in dienst van de V.O.C. In 1652 stichtte hij een verversingsstation aan Kaap de Goede Hoop waaruit later de Kaapkolonie zou ontstaan. Dat is dit jaar precies 350 jaar geleden. De V.O.C. werd in 1602 opgericht. Vele Culemborgse familieleden van Jan van Riebeeck waren in dienst van de V.O.C., zoals zijn vader Anthony van Riebeeck, zijn neef Antonio van Diemen, zijn oom Gerrit van Harn, maar ook zijn neven van Opdorp en Faa. De V.O.C. was in de 17e en 18e eeuw de grootste handelsmaatschap pij van ons land. Achter het J.van Riebeeckhuis ligt de kruidentuin de Fonteynhof. De kruidentuin is in formele stijl aangelegd en er groeien vele geneeskrachtige kruiden.

Doorlopen naar Achterstraat 2. de Evangelisch Lutherse Kerk.

De kerk is in 1839 gebouwd op de fundamenten van de St. Pieters- of Gasthuiskapel. Het voormalige koor is op het voorplein gemarkeerd door stenen paaltjes.Op het vorig jaar gerestaureerde klokkestoeltje staat een zwaan als windvaan. Hieraan herkent men een Lutherse Kerk. Luther werd ook wel de Zwaan genoemd. In de pilasters aan weerszijde van de deur zijn Lutherrozen aangebracht. Graaf George Frederik van Waldeck Pyrmont heeft in 1676 de Gasthuiskapel bestemd tot Lutherse Kerk en na een verbouwing kon ze in 1677 in gebruik worden genomen. Een gedeelte van het fraaie 17e- eeuwse meubilair is nog aanwezig. Het kostbare avondmaalzilver van de Lutherse gemeente is tentoongesteld in het museum Elisabeth Weeshuis.

Rechtdoorlopen naar Herenstraat 29: Museum Elisabeth Weeshuis.

Het weeshuis is gesticht uit de nalatenschap van Vrouwe Elisabeth van Culemborg en in gebruik genomen in 1560. Tot 1950 hebben er wezen gewoond. Via de poort komt men op het voorplein. Links de meisjesvleugel waarin het museum is gevestigd. Rechts de jongensvleugel en de kapel waarin nu de bibliotheek is gehuisvest. Het museum is niet alleen interessant vanwege haar collectie, maar zeker ook als 16e- eeuws pand. Achter het museum ligt de sfeervolle weeshuistuin. Zeker het bezichtigen waard is de achter in de tuin gelegen stadsmuur /kasteelmuur van het Nye Huus uit 1320. Hier kan men een wijle verpozen en daarna weer uitgerust verder wandelen.

Rechtsaf en daarna linksaf naar Everwijnstraat 3-9: Caiffaigne.

Rond 1460 stond er op de plaats van dit gebouw al woningen, die eigendom waren van Heer Jasper van Culemborg. In 1549 werd het geschonken aan de 'Pot', een 15e- eeuwse instelling van armenzorg. Eind jaren zestig is het pand gerestaureerd en bestemd als bejaardensociëteit.

Teruglopen naar het Hof en vervolgens naar 't Jach. Molen 'de Hoop'. Stenen windkorenmolen uit 1853.

Op deze plek hebben eeuwenlang molens gestaan. Rond 1900 was de molen al buiten gebruik. In 1977 kocht de gemeente de molen aan De molen werd in 1993 geheel gerestau reerd en weer van een kap, wieken en omloop voorzien. De vrijwillige molenaar laat de molen op zaterdagen en bij festiviteiten draaien.

Via de Buitenmolenstraat naar de Varkensmarkt 18. Oud Katholieke Kerk

De kerk is gewijd aan de H.H. Barbara en Antonius. Boven de ingang de Griekse tekst 'Pantocratori, (Aan de Albeheerser)'. De parochie werd gesticht in 1624. Tot 1853 stond er een schuilkerk achter de pastorie, vanaf de Varkensmarkt te bereiken via een smalle steeg. Zowel de kerk als de pastorie zijn enkele jaren geleden gerestaureerd. Het interieur is van een harmonieuze schoonheid.

Rechtsaf door de Jodenkerkstraat naar de aan het eind liggende Synagoge.

Gebouwd in 1867 naar een ontwerp van de stadsarchitect C. Sillevis. Waterstaatskerkje met neo-gotische kenmerken. Culemborg had in de 19e eeuw en de eerste helft van 20e eeuw een grote Joodse gemeenschap. De Synagoge is nu eigendom van de Nederlands Gereformeerde kerk en is in 1980 gerestaureerd.

Terug lopen naar de Binnenpoort.

Let op de handjes en memoriestenen aan weerszijden van de panden aan de gracht, die de hoogte van verschillende waterstanden bij dijkdoorbraken in de historie aangeven. De Binnenpoort werd gebouwd in de 14e eeuw tijdens de ommuring van de Binnenstad. In 1557 liet Floris I van Pallandt de poort verhogen. Dit blijkt uit een jaarsteen boven de waterlijst. In de toren hangt een klok welke werd gegoten door Wilhelmus van Wou in 1509. De tekst in de klok luidt: 'Salvator is min name, min ghelut is voor gode bequame. Den levenden roepe ick, den doden overlude ick. Wilhelmus de Woe'. De toren heeft verschillende verdiepingen, die met elkaar zijn verbonden door een smalle wenteltrap. In de toren is het atelier gevestigd van beeldend kunstenaar Rop Philippi.

