Napoleon en in zijn voetspoor Koning Willem I hebben ervoor gezorgd dat we allemaal een familienaam hebben. Daarin is ieder dus gelijk. Sommigen zijn echter meer gelijk dan anderen. Ze zijn in het bezit van twee namen. Soms zelfs hebben ze er drie of meer, zoals bijvoorbeeld de leden van het Koninklijk Huis. In het onderstaande wil ik eens ingaan op de manier waarop dergelijke meervoudige namen zijn ontstaan.

Door bezit of dwaling

door Kees van Hattem

Het merendeel van adellijke dubbele namen is indertijd ontstaan bij samenvoeging van nieuwe en oude landgoederen. Dat gebeurde bij verovering, overerving of - en dat was een zeer populaire sport in vroeger eeuwen - als gevolg van een huwelijk, desnoods gesloten op de leeftijd van drie jaar of daaromtrent. Bij de namen van de verschillende takken van de Zeeuwse familie Van Borsselen is deze oorzaak bijvoorbeeld nog goed te zien. We vinden hier o.a. Van Borsselens van Kortgene, van Sint Maartensdijk en van der Vere.

Hugenoten en ander volk, dat om godsdienstige of raciale redenen zijn toevlucht zocht in het vrije Holland, voegden dikwijls een nieuwe, Hollandse naam aan de oude toe. Hulluch, een naam uit Noord-Frankrijk, kon zo worden tot de naam Hulluch Jacobs. Een bizar voorbeeld van naamsverdubbeling, dat ik aantrof in een akte uit het midden der vorige eeuw, is te zien bij de familie "Van Tscip of van 't Schip", hier dus als één naam te lezen. De vader van de man die deze naam het eerst droeg, komt in zijn huwelijksakte voor als Van Tscip en werd in het bevolkingsregister Van 't Schip genoemd. De ambtenaar van de Burgerlijke Stand heeft blijkbaar vervolgens op een originele manier de Gordiaanse knoop doorgehakt. Dergelijke ambtelijke dwalingen zijn echter zelden oorzaak van dubbele namen. Veel vaker zien we juist dat de achternaam van vrouw, moeder of grootmoeder wordt aangewend om tot naamsuitbreiding te komen. De naam Oetgens van Waveren Pancras Clifford is geheel op die manier tot stand gekomen.

Omdat dubbele namen in de geur van adellijkheid staan, zijn er in het verleden nogal wat onedele pogingen gedaan om zich zo'n naam te verschaffen. Men deed dat bijvoorbeeld door de laatste van een serie voornamen bij de achternaam te trekken. Johan Gerbrand Pieters de Koek werd dan vervolgens J.G. Pieters de Koek. Ook werd er wel met opzet als laatste een voornaam gekozen die sterk op een achternaam leek. Van Jan Willem Wolff van Deken werd aldus J.W. Wolff van Deken gemaakt. En dan was het maar te hopen dat de betrokken ambtenaar van de Burgerlijke Stand zich daardoor bij de neus liet nemen. Een enkele maal vond men het echter gewoon nodig om een dubbele naam te gebruiken om mogelijke verwarring te voorkomen. Men denke aan de plaatsnamen Bergen Henegouwen en Bergen op Zoom.

Een bekwaam vakman

In het Culemborgse Oud-Archief treft men weinig dubbele namen aan. Ik noem er enige als voorbeelden: Holmberg de Beckfeld, Leer in 't Veld, Van Meteren de Groef, Ziegenhirt von Rosenthal, Van Ledden Hulsebosch, Van Heemskerk Brandwijk, Van Wachendorf van Rijn en Ruigrok van de Werve. Hoewel de meeste dubbele namen die men nu in de stadsgids aantreft, oneigenlijke zijn en eenmalig, bijvoorbeeld doordat van een weduwe de eigen naam achter die van haar echtgenoot wordt geplaatst, zijn er toch nog wel enkele echte. Ik noem de namen Van 't Pad Bosch, Baart de la Faille, Pichot de Plessis, Van de Netten van Stigt, de Deense naam Dueholm Nielsen en Blondeel Timmerman. Aan de laatste naam is een interessante geschiedenis verbonden. Een lid van de uit Frankrijk naar Holland uitgeweken Hugenotenfamilie Blondeau vestigde zich hier als timmerman. Een van diens zoons kon het echter niet zo best met zijn vader vinden, ja het ging zelfs zo slecht tussen die twee dat de zoon een vrouwelijke uitgang aan zijn naam gaf. Die werd Blondelle. De zoon vond het verder zo'n beproeving zijn vader in de buurt te weten dat hij inscheepte naar Nederlands-Indië. Daar leerde hij het vak van timmerman en wel zo perfect, dat hij er alom bekendheid door verwierf. De man was daar zo trots op dat hij de beroepsaanduiding Timmerman bij zijn naam voegde. Blondelle is tenslotte, wellicht door een slordige overschrijving, Blondeel geworden.

Dat zoiets ooit heeft gekund, pleit niet voor de accuratesse van de Burgerlijke Stand. Het zou tegenwoordig niet meer mogelijk zijn. Het Burgerlijk Wetboek bevat namelijk in artikel 63 het verbod om de familienaam te veranderen of te vergroten. In elke akte moet trouwens eerst de familienaam worden vermeld, gevolgd door - na de komma -de voornaam, bij voorbeeld: Van den Berg, Jan. De bedoeling van de wetgever is duidelijk: clandestiene wijziging van achternamen wordt op deze manier tegengegaan. Een uitzondering hierop kan worden gemaakt wanneer de geslachtsnaam van de moeder dreigt uit te sterven. In dat geval is het toegestaan de naam van de moeder voor de naam van vaders kant te voegen. Jan van Toren werd aldus Jan van Hoog van Toren.

Kramer geheten Freher

De bekendste dubbele naam in Culemborg is wellicht die van de familie Kramer Freher. Het is misschien interessant te proberen er achter te komen hoe de leden van die familie aan de naam gekomen zijn. Dat zit zo: Op 2 juli 1794 werd in de Amsterdamse Zuiderkerk Nicolaas Kramer gedoopt. Deze Nicolaas was een zoon van Cornelis Kramer en Anna Maria van Dillen. Hij was - in de woorden van de dominee - "buiten de echt geteeld". Dat blijkt uit de latere huwelijksbijlagen. Kort na de doop vertrok vader Cornelis om als varensgezel een zeereis te gaan maken. Hij overleed aan boord, nog in hetzelfde jaar. Moeder Van Dillen keerde daarop met de baby terug naar haar geboorteplaats Culemborg. Daar kreeg zij zowel in 1799 als in 1801 een dochter waarvan als vader Nicolaas Freher (1) werd ingeschreven. Over hun voorgaande huwelijk zijn echter geen gegevens beschikbaar, wat te verklaren valt uit het ontbreken van juist alle huwelijksaantekeningen uit de jaren 1797 tot 1811. Vader Freher overleed in augustus 1804 en werd in of bij de Barbarakerk begraven.

Naar de tegenwoordige gang van zaken zou de Nicolaas van 1794 naar zijn moeder hebben geheten. Omdat zijn natuurlijke vader hem - blijkbaar - heeft erkend, werd dat Kramer. Zijn moeder noemde zich na 1804 niet onlogisch de weduwe Freher. Haar zoon heeft altijd de naam Kramer gehanteerd. Bij zijn drie huwelijken tekende hij ook als zodanig, op een enkele keer na, toen hij eraan toevoegde: "gezegd Freher".

Nicolaas trouwde in 1816 met H.M. Verhoeff. Zij schonk hem veertien kinderen. Van die vele kinderen overleden er echter al verscheidene zeer vroeg, en eigenlijk blijven er maar twee zonen over die voor de verdere afstamming van belang zijn. Het zijn Dirk en Nikolaas Hubertus. Dirk, de oudste, ging er al spoedig toe over zich "Kramer gezegd Freher" te noemen en aldus te tekenen. Zijn broer liet de toevoeging vaak nog weg. Hun beider kinderen werden echter al voor het merendeel aangegeven als Kramer Freher, alhoewel daar nog diverse "gezegden" tussen zitten. Pas in het laatste deel van de vorige eeuw begint het zuivere Kramer Freher de overhand te krijgen. Het tussenvoegsel komt dan nog maar zelden voor.

Hoe is nu deze dubbele benaming familienaam geworden? Het is immers duidelijk dat Nicolaas Kramer niet de naam van zijn stiefvader heeft aangenomen. Hij bleef zich Kramer noemen. Bij gevolg zouden dus ook zijn kinderen en kleinkinderen die naam hebben moeten dragen. Toch heeft er eens een ambtenaar vastgesteld dat de dubbele naam de goede was. Er zullen daarvoor dus wel overtuigende argumenten zijn geweest.

De enkele naam Kramer komt thans in de familie niet meer voor. Waarom is het dan dat men zo gehecht is geraakt aan die dubbele naam Kramer Freher. Een verklaring daarvoor zou kunnen zijn dat moeder Van Dillen, die dus later mevrouw Freher is gaan heten, een behoorlijk diepe indruk op haar nageslacht heeft achtergelaten. Zij overleed overigens al in 1839. Haar kleinkinderen moesten toen nog geboren worden.

Noot (red):

Deze Nicolaas Freher was Mr. Nicolaas Freher jr. (1748-1804), geboren in Suriname en lid van de grafelijke Raadkamer (1772-1779). Hij vertrok in 1780 naar zijn geboorteland, waar zijn familie de plantage 'Weltevreden' aan de rivier de Commewijne bezat, maar keerde later naar Culemborg terug. Freher trouwde in 1772 met Johanna Verspyck, dochter van schepen, weeshuisrentmeester en notaris Mr. Leonard Verspyck (1728-1780) en achternicht van de grafelijke raad Mr. Adriaan Verspyck (1713-1778).

Uit dit huwelijk werden te Culemborg vier kinderen gedoopt. Het huwelijk werd echter in 1784 ontbonden. Freher werd bovendien in 1786 onder curatele gesteld. De rekeningen van zijn curator Mr. J.C. Sontag lopen door tot eind 1794 (R.A.G., Recht. Aren. Graafschap Culemborg, inv.nr. 304)

In de genealogische correspondentie in de handschriftenverzameling van het gemeentearchief vinden we nog een derde kind uit het tweede huwelijk: Johanna Catharina Freher, geboren 31 januari en gedoopt 17 april 1793, als buitenechtelijk kind van Anna Maria van Dillen. Bij haar huwelijk met D.F. Wishof (24 maart 1815, no. 9) wordt zij genoemd als dochter van Mr. Nicolaas Freher. Gezien de datum van geboorte is zijn vaderschap echter onwaarschijnlijk.

Noot (toegevoegd 22 februari 2010)

Volgens een vandaag ontvangen reactie van de heer Albert Peter Kramer overleefden er uit het huwelijk van Nicolaas Kramer met H.M. Verhoeff niet twee zonen maar drie. Die derde zoon heette Gerrit Hendrik, en hij trouwde op 31 jarige leeftijd in Vlissingen met Magdalena Cornelia Nobels