Verslag lezing ‘De vergeten vaarverbinding’ 26 maart 2025

Op deze woensdagavond vertelt Martin Ijzerman over de vaarverbinding Culemborg – Zaltbommel.
Inleiding
Daniël Jumelet start de lezing met inleidende woorden. Hij stelt dat je de Betuwenaar wel uit de Betuwe kunt halen (Martin IJzerman woont in Nieuw Amsterdam) maar de Betuwe niet uit de Betuwenaar. Martin deed veel onderzoekingen in en rond Culemborg. In 2007 schreef hij al een boekje over vaarverbindingen; ook daarna deed hij onderzoek naar dit onderwerp. Nu geeft Daniël de vloer aan Martin en zijn laatste onderzoeksbevindingen!
Martin IJzerman is al vanaf zijn 18e met de geschiedenis van de regio bezig. Hij beschrijft hoe hij bij zijn tante in Tricht kwam en hoorde dat zijn grootvader ‘beurtschipper’ was aan de Bisschopsgraaf. Dat hield hem bezig. En was mede aanleiding voor deelname aan een werkgroep binnen de Historische Kring West-Betuwe. Martin woonde toen in Buurmalsen. Vragen waarmee de werkgroep begon waren bijvoorbeeld: “Waarom is die Bisschopsgraaf zo bijzonder?”, “Liep dat water altijd al zo?” en “Wat was de functie van de Bisschopsgraaf en veranderde die?”. In de archieven (van onder andere Tiel, Arnhem en Utrecht) werd gezocht. Het boekje De vergeten verbinding van Zaltbommel naar Culemborg kreeg vorm (en is nog te verkrijgen bij de Bruna in Geldermalsen). De lezing gaat vanavond over deze route. De presentatie is in negen hoofdstukken opgesplitst. Martin geeft aan de hand van vele jaartallen een overzicht van hoe in de loop van de eeuwen de vaarverbinding tussen Zaltbommel en Culemborg (vice versa) aandacht kreeg.
- Een eerste verkenning van de hele vaarroute
Martin IJzerman onderscheidt een noordelijk en zuidelijk deel van de vaarroute.
- Noordelijk loopt de route van Culemborg en de Lek, over de Stadsgracht, het Raafje (Haven bij de Zandpoort), de Meer, naar de Nieuwe Brug, het IJzeren Veulen (een dam die gevuld werd met vast materiaal) naar de Neust.
- Zuidelijk loopt de route van de Boutensteinse Sluis via de Waardenburgse watermolen, Ammans wal en dan bij de dijk aan de Waal naar Zaltbommel.
Aan de hand van meer gedetailleerde kaarten loopt Martin de hele route langs en wijst op bijzonderheden. Die zullen in de loop van de lezing verder aan bod komen.
- De oudste gegevens van de Middeleeuwen
De oudste gegevens dateren van 1122, toen de Rijn bij Wijk bij Duurstede werd afgedamd (nu de Oude Kromme Rijn). Die dam was belangrijk: dat gaf hogere waterstanden in de Lek waardoor de afwatering van Beusichem en Zoelmond verlegd moest worden naar de Linge in plaats van de Lek. Enkele tientallen jaren later werd met toestemming van de bisschop een wetering gegraven op verzoek van de abt van Mariënwaard: de ‘Biscopsgrave’ (zie foto). Tweehonderd jaar later werd ook de Boutensteinse Wetering gegraven. En vanaf 1430 was er een watergang van Redichem via de Weydsteeg naar de Neust in de Linge. Veertig jaar later werd in Culemborg de haven bij de Zandpoort aangelegd (waar nu de rotonde is bij de Kuilenburg) en een nieuwe brug aan het eind van Lanxmeer, over de Bisschopsgraaf.
- 16e eeuw
De vaarverbinding tussen Zaltbommel en Culemborg werd als belangrijk gezien omdat de Keulse vaart eerder altijd via Dordrecht en Gouda naar Leiden en vervolgens naar Amsterdam ging. Tiel dacht dat via Zaltbommel, Culemborg en Utrecht (Vaartse Rijn) omhoog veel korter zou zijn. In 1562 werd met dat doel een akkoord tussen Willem van Oranje en graaf Floris van Culemborg gesloten. Het betalen van het onderhoud van de vaarverbinding was een continue strijdpunt. Met tolopbrengsten werden onderhoudswerkzaamheden (deels) betaald.
- 17e eeuw
Graaf Floris van Culemborg speelt een dubbelrol: hij geeft Zaltbommel toestemming tot aanleg van een Nieuwe Vaart naar Culemborg. Maar sluit ook een contract met de steden Dordrecht, Gouda en Haarlem: de graaf krijgt 23.000 gulden als hij die nieuwe vaart weet te verhinderen. Hans van Heiningen heeft over deze dubbelrol een boekje geschreven.
De Bisschopsgraaf staat droog en moet worden uitgegraven. Of, in de taal van toen: “Ten merendele van water ontbloot bevonden”, waarom “hoognodig en dienstig wordt geacht een gants stik uit den bodem te halen”.
- 18e eeuw
Op dinsdag, marktdag in Culemborg, voeren er wel 25 tot 30 schepen die richting op, maar de helft kan maar worden geschut omdat anders het water te laag komt. Het Zakkendragersgilde droegen voor ‘penningen’ kersen, pruimen of koren van de schepen in de stadsgracht, aan de Binnenbrug of elders bij aankomst aan de Lek of Meer.
- 19e eeuw
In 1869 wordt het “Stoomgemaal van den dorpspolder Beusichem en Zoelmond” gebouwd, waar de Bisschopsgraaf en de Laaggraafsche Wetering op de Linge uitkomen.
- 20ste eeuw
Er is nauwelijks nog scheepsvaart op de Bisschopsgraaf. Er blijven kosten (elektromotor in Neust en restauratie van de Boutensteinse Sluis).
- De route vandaag
Er worden regelmatig excursies langs de vergeten vaarverbindingsroute georganiseerd. Aan de hand van foto’s en drone-opnames beleven we met begeleiding van Martin die route digitaal.
- Afronding en conclusies
Martin sluit de lezing af met een aantal conclusies:
- Archiefmateriaal geeft meestal een eenzijdig beeld: mooie dingen worden niet gemeld maar altijd wel de negatieve dingen (strijd, klachten, ruzies over wie betaalt)
- De lezing geeft vooral een strijd weer tussen afwatering en bevaarbaarheid
- Er is uiteindelijk weinig plezier beleefd van alle investeringen: door overstromingen; gebrek aan onderhoud; teveel overslagplaatsen; tegenwerking door onder andere Dordrecht en Haarlem; komst van de spoorwegen en aanleg van het Zederik/Merwedekanaal.