Doorlopen naar de Markt. Markt 50: R.K.St.Barbarakerk.

De kerk is gebouwd tussen 1884 en 1887 naar een ontwerp van de architect P.J.van Genk. Het is een driebeukige kruisbasiliek in neogotische stijl. Het oorspronkelijke neogotische polychroom geschilderde interieur is helaas in 1948 overgeschilderd, zodat er weinig van de authenticiteit overbleef. In de jaren 80 is het interieur gemoderniseerd. Het monumentale orgel is van orgelbouwer Witt.-Bätz. In de toren hangt de Elisabethklok uit de voormalige Janskerk.

Langs de R.K. kerk het kerkpad volgen naar het plein voor het stadskantoor.

Hier staan nog de kapel, de orangerie en de toegangspoort van het voormalig seminarie, gebouwd in 1855. In 1899 is de kapel vergroot. Op de neoclassistische poort prijkt het wapen van monseigneur Zwijssen, aartsbisschop van Utrecht van 1853 tot 1868. De poort, kapel en orangerie houden de herinnering levend van het voormalig Aartsbisschoppelijk Klein-Seminarie.

Door de poort linksom naar de Grote Kerkstraat.

Grote Kerkstraat 4: Grote-of Barbarakerk. Dit is een kruisbasiliek uit het midden van de 16e eeuw in Bra- bants/gotische stijl. De basis voor deze kerk werd al veel eerder gelegd. Er stond namelijk al een kerk voordat Culemborg in 1318 stadsrechten kreeg. In 1422 brandde deze bij de grote stadsbrand af. Zij werd weer opgebouwd door heer Johan III. Zijn broer Hubert had in 1421 het Barbarakapittel gesticht.

De Dekenije tegenover de kerk herinnert hier nog aan. Hoewel in de gevel het jaartal 1553 staat is de Dekenije oorspronkelijk ook van 1422.

Tijdens het bewind van Vrouwe Elisabeth werd de kerk vergroot en verfraaid. In 1566 vond ook hier een beeldenstorm plaats. Daarna is de kerk hersteld. In 1654 werd de kerk getroffen door blikseminslag. De torenspits stortte in de kerk, waarbij al het meubilair verbrandde en alle stenen grafzerken barstten. Er kwam nieuw meubilair, maar de torenspits is nooit meer geplaatst. In 1654 zijn er negen Hemonyklokken in de toren gehangen. Nu hangen er nog zes Hemonyklokken in de toren, die op monumentendag kunnen worden bezichtigd. Tussen 1964 en 1968 is de kerk grondig gerestaureerd.

Einde monumentenwandeling.

In 2007 staat de Open Monumentendag in het teken van de monumenten van de twintigste eeuw: 1900 - 1965. Wij leiden u onder andere langs de een paar monumentale panden die de culemborgse architecten Gijsbartus Prins en Theo Ausems hebben gemaakt. En we hebben een fotoverslag voor u.

Feest! 20 jaar Open Monumentendag!

Zaterdag 9 september 2006 - van 10.00 tot 17.00 uur

Het fenomeen Open Monumentendag bestaat dit jaar 20 jaar. Het landelijke thema is dan ook: Feest! Het is niet alleen feest vanwege dit jubileum maar tevens vanwege het feit dat Open Monumentendag het publiek veel bewuster heeft gemaakt over het belang en het behoud van monumenten.

Op Open Monumentendag 2008 zal alles draaien om Sporen. Sporen is een breed thema waarvan in elke gemeente in Nederland aanknopingspunten te vinden zijn, en die in elke gemeente zijn eigen vorm zal krijgen. Sporen zijn buiten, in het landschap te vinden, maar ook in steden en dorpen, in stratenplannen en in monumenten zelf.

Subcategorieën

exterieurLutherse Kerk interieurDe lezingen van Voet worden gehouden in de Evangelisch Lutherse kerk, Achterstraat 2. Ze beginnen om 20:00 uur, om ongeveer 21:00 uur is er een koffie- en theepauze en de lezingen worden afgesloten rond 22:30. De lezingen zijn gratis en voor iedereen toegankelijk. Alles tenzij anders aangegeven in de beschrijving van de lezing.

Wat deed Voet nog meer.

De agenda voor de jaarvergadering en, indien in het verleden, het jaarverslag erbij.

De agenda voor de komende tijd ziet u als u op het menu-onderdeel "activiteiten" klikt, alle activiteiten staan daar in chronologische volgorde. Wilt u specifiek iets weten over bijvoorbeeld Lezingen, klik dan op "Activiteiten" en "Lezingen". Resultaat: alle lezingen op chronologische volgorde.

De jaarlijkse historische fietstocht

Elk jaar organiseren wij 2 middag-excursies en 1 dag-excursie. De excursies worden georganiseerd door de Werkgroep Excursies. Heeft u een suggestie voor een bestemming, stuur dan een e-mail aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. .
Elke tweede zaterdag van september is het Monumentendag. Culemborg pakt altijd groots uit met mooie muziek, wervelende dansgroepen, oude ambachten, interessante marktkramen en, uiteraard, prachtige monumenten.
Verslagen van bezoeken namens Voet aan andere steden en verslagen van bezoeken uit andere steden aan Culemborg. Het eventuele verslag van een excursie vindt u bij de aankondiging van die excursie.