In Activiteiten wordt beschreven wat Voet heeft gedaan en gaat doen. Bij de activiteiten die zijn gebeurd is er soms een verslag opgenomen in de beschrijving. Door een keuze te maken in de linkerkolom kunt u bijvoorbeeld alle excursies weergeven.

Stond 1987 in het teken van de viering van het vijftigjarig bestaan van ons historisch genootschap, het jaar 1988 bracht een nieuw heugelijk feit. In 1928 werd de plaatselijke Oudheidkamer opgericht, in 1976 voortgezet als het museum het Elisabeth Weeshuis. Het zestigjarig jubileum vormde de aanleiding voor diverse aktiviteiten, waaraan ook "Voet" zijn deel heeft gehad. Tot de vaste aktiviteiten behoorden een viertal lezingen. 

Op 8 maart hield drs. A. van Geffen een lezing met dia's over de geschiedenis van het kasteel te Hedel en het blootleggen van de fundamenten daarvan in de periode 1978-1982. Na de pauze ging hij in op het eerste resultaat van de opgravingen in de kasteeltuin te Culemborg. Een zestigtal mensen woonde de lezing bij. 

Op 23 maart volgde de algemene ledenvergadering. Onze penningmeester mevr. G. van Dijk, volgens rooster aftredend, stelde zich herkiesbaar en werd door de vergadering herkozen. Tijdens de bijeenkomst kon het tweehonderdste lid, de heer A.J. van Emden, door de bestuursleden Van Dijk en Blommers, feestelijk worden verwelkomd. Hem vielen bloemen en een exemplaar van het boek "De sigarennijverheid in Culemborg" ten deel. Onder grote hilariteit meldde de heer Verrips even later reeds het tweehonderd-eerste lid aan. Na het huishoudelijk deel sprak drs. L.G. Krijnen over het bestuur en de bestuurders van Vianen in de achttiende eeuw. Hij verschafte de aanwezigen een verrassend kijkje in het privé-domein van deze raden en magistraten. 

De eerste najaarslezing vond plaats op 18 oktober in de sfeervolle Lutherse kerk. Spreker was de heer W. Raue, directeur van de vereniging "Hendrick de Keyser". Naast een uiteenzetting van de geschiedenis en doeleinden van de vereniging, toonde hij met behulp van dia's tal van door de vereniging in het hele land gerestaureerde gebouwen. Uitdrukkelijk besprak hij ook de restauratie van het Drostenhuis in de Slotstraat. 

De laatste, geplande lezing van het verenigingsjaar, op 24 november, met de titel "Culemborg in dubbelbeeld, vroeger en nu", kon door ziekte van de spreker, conservator Peter Schipper, niet doorgaan. Onze voorzitter, J.H. Ekering, sprong echter in en boeide, met behulp van eigen dia's, de aanwezigen met een geimproviseerde lezing over bouwkundige situaties in het Culemborg van vroeger en nu. Een geslaagde avond, te meer daar anders de talrijke bezoekers onverrichterzake huiswaarts hadden moeten keren. 

Aansluitend op een gezamenlijke vergadering ter coördinatie van de activiteiten, vond dezelfde avond, voorafgaande aan de lezing bij de Italiaan de jaarlijkse maaltijd van de besturen van de Vrienden en Voet plaats. 

Het zestigjarig bestaan van het museum was aanleiding voor een viertal evenementen. Op 18 april, de oprichtingsdatum, vond de officiële viering van het jubileum plaats. Ter gelegenheid daarvan bood onze voorzitter, de heer Joost Ekering, het museum een negentiende eeuwse sigarenkoker van schildpad, met een zilveren afbeelding van de spoorbrug. 

Op 5 juni organiseerden de Vrienden van het Museum een busreis naar het Belgische Hoogstraten en Lier. Vele leden van "Voet" namen hieraan deel. In Hoogstraten waren zij getuige van de bloedprocessie en brachten zij een bezoek aan het graf van vrouwe Elisabeth in de Catharinakerk. In Lier werd de band met Culemborg bevestigd door het bekijken van een glas-in-lood-raam van deze vrouwe in de Gommaruskerk. 

Op zaterdag 27 augustus was er een door de Vrienden georganiseerde barbeque-feestavond in het museum en de museumtuin. Kleding en muziek uit het oprichtingsjaar van het museum, 1928, gaven de avond een bewust nostalgisch tintje. Meerdere leden van "Voet" werden die avond op de dansvloer gesignaleerd. 

Op 18 november werd de prachtige jubileumtentoonstelling "Culemborg, beeld van een stad" geopend. Het gelijknamige boek van de auteurs Beltjes en Schipper, dat onder auspiciën van "Voet" bij uitgever Koolhof verscheen, werd op dezelfde avond ten doop gehouden. In 1988 verschenen net niet twee nummers van de "Culemborgse Voetnoten". Het eerste nummer

 kwam in maart uit. Vanuit het bestuur droegen, naast redacteur Bert Blommers, Marianne Budde en Aad Alink met twee artikelen hun steentje bij. Het tweede nummer verscheen net na de jaarwisseling in januari. 

Bestuursleden waren actief bij diverse aangelegenheden. Mevr. Dresselhuys verzorgde op de monumentendag op 17 september rondleidingen in het stadhuis. Mevr. Budde vertegenwoordigde "Voet" bij de heropening van het door conservator Schipper heringerichte museum "De Grote Sociëteit" in Tiel. 

Het jaar 1988 was voor onze vereniging wederom een voorspoedig jaar. Reeds voor de jaarvergadering telde zij haar tweehonderdste lid. De groei zette zich verder voort. Voet telde op 1 januari 190 leden, op 31 december kon het jaar worden afgesloten met 214 leden. Al met al kan ook dit verenigingsjaar als een geslaagd jaar worden beschouwd.

Lezing door Herre Wynia en Eric Graafstal; beiden archeologen van de gemeente Utrecht.

 

Het Leidsche Rijngebied is een omgeving die rijk is aan historie. Het gebied wordt al zo'n 3000 jaar door mensen bewoond, hetgeen voor heel wat overblijfselen uit de loop der jaren heeft gezorgd. Omstreeks het begin van onze jaartelling drongen Romeinen door tot de (Oude) Rijn. De rivier wordt één van de grenzen van het Romeinse rijk.

Jan Hogendoorn is een kenner van Maurik, en dat is niet zo'n wonder, hij woont er al zijn hele leven. Maurik is sterk verbonden aan Culemborg en Jan zal in zijn lezing vooral belichten waar die verbintenissen uit bestaan

Op zaterdag 4 september 2004 vond op De Bol de uitreiking plaats van het eerste exemplaar van de bundel RIJM EN ZANG geschreven door pater Bernard van Meurs. Het betrof een heruitgave van de eerste druk uit 1863. Meurs bracht persoonlijk een bezoek en het Culemborgs Mannenkoor OBK zong een 8-tal liederen.

Veel leden waren die middag gekomen en hadden aan de wens van het bestuur, een hoed te dragen, voldaan. Het zag er allemaal mooi 19de eeuws uit.

Fotoverslag

Een fotoverslag

Deels met de fiets, deels per koets, hebben wij een bezoek gebracht een de oudheidkamer in Schalkwijk. De overkant, in Culemborgse termen

Hattem ligt in het uiterste noordelijke puntje van de Veluwe. De oudste vermelding van Hattem dateert uit de negende eeuw. Al in 1176 werd Hattem een zelfstandig kerspel. De plaats ligt op een kruispunt van wegen aan de rivier de IJssel, bij een rivierovergang. Er was dan ook voldoende handel en Hattem werd een, bescheiden, lid van de Hanze. Hoewel geen wereldstad heeft het een rijke historie en veel fraaie panden zijn er bewaard gebleven. Bezoek het Voerman-museum, genoemd naar de IJsselschilder Voerman, met een prachtige collectie schilderijen. Zijn zoon, bekend van de Verkade-plaatjes, maakte de mooiste schilderijen van bijvoorbeeld een eenvoudige rode kool.

Fotoverslag

Inderdaad, die hebben niets met elkaar te maken, maar onze excursie brengt u op één dag naar deze twee musea, daarom staan ze hier in een zin.

Deelen is belangrijk omdat daar de eerste demonstratievluchten in Nederland plaatsvonden in 1910. Tijdens 2de Wereldoorlog hadden de Duitsers er een basis voor nachtvluchten boven Nederland en Noord-Belgie. We worden rondgeleid in het museum en in de bunker Diogenes die speciaal voor ons wordt opengesteld.

Daarna gaan we naar het Tegelmuseum in Otterlo. De wisseltentoonstelling is gewijd aan Tegels 1900-2000. 

Wij hebben daar el een bezoekje gebracht om het te beoordelen en wij denken dat u verstelt zult saan van de prachtige tegels en tegelplateaus die hier worden tentoongesteld. Zelft een plateau van Karel Appel.

Uiteraard is koffie, thee en de lunch bij de prijs inbegrepen. Introducés zijn toegestaan.

Het verslag

Voor een fotoverslag: zie het einde van dit verslag

Gruwelijk vroeg en gruwelijk nat, zaterdagmorgen 17 mei voor het station. Bovendien zijn er die nacht kennelijk een paar ‘mensen’ bezig geweest fietsen in de stalling te vernietigen. Er lagen stapels fietsen met kromgebogen wielen en verbogen frames die de weg versperden naar het station. In Culemborg hebben wij geen natuurramp nodig om van onze omgeving een puinhoop te maken. Na de berg fietsen te hebben bedwongen zitten we dan toch met z’n vijfentwintigen in de bus, onderweg naar Vliegbasis Deelen.  Die jongens van Streef kennen werkelijk elk boerenweggetje, want op onnavolgbare wijze reed chauffeur Bram Bos via Buren naar de A15. 

Het begin in Deelen was toch wel merkwaardig: koffie met gebak tussen de vliegtuigwrakken en een gerestaureerde V1 raket met extra brandstoftank in een ruimte die toch deed denken aan een soldatenkantine. Maar goed, het smaakt er allemaal niet minder om, we eten alle gebakjes op. De rondleiding begon voor de ingang van het museum, toen het net eventjes droog was. Bij die ingang staat een FLAK kanon (Flugabwehrkanone - luchtafweergeschut) en zoals altijd met oude dingen, het wordt pas echt interessant als er een verhaal bij wordt verteld. Dit kanon hete Emil en was het 5-de kanon (E) in een cirkel van 6 die gebruikt werd bij de slag om Arnhem Overigens niet met veel succes, want bij de eerste aanval van de Britten werd de vuurleiding in het midden van de cirkel uitgeschakeld en dan kun je net zo goed in een loopgraaf gaan schuilen, je raakt toch niets meer. Dat deed de bemanning ook. Na de slag om Arnhem werd het kanon verplaatst naar een weiland in de buurt van Zwolle en jaren na de oorlog is het daar opgegraven. Het mooie: een lid van die kanonbemanning is later teruggevonden. Hij herkende zijn kanon (hij was toen 17 jaar oud) en kon er nog een heel verhaal omheen vertellen. Zo krijgt geschiedenis een heel andere betekenis.  Binnen in het museum wordt u het verhaal verteld van de vliegbasis. U ziet wrakken van vliegtuigen uit WOII en u hoort dat een vliegtuig dat op de zandgrond neerstort direct in stukken uiteenspat, de grond is keihard. Stort het neer op kleigrond dan gaat het door de klei tot aan de zandlaag, de kleigrond sluit zich weer en je hebt moeite om het wrak terug te vinden. Zo zijn er in de Betuwe een heleboel teruggevonden, maar kun je het tenminste terugvinden en het is nog herkenbaar als vliegtuig. Stort het neer op veengrond dan zie je er vaak helemaal niets van terug, die grond is zo zacht dat een neergestort vliegtuig onmogelijk diep in de grond zit. Daar valt natuurlijk veel meer over te vertellen, en onze gids Edwin deed dat ook met verve, maar wij gaan dat verhaal niet weer vertellen. Het museum vertelt gegarandeerd een realistisch verhaal, want een van onze deelnemers vond dat het zelfs nu nog rook naar olie en kruit. Ook dat werd trouwens uitgelegd: als je een wrak opgraaft dat zelfs tientallen jaren onder de grond heeft gelegen, ruikt het alsof het er net is neergestort: olie, brandstof, kruit, het is er nog allemaal want het is niet in aanraking geweest met zuurstof. Wilt u het hele verhaal: ga naar dat museum, het is zeer de moeite waard. 

De lunch was degelijk, zoals het een soldatenlunch betaamt, maar wordt bruut onderbroken voor het vertrek naar de bunker Diogenes. Dat is inderdaad een groot en sterk gebouw, met 3,5 meter dikke betonnen muren aan de buitenkant. Vanuit die bunker werden de vluchten gecoördineerd waarmee de Duitsers de geallieerde bommenwerpers aanvielen. Het gebouw heeft alle aanvallen van de geallieerden doorstaan en in Europa kent het qua grootte nog één gelijke, die staat in Denemarken. Het is nu in gebruik bij de Gelderse Archiefdienst, u kunt er zeker van zijn dat onze archieven daar veilig zijn opgeborgen. Een indrukwekkend bouwsel, maar je komt er wel uit met een gevoel van opluchting. Geen ramen, metersdikke muren, grauw beton tot diep onder het maaiveld (mocht u een foto zien van dit gebouw en daarop ramen zien: die zijn van de kantoren voor de administratie en die behoorden niet tot de bunker, wat daar zat was vervangbaar, inclusief de administrateurs dus). Bram bracht ons vervolgens naar het Nederlands Tegelmuseum, een veel vrediger omgeving. Hoewel de combinatie WOII – Tegeltjes natuurlijk volstrekt onlogisch is had toch niemand moeite om de omschakeling te verwerken. Het Tegelmuseum is werkelijk prachtig, hoewel natuurlijk ook hier een goede gids wonderen doet. Gids Pieter leidde ons langs de mooiste tegeltableau’s en legde bijvoorbeeld uit dat tegels al gemaakt werden door de Egyptenaren, zo’n 300 jaar voor het begin van onze jaartelling. Tegels zijn naar Europa gebracht door de Arabieren (die we toen Moren noemden) en die tot aan de Pyreneeën hun invloed lieten gelden. Ook uit die tijd zijn er in het museum tegels te bewonderen. 

Het Nederlands Tegelmuseum richt zich op het verzamelen van handbeschilderde tegels. U kunt afbeeldingen zien van fabrieken, zo rond 1900, die duidelijk het resultaat zijn van een grote ambachtelijke kennis en kunde. U kunt ook plateau’s zien van Karel Appel en M.C. Escher, een mooie combinatie van ambacht en kunst. 

Kortom, ga naar dat museum.

Neem een voorproefje op http://www.nederlandstegelmuseum.nl/. 

 Foto-impressie

 

 

 

Op zaterdag 4 oktober 2003 om 15:00 uur heeft op de Markt te Culemborg een bijzondere plechtigheid plaatsgevonden. Bakker Bouman presenteerde het Kapelbrood.

 

Op zaterdag 24 april 2004 heeft Voet zich gepresenteerd op de Historische markt te Kerek-Avezaath.

Op deze markt werd het eerste exemplaar van de CD-ROM over het Veerweggebied van Culemborg door de heer H.P.J.E. Merkelbach van het Regionaal archief Rivierenland uitgereikt aan de makers de heren Wim van Emden en Jack van der Winkel. De verspreiding zal voorlopig slechts plaatsvinden onder de leden van het genootschap.

De bezoekers hadden met name belangstelling voor de digitale producten van de vereniging. Zo is de dikke pil van A.W.K. Voet gedigitaliseerd en ook het boek 'Een beeld van een stad'. Als naslagwerk is het een ideaal product. Via een zoekmethode is snel na te gaan of bepaalde informatie voorzanden is.

Fotoverslag

Op zondag 16 oktober 2003 bracht de Erfgoedvereniging Hoogstraten uit België een bezoek aan Culemborg.

Om half elf werd zij welkom geheten door de voorzitter van het genootschap A.W.K. Voet van Oudheusden, mevrouw Jakobs.

Na de koffie genuttigd te hebben kregen zij uitleg over het weeshuis en het leven van vrouwe Elisabeth en Antonie van Lalaing te Culemborg.

Ook de wezen kregen de nodige aandacht.

Vervolgens werd het stadhuis bezichtigd. Eerst een uitleg van de pas gerestaureerde gevel en daar van het interieur.

De leeuw pronkt weer met het stadswapen.

Het gezelschap bracht ook nog een bezoek aan de Kasteeltuin en de Grote of St. Barbarakerk.

Deze maand staat Culemborg in het teken van Oude Schoolplaten. Uw Genootschap A.W.K. Voet van Oudheusden houdt donderdag 13 maart, aanvang 20.00 uur, een lezing over dit onderwerp.

Lezing door mevrouw I. Strouken

Trouwen was vroeger een noodzaak. Zonder trouwen waren er geen kinderen, en kinderen zorgden voor je oude dag.

Eerder verschenen in Voetnoot 1 - 1987

In 1986 zijn Voet van Oudheusden twee bestuursleden ontvallen. Op 8 september overleed oud-bestuurslid en architect Th. A. Ausems, die één van de medeoprichters van Voet van Oudheusden is geweest op 14 oktober 1937. Bijna dertig jaar, tot 1966, was hij secretaris van ons genootschap. Nadien bleef hij nog lange tijd als bestuurslid aan Voet verbanden. Ook gaf hij enkele lezingen. Zijn kennis van de geschiedenis van onze stad was zeer groot.

De 21ste oktober overleed ons bestuurslid de heer P.A. Treffers. Ook hij droeg onze stad en historie een warm hart toe, en maakte dit in vele hoedanigheden waar.

 

De eerste activiteit was de jaarlijkse stamppotavond, georganiseerd door de Vrienden van het Museum op 28 Januari met na afloop een verhaal met dia's, door de "Natuur- en Vogelwacht" uit Culemborg.

 

Op 1 maart vond de opening plaats van een tentoonstelling over het archeologisch onderzoek in de steden Culemborg, Tiel en Zaltbommel, op de zolder van het Museum. De organisator was de archeologische werkgemeenschap Nederland, afdeling West- en Midden-Betuwe en de Bommelerwaard.

 

Een lezing over stadskernarcheologie werd op 20 maart georganiseerd in samenwerking met de archeologische werkgemeenschap. Spreker was drs. H. Sarfaty, medewerker van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (R.O.B.) te Amersfoort

 

Vijfentwintig maart was de jaarvergadering van Voet van Oudheusden. Na een vlot verlopen vergadering sprak de heer Spaans, pastoor van de Oud-katholieke kerk, over de geschiedenis van deze kerk in Nederland en in Culemborg in het bijzonder.

 

Op de jaarvergadering trad mevr. W. Dresselhuys-Schoutendorp volgens rooster af. Zij werd wederom herkozen. De ledenvergadering stemde in met het voorstel tot een tijdelijke uitbreiding van het bestuur tot 7 leden. Als leden van het aldus verjongde bestuur werden gekozen de heren A. Alink en A.J. Blommers.

 

De jaarvergadering van de Vrienden van het Museum werd 29 april gehouden en werd besloten met een lezing over het Weeshuis in vroegere tijden door de heer B.J.H, de Boer.

 

Zaterdagavond 6 september was er een barbecue-avond in de tuin van het museum, wederom georganiseerd door de 'Vrienden' en de Ronde Tafel 124 alhier.

 

Het winterseizoen 1986 werd geopend op 21 oktober met een lezing door Mr. P.J.W. Beltjes over "Misgewaden en drieluik afkomstig van een Culemborgse geestelijke uit de 16e eeuw, na 400 jaar weer bijeen.

 

Veertien november vond de officiële opening plaats van de tentoonstelling over de sigarennijverheid in Culemborg alsmede de presentatie van het gelijknamige boek door uitgever Koolhof, dat onder auspiciën van Voet van Oudheusden verscheen.

 

In 1986 vergaderde het bestuur vier maal, de laatste keer samen met het bestuur van de Vrienden en wel op 11 december ten huize van de secretaresse. Na een nuttig contact zijn beide besturen, uiteraard op eigen kosten naar de Chinees gegaan, waarna zij zich gezamenlijk naar het Museum begaven alwaar onze conservator drs. P. Schipper, de lang beloofde lezing over de sigarennijverheid in onze stad hield.

 

 

foto van enkele aanwezigen

Enkele aanwezigen bij de jaarvergadering 1987.

  

Peter Schipper tijdens zijn toespraak

Peter Schipper, op de foto bijgestaan door dhr. Verrips tijdens zijn lezing over de sigarenindustrie. Foto's: Th. van Dam.

 

 

Dr. Aart Bijl 

(Dit artikel is een korte samenvatting van de lezing die op 23 februari 1999 voor het Genootschap A.W.K. Voet van Oudheusden werd gehouden.

H. Hundertmark bij het Nye Huus

Foto's: J.J. van Antwerpen 

Het navolgende stuk is ontleend aan een onderzoek verricht door de heer H. Hundertmark betreffende de toekomstige restauratie van de stadsmuur aan de Westersingel. Hierover werd op zaterdagmiddag 19 januari 2002 een voordracht gegeven, met aansluitend een bezoek aan het betreffende stuk muur. 

Conclusies en aanbevelingen

Conclusies

Culemborg bezit met het onderzochte object een voor Nederlandse begrippen volstrekt uniek stuk middeleeuwse stadsmuur dat, doordat het nooit eerder is gerestaureerd en tot ongebruikelijke hoogte bewaard is gebleven, een schat aan gegevens bevat over de ontwikkeling van de stadsmuur door de eeuwen heen. De muur bevat niet alleen informatie over, en de enige bovengrondse resten van één van de drie kastelen die Culemborg heeft gekend, ook getuigt het van aanpassingen die nodig waren in verband met krijgskundige ontwikkelingen en innovaties. Deur in de oude stadsmuurHet spreekt daarom voor zich, dat de hoogstnoodzakelijke conservering van de muur met de hoogst mogelijke terughoudendheid zal moeten worden aangepakt. De muur bevat substantiële resten van het zogenaamde nieuwe huis, dat hier rond 1320 is verschenen. Ook zijn er uit dezelfde fase aangrenzende stukken stadsmuur bewaard, waaraan zelfs nog de originele kanteling is af te lezen. De veertiende-eeuwse uitbreiding van het nieuwe huis, met de ophogingen en veranderingen van de stadsmuur door de eeuwen heen, zijn als bouwsporen in het muurwerk geconserveerd. Zeer bijzonder zijn de restanten van originele vensters en een aan de veldzijde gelegen deuropening met brugoplegging van het Nieuwe huis. Mogelijk leveren deze "ontdekkingen" een bijdrage aan nieuwe theorieën over de mogelijke situering van het 'Oude Huis'. 

Aanbevelingen

Zoals al aangestipt verdient de muur gezien de bijzondere aard van de bouwsporen een conserverende behandeling. De bouwsporen zoals nu zichtbaar dienen gerespecteerd te worden; ook invullingen van bijvoorbeeld vensters zijn immers al honderden jaren oud! Wel kunnen verstoorde of nauwelijks meer leesbare sporen (te denken valt aan de moordgaten waarvan nu slechts de rollaag is bewaard) terughoudend worden aangevuld of worden geaccentueerd. Dit is vooral van toepassing bij de toepassing van afdekkende lagen boven op de muur. Voorts verdient het aanbeveling het nog in goede staat verkerende voegwerk zoveel mogelijk intact te laten, ook om het schilderachtige karakter van de muur te bewaren. Inboetwerk moet zo terughoudend mogelijk en in overeenstemming met de bouwsporen geschieden. Hierbij moet aan de binnenzijde rekening worden gehouden met het feit dat het oppervlak over grote delen is afgehakt, en dat dus ook met afgehakte stenen zal moeten worden ingeboet. Wellicht is het in de toekomst mogelijk de resultaten van het bouwhistorisch- en archeologisch onderzoek op een informatiepaneel in de museumtuin inzichtelijk te maken. 

Bouwhistorische bevindingen 

Voor een beter begrip en overzicht van de gecompliceerde bouwgeschiedenis van het betreffende muurwerk is een indeling gemaakt in hoofdbouwfasen. Per hoofdbouwfase is hier een beschrijving gemaakt die niet los kan worden gezien van de driedimensionale reconstructietekeningen en documentatietekeningen. 

Hoofdbouwfase 1

In 1318 verleent Jan van Beusichem, heer van Culemborg stadsrechten aan de al bestaande plaats. De werkzaamheden moeten al snel een aanvang hebben genomen, want in 1320 wordt reeds het voltooide 'Nye Huus' (in het vervolg 'het nieuwe huis' te noemen) Bouwfase 1vermeld, dat zoals uit het onderzoek is gebleken in eenzelfde bouwfase is opgezet als het aanpalende deel van de stadsmuur. Het uit fase 1 stammende werk bestond uit een rechthoekig huis (het nieuwe huis) en zuidelijk daarvan een in verband daarmee gemetselde stadsmuur. Noordelijk van het nieuwe huis is een stuk stadsmuur dat tegen de kopse gevel van het huis aansloot, maar waarvan de aansluiting nu niet meer aanwezig is en dus niet met zekerheid kan worden gezegd dat het in één opzet was gemetseld.  

Bouwfase 1 

Het bouwproject dat tot hoofdbouwfase 1 wordt gerekend is in meerdere bouwfasen tot stand gekomen. Het zuidelijk gelegen muurgedeelte bevat een aanzet van wat waarschijnlijk een in allereerste fase opgetrokken muurtoren is geweest. Deze is al zeker sedert de zestiende eeuw niet meer aanwezig; slechts een afgebroken aanzet doet vermoeden dat er een toren is geweest. Direct noordelijk van deze aanzet was een gemetselde staande tand van een bouwonderbreking zichtbaar. Het is op zich niet ongebruikelijk dat een muurtoren eerst werd opgetrokken en daarna pas de aangrenzende stadsmuur.  Het in de staande tand getande metselwerk van de onderbouw van het aansluitende muurstuk (één geheel met de onderbouw van het nieuwe huis), is zeer kort hierop tot stand gekomen. Een horizontale markeert de bouwonderbreking of seizoenstop in de afbouw van de muur en opbouw van het nieuwe huis. De onderbouw van de muur ter plaatse van het nieuwe huis vormt volgens de opgravingstekeningen van 1960 één geheel met de overige muren van het nieuwe huis en de gewelfaanzetten van de hierin gelegen kelder. Aan de buitenzijde van deze hoek, de plaats waar het huis een sprong naar buiten maakt ten opzichte van het aansluitende noordelijk muurgedeelte, was een oorspronkelijk in verband gemetselde steunbeer. Deze tekent zich nu nog af in de vorm van afgehakte koppen. 

bouwfase 2

 Na de seizoenstop wordt eerst het huis afgebouwd. Van dit huis is het onderste deel van de westelijke zijmuur nog geheel in de huidige stadsmuur opgenomen. Het bevat, behalve de onderzijden van vier vensters ook een origineel in het metselwerk opgenomen toegang, waarvoor met zekerheid een smalle brug aanwezig is geweest. De vensters waren opgenomen in aan de binnenzijde van de muur nog zichtbare vensternissen.  VensternissenAan de buitenzijde zijn bij de drie noordelijke vensters de in de bakstenen dagkanten uitgespaarde luiksponningen nog zichtbaar. Het ligt dus voor de hand dat het bakstenen kruisvensters zijn geweest, waarin in elk geval in de onderlichten een beluiking was aangebracht. LuiksponningenHet meest zuidelijke venster, direct naast de toegang gelegen, heeft aan de buitenzijde geen luiksponningen en zal daarom waarschijnlijk bij een andere ruimte hebben behoord. Bouwsporen van eventuele indelingsmuren van het nieuwe huis zijn aan de binnenzijde van de muur niet teruggevonden daar het muuroppervlak hier geheel afgehakt is. De deuropening zal vermoedelijk een bovenlicht hebben gehad. Onder de deuropening zijn de originele uitsparingen voor direct bij de bouw ingemetselde balkopleggingen voor de brug vastgesteld. Na de afbouw van het huis werd het zuidelijk muurgedeelte voltooid met het optrekken van een borstwering. Hierin zijn moordgaten en kantelen opgenomen, waarvan een deel zich nu nog als bouwspoor aftekent. In de kantelen was alternerend een kijkspleet opgenomen. Doordat ook dit muurgedeelte aan de stadszijde vrijwel geheel is afgehakt, is niet meer na te gaan of er een weergang op uitkragend metselwerk of een houten constructie is geweest4.Noordelijk van het nieuwe huis werd een muurgedeelte opgetrokken dat eveneens moordgaten en kantelen met alternerend kijkspleten had . Deze kanteling is nog steeds goed zichtbaar aan de veldzijde van de huidige muur. Zoals gezegd is de aansluiting van deze muur op het nieuwe huis niet meer na te gaan wegens de latere uitbreiding van het huis. Opvallend is dat dit stadsmuurgedeelte aanzienlijk lager was dan het zuidelijk deel uit dezelfde periode. Een verklaring hiervoor zou gelegen kunnen zijn in een vermoede situering van het oude huis aan de overzijde van de gracht waardoor dit stadsgedeelte al voldoende verdedigbaar was. Mogelijk vormde de vastgestelde brug een directe verbinding tussen het nieuwe huis en het (terrein van het) oude huis.

Hoofdbouwfase 2

In de loop van de veertiende eeuw, vermoedelijk al snel na 1322, het moment dat er een nieuwe bewoner kwam, is het nieuwe huis in noordelijke richting uitgebreid. Daartoe werd een stukje van het noordelijk stadsmuurdeel afgebroken. De uitbreiding van het huis had een min of meer vierkante basis en was iets smaller dan het bestaande gedeelte; de funderingen zijn bij het bodemonderzoek in 1960 teruggevonden.   Hoek noordzijde Voor de uitbreiding werd de steunbeer op de uitstekende hoek van het bestaande deel weggebroken en het nieuwe werk werd hier koud tegen aan gemetseld. De uitbreiding was eveneens onderkelderd. mogelijk was ook hier een tongewelf aanwezig. Dit is wel enigszins in strijd met de oorspronkelijk in het muurwerk opgenomen kaarsnis, die nog steeds zichtbaar is aan de binnenzijde van het restant van de kopse gevel van de uitbreiding. Deze kaarsnis zou dan namelijk hoog in de hoge kelder, ongeveer tegen het gewelf gesitueerd moeten zijn geweest. Een afdruk van het gewelf is niet meer vast te stellen daar ook hier het muurwerk aan de binnenzijde is teruggekapt.  De kelder bezat een laaggelegen kelderlicht aan de veldzijde, dat destijds ongetwijfeld diefijzers heeft gehad.Metselboog Het venstertje was aan de stadszijde afgedekt door een segmentboog, aan de smallere buitenzijde door een keperboog. Het venstertje is nu nog aan beide zijden in dichtgemetselde toestand zichtbaar. Aan de kopse zijde, achter de aansluitende stadsmuur, kreeg de kelder licht door een met getrapte bakstenen afgedekte lichtspleet. die nu nog voor de helft aanwezig is. Ook een in de noord-westhoek aangetroffen waterput zou volgens het archeologisch onderzoek tot dezelfde bouwfase behoren, en in verband gemetseld zijn met de zijmuren.5 Gezien de bouwsporen in het nog bestaande metselwerk liep de gemetselde put door tot de (bel)etage van het huis. In het nog bestaande opgaand werk van de bel-etage zijn nog juist de onderzijden van twee origineel in het metselwerk opgenomen vensters zichtbaar. Ook deze smalle vensters, waarschijnlijk kloostervensters, waren aan de binnenzijde opgenomen in een vensternis. 

Hoofdbouwfase 3

Hoofdbouwfase 3 van het Nye HuusIn het midden van de veertiende eeuw (mogelijk in samenhang met de afbraak van het oude huis in verband met de bouw van een nieuw kasteel aan de oostzijde van de stad) werd het lage stadsmuurgedeelte, noordelijk van het nieuwe huis, op hoogte gebracht. Het muurgedeelte tussen de Goilberdingerpoort en het nieuwe huis werd vrijwel geheel afgebroken en opnieuw (maar aanzienlijk hoger) opgetrokken. Dat men geen gebruik maakte van de lage bestaande muur kan te  maken hebben met aanzienlijke oorlogsschade die hier is geleden en waarbij ook het oude huis was verwoest.De nieuwe muur had dezelfde opzet als het muurgedeelte dat nu nog zichtbaar is bij de iets zuidelijker gelegen parkeerplaats, dat enige jaren geleden is gerestaureerd. Kenmerkend zijn de lage, onder de weergang gelegen schiet- of kijkspleten die aan de binnenzijde door een keperboog zijn afgedekt. In het onderzochte deel zijn nog vier (restanten van) zulke schiet- of kijkspleten teruggevonden.Bovenaan de muur werden nog juist de onderzijden van de originele moordgaten van de kanteling vastgelegd. De opbouw van dit muurtraject (met slechts een halfsteens verjonging op weerganghoogte) sluit een uitkragende stenen weergang aan de binnenzijde uit, zodat we er van uit mogen gaan dat er een houten weergangconstructie is geweest. Het grootste deel van de muur richting poort is enige tijd geleden ingestort en zonder bouwsporen herbouwd. Opmerkelijk genoeg werd een klein stukje van de oude lage muur, aansluitend op het nieuwe huis niet afgebroken, maar na een bouwonderbreking opgehoogd tot de zelfde hoogte als het nieuwe werk. Een sluitende verklaring voor dit afwijkende muurstuk is niet te geven; mogelijk was een aan de binnenzijde tegen de muur gelegen bouwwerk de reden van deze anomalie. De aan de veldzijde van het eerste deel van het nieuwe huis gelegen toegang werd dichtgemetseld en de brug opgeheven. Ook dit gegeven zou het verdwijnen van het oude huis in deze periode kunnen onderschrijven.

Hoofdbouwfase 4

fase 4Nog voordat het nieuwe huis zou worden afgebroken werd het noordelijk aangrenzende deel van de stadsmuur grondig gewijzigd. In plaats van de beredeneerde houten weergangconstructie werd er een bakstenen weergang op bogen gebouwd.deur Deze constructie stond koud tegen de oudere muur en was er nauwelijks mee verbonden. De weergang tekent zich nu nog af in de vorm van twee duidelijke en drie vage boogafdrukken aan de binnenzijde van de muur. Bij het archeologisch onderzoek in 1960 zijn de eerste twee funderingspoeren van de weergang teruggevonden. Het loopniveau van de nieuwe stenen weergang lag iets lager dan die van de houten voorganger. Dit is af te lezen aan de deuropening in de kopgevel van het nieuwe huis, die bij deze verbouwing werd aangebracht om de nieuwe weergang te kunnen bereiken. Van deze deuropening is een dagkant en de afdruk van de drempel nog steeds zichtbaar.Een deel van de borstwering van de muur werd vernieuwd. In dit vernieuwde deel zijn nu nog drie smalle schiet- of kijkspleten waar te nemen. Of de vernieuwde borstwering ook weer kantelen kreeg is niet te zeggen daar dit deel van het muurwerk niet bewaard is gebleven. Waarschijnlijk is het echter niet, daar zij vanwege de hoge situering ten opzichte van de weergang nooit functioneel kunnen zijn geweest. 

Hoofdbouwfase 5  

brandDeze fase bestaat uit de verwoesting door brand van het nieuwe huis. Deze brand heeft in elk geval voor 1415 gewoed, want in dit jaar wordt het verzoek opgetekend om de verbrande resten van het nieuwe huis te mogen afbreken. Uit de stadsrekeningen van 1425 blijkt dat het afkomend baksteenpuin wordt gebruikt voor het verharden van straten in het centrum van Culemborg. 

 Hoofdbouwfase 6

Niet al het muurwerk van het nieuwe huis werd na de brand afgebroken. Na de brandDat deel dat onderdeel uitmaakte van de stadsmuur werd slechts teruggebracht tot de hoogte van de aansluitende muurgedeeltes. De onderzijden van de vensters werden met hergebruikte bakstenen dichtgemetseld en in vier van deze dichtzettingen werden moordgaten uitgespaard. Ook in het resterende stukje van de noordelijke kopgevel, dat uitspringt ten opzichte van het noordelijk muurgedeelte werd een moordgat aangebracht. 

Hoofdbouwfase 7

Op zeker moment, vermoedelijk in de eerste helft van de zestiende eeuw, wordt de stadsmuur grondig gemoderniseerd. Allereerst verdwijnt, om onbekende redenen, de vermoede muurtoren, zuidelijk van het onderzochte muurtraject. Op de kaart van Jacob van Deventer (midden zestiende eeuw) is deze toren in elk geval niet meer aanwezig.Rollaag moordgat Op de plaats van de toren verschijnt een nieuw stuk muur van hergebruikte bakstenen, dat geheel blind is. In samenhang met deze verandering wordt ook het aansluitende muurtraject, vanaf de toren tot en met de restanten van het nieuwe huis, aangepast. De oorspronkelijke kanteling komt te vervallen door het dichtmetselen van de moordgaten en kijkspleten, en het iets ophogen van de muur. Een gedeelte van de borstwering wordt zelfs geheel afgebroken en opnieuw opgebouwd. In plaats van de kanteling worden in de opgehoogde borstwering drie nieuwe schietopeningen gemaakt. Ook ter plaatse van het nieuwe huis worden de moordgaten dichtgemetseld en wordt een nieuwe schietopening aangebracht. In het muurwerk van de uitbreiding van het nieuwe huis worden drie kleine (schiet)openingen ingehakt. Ogenschijnlijk bleef hier één moordgat gehandhaafd. Of deze moderniseringen van de muur ook werden doorgevoerd aan het traject ten noorden van het nieuwe huis, is niet te zeggen daar het bovenste deel van het muurwerk niet bewaard is gebleven.

 

4    Gezien de vermeldingen van het nieuwe huis in 1320 en 1322 moet deze bouwcampagne in betrekkelijk korte tijd, tussen december 1318 en 1322, zijn voltooid. 

5    In de put werd uitsluitend veertiende-eeuws materiaal aangetroffen. Vriendelijke mededeling mevrouw Y. Jakobs, Culemborg. 

6     De aanvang van de bouw van het nieuwe (derde) kasteel aan de oostzijde van de stad wordt traditioneel rond 1350 gesteld, al menen sommigen de datering op typologische gronden veel vroeger (1280) te moeten plaatsen (zie: Janssen 1996, p. 53-54).

 

Het wordt een zeer interessante middag. Wij brengen een bezoek aan het Centrum van Archeologie, Bouwhistorie en Monumenten van de stad. Normaal is dat gebouw niet te bezoeken.

Bezoek Gelre 2003 

Op zaterdag 1 februari 2003 hield het genootschap Gelre haar jaarvergadering in Culemborg. 

Stadhuis in de sneeuw, februari 2003

De leden werden ontvangen in het oude stadhuis, alwaar de heer H. Merkelbach van het Streekarchief en mevrouw Y. Jakobs, voorzitter van ons genootschap, een voordracht hielden. 

Het noenmaal werd gebruikt in de Lantaarn. Een stadswandeling en een bezoek aan de Grote of St. Barbarakerk stonden ook op het programma.

 

Het was 50 jaar geleden dat Culemborg werd aangedaan. 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto-impressie 

 

Subcategorieën

fransche schoolDe lezingen van Voet worden gehouden in Theater De Fransche School, Havendijk 1. Ze beginnen om 20:00 uur, omtheater de fransche school ongeveer 21:00 uur is er een koffie- en theepauze en de lezingen worden afgesloten rond 22:30. De lezingen zijn gratis en voor iedereen toegankelijk. Alles tenzij anders aangegeven in de beschrijving van de lezing.

Wat deed Voet nog meer.

De agenda voor de jaarvergadering en, indien in het verleden, het jaarverslag erbij.

De agenda voor de komende tijd ziet u als u op het menu-onderdeel "activiteiten" klikt, alle activiteiten staan daar in chronologische volgorde. Wilt u specifiek iets weten over bijvoorbeeld Lezingen, klik dan op "Activiteiten" en "Lezingen". Resultaat: alle lezingen op chronologische volgorde.

De jaarlijkse historische fietstocht

Elk jaar organiseren wij 2 middag-excursies en 1 dag-excursie. De excursies worden georganiseerd door de Werkgroep Excursies. Heeft u een suggestie voor een bestemming, stuur dan een e-mail aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. .
Elke tweede zaterdag van september is het Monumentendag. Culemborg pakt altijd groots uit met mooie muziek, wervelende dansgroepen, oude ambachten, interessante marktkramen en, uiteraard, prachtige monumenten.
Verslagen van bezoeken namens Voet aan andere steden en verslagen van bezoeken uit andere steden aan Culemborg. Het eventuele verslag van een excursie vindt u bij de aankondiging van die excursie